Missionair in Muziek

Soli Deo Gloria

 

Daar was dan weer de avond, op die 5de juli 2019,  waarin het orgel door vele handen tot klinken werd gebracht: de inmiddels traditionele orgel-avond door de leerlingen van Fia Lam.

Het werd, als gebruikelijk, een  gebeurtenis waar je blij van werd.

Mooi om te merken hoe ieder zijn best deed om de o zo ijverig en zorgvuldig ingestudeerde muziek zo goed mogelijk ten gehore te brengen.

Ik weet, als eveneens leerling van Fia, hoe lastig het is, om een stukje, dat je best aardig kunt spelen,  net zo aardig over te brengen als er toehoorders zijn.

Ik voor mij klap al dicht als ik thuis lekker bezig ben, en er komt iemand mijn tuinpad opwandelen.

 

Iets anders.

Een orgel, een oud kerkorgel – je kunt het niet echt een ‘hip’ instrument noemen.

Hoe verwonderlijk is het dan niet, dat zoveel jonge mensen hiervoor gekozen hebben.

En dat niet uit bevlieging voor eventjes, nee, kinderen, die ongeveer tegelijk met mij, ja eerder dan ik, begonnen zijn, komen dan al zes of vijf jaar trouw wekelijks naar les.

Die later begonnen zijn – ik verwacht niet anders, dan dat die het ook heel lang blijven doen.

En dat is mede te danken aan de motiverende en inspirerende coaching door Fia.

 

Een vraag.  waarom orgel, boven alle andere instrumenten?

Zouden dan al die jongeren die enthousiast op dat oude orgel speelden dan tóch meer hechten aan iets, dat waardiger, bezonkener, een meer ‘religieuze’ sfeer ademt, dan de meeste andere instrumenten?

 

Betekent dit, dat zoiets als ‘vernieuwingsdrang’ lang niet zo urgent is bij jongeren, als weleens wordt aangenomen?

Ik verbind geen antwoord aan deze vragen, dat laat ik aan jou als lezer over.

Intussen mogen we dankbaar zijn voor al die leerlingen, onder wie ervaren hulp-organisten, én opkomende jongeren, die we wellicht ooit als kerkorganist mogen begroeten.

De muzikale kwaliteit is zéker voorhanden.

 

Om uitdrukking te geven aan deze dankbaarheid wilde ik graag het volgende klankdicht kwijt:

 

Alleen de Heere eer en dank  

 

voor  Fia 

 

We hoorden weer

het orgel spelen.

We waren in de ban

van zoveel mensen,

zó vele handen,

die, ‘t zij groot of klein,

door haar bezieling

aangespoord,

prachtige klanken

hebben voortgebracht. 

 

Als door haar handen,

uit haar ziel, muziek

geboren wordt,

groots en sacraal

gaat leven,

in psalm, koraal of lied

door Woord en Geest

gedreven

met kracht mag óverstromen ......

 

 

.....dan worden we in eenheid

óp geheven.

Dan zijn we, door

verwevenheid van banden,

opgenomen

in heilige verbondenheid.

 

Wij danken God, dat zij

gezegend en gezonden is

om klankfonteinen

ons te doen ontspringen.

 

Ik dank Hem, dat ook ik,

mét al de Zijnen,

mij laven mag aan deze bron,

volmondig

en in ziels-beleven

mee mag zingen.

 

Wij danken voor de  gave,

die zij mag delen 

en velen door mag geven.

                                          

door Riet

 

recht aan vrouwen of aanrecht (1)

Was Paulus vrouw-onvriendelijk?

 

Ik heb een oude dame gekend, die bepaald Paulus-onvriendelijk was.

Ik kon met haar meekomen, want ik had haar man ook gekend.

Het type, dat zijn vrouw dagelijks op haar plichten wees. En dat waren er vele. Ook op haar rechten, zeker, maar dat waren er weinige.

En dat alles onder het motto dat Paulus ook nooit anders  geroepen had dan dat vrouwen hun mannen gehoorzaam moeten zijn. [1]

 

Menig vrouw, én man, is intussen wel wat genuanceerder gaan denken over een heleboel uitspraken van Paulus.

Maar, ik weet het zeker: bij lezing van teksten als ‘gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig’, trekken de tenen van tientallen vrouwen krampachtig krom in hun (en ook in mijn) zondagse schoenen.  

 

Maar - wàs Paulus nou wel zo vrouw-onvriendelijk?

Ik ben eens gaan zoeken naar de werkelijke inhoud van woorden als ‘gehoorzaamheid’, ‘heersen’, ‘onderdanig’. [2]

Maar lees, behalve ondergenoemd blog, vooral Kolossenzen 3: 18-19  en Efeziers 5: 21-33 en zie wat Paulus de mannen voorschrijft:

liefde, respect, bescherming, wederkerigheid, ja, ook wederzijdse instemming bij onthouding en de opheffing daarvan.

Lees het verhaal van Lydia.

En het slot van de Romeinenbrief. 

Dan kan ik niet volhouden dat Paulus niet respect- en liefdevol over deze zusters spreekt.

 

Maar -  dat zij niet mee mag praten, ‘stil moet zijn’, dat kán toch niet meer in deze tijd? 

Hier wordt de oorspronkelijke bedoeling gesubjectiveerd en uitsluitend belicht vanuit onze inspraak-en-zeggenschapscultuur.

Maar tóen was het al heel bijzonder dat vrouwen samen met mannen deel mochten hebben aan de (leer)-bijeenkomsten in de jonge gemeenten.

Dat was in die tijd en cultuur nog niet vertoond.

Vrouwen kwamen niet in welk leer-instituut ook. Nooit. Nergens. Niet in Israël, niet in Griekenland.

Dat recht hadden ze niet. Maar, hoe ge-emancipeerd: in de eerste gemeenten dus wel.

Waarom dan toch dat zwijgen? Daar zal mede de joodse traditie zijn geweest: vrouwen mochten niet leren in de synagogen.

Maar ook in Griekenland was de ‘Schole[3]’ uitsluitend toegankelijk voor mannen,

Die werden daar getraind in, o.a., logisch denken, in zich helder uitdrukken, in disputeren.

Paulus heeft dan ook niets tegen discussie, wat ook best kon in de tamelijk kleinschalige bijeenkomsten.

Hij schrijft in 2 Timotheüs 3:16: Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, etc.

 

Vrouwen waren dus niet geschoold in verbale vaardigheden.

Daardoor kan het zijn dat een vrouw zich nóg meer door emotie laat leiden dan door ratio.

En dan staat niets een Babylonische spraakverwarring meer in de weg.

We weten: dat leidt meer tot afbraak en versnippering, dan tot eenheid en opbouw.

(En ,laten we eerlijk zijn: discussiëren over kwesties waarbij iemand (m/v) niet gebukt gaat onder zelfs maar de geringste kennis van zaken, noch onder het vermogen om zich logisch en objectief uit te drukken - dat is nog steeds een ramp en schept meer verwarring tot en met ruzie, dan helderheid en eensgezindheid.)

 

Maar dat wil niet zeggen, dat vrouwen totaal hun mond moesten houden in de bijeenkomsten.

Zij hadden alleen te zwijgen als daar geleerd, gediscussieerd, gestudeerd, werd.

Maar zij mochten wel bidden en profeteren, ook daar, mits dan met bedekten hoofde.

Als ze de gaven van de Geest hadden ontvangen, mochten ze net zo goed profeteren – evangeliseren - zouden we nu zeggen, als ieder ander.

 

Erkend moet zijn, dat door de mannelijke dominantie in de eerste gemeenten en vooral later in de verdere ontwikkeling van de kerk (waarin vrouwen totaal uitgesloten waren van welke inbreng ook) de interpretatie van Bijbelteksten dus ook uitsluitend aan mannen was voorbehouden.

Dan is het bijna onontkoombaar dat in de loop der tijden deze teksten vanuit mannen-perspectief werden uitgelegd, en, sterker nog, in mannen-belang werden toegepast.

Neem daarbij

een gemiddeld onvolledig besef van juiste woordbetekenissen, plus

de algemeen menselijke neiging om inhoud en betekenis van woorden om te buigen naar wat je het beste voegt......

en de misvattingen en daaruit voortvloeiende misstanden liggen voor je het weet voor het oprapen.

 

Dat dit alles een negatieve invloed had ook op de (rechts)positie van de vrouw in de (westerse) maatschappij, ligt voor de hand.

 

Het is vervolgens niet anders dan een natuurlijk gegeven, dat dit maatschappij-brede reacties uitlokte.

Het is eveneens een natuurlijk gegeven, dat reacties óók leiden tot hyper-reacties.

Ofwel: tot doorslaan. Daarin is waakzaamheid méér dan geboden.

 

Maar dat er een proces op gang kwam om de vrouw te onttrekken aan allerlei vormen van rechtsonthouding en gebrek aan rechtsbescherming, dat is goed, en eerlijk, en rechtvaardig. 

 

rrb

 

reageren:

whapp: 0655180402

@mail:  riet.ritman@planet.nl

 

(heeft al in de gemeentewijzer gestaan, maar post het ook hier voor de continuiteit) 

Vorige: groei en bloei in de kerk: Simone

tussendoor: Soli Deo Gloria - orgel-leerlingenavond olv Fia Lam

Volgende:  deze serie over emancipatie: wat betekenen woorden werkelijk

 

[1] Intussen heeft Paulus het woord 'gehoorzaam' mbt tot echtelijke relaties nooit gebruikt. 

[2] Zie blog 2 in deze serie ‘wat betekenen woorden werkelijk'.

[3] het griekse woord ‘schole’ betekent ‘vrije tijd’

 

groei en bloei in de kerk

Simone

 

Twee jaar geleden op een prachtige herfstmiddag had ik een eerste ontmoeting met Simone, toen 16 lentes jong.

Nu wetend, dat ze inmiddels het einddiploma gymnasium in haar zak heeft, vond ik dat  een mooie aanleiding, om haar weer eens aan te spreken in de wandelgang uit de kerk.

En ja, ze bleek wederom bereid tot een goed gesprek.

Ik stelde voor om deze keer in plaats van het bosrijke Hollandse Rading, een terrasje in Utrecht te pikken.

Maar het stortregende, dus weken we uit naar mijn huisje, waar ik kaarsjes ontstak waarna een fijn, boeiend en veelzijdig gesprek ontstond.

 

Hoorde ik vroeger vooral oudere mensen afgeven op – toen – hùn ‘deze tijd’, en vonden wij jongeren dat typisch ouwemensen gezeur, van de jongeren van nu zijn de geluiden over ‘onze’ ‘deze tijd’ nóg kritischer.

Ook Simone slikt lang niet alles voor zoete koek.  Neem de media. Prachtig hoor, talloze contacten alom.

Tot in de verste streken en vertakkingen, maar met wie heb je nou écht contact. Je zit achter een scherm.

Simone hoopt,  als ze een maand of drie in Nieuw Zeeland te gaan werken op een farm, dat ze daar inderdaad rust krijgt van alles wat er via het scherm binnendringt.

Ik herken het.

Heb ik niet zoveel, en niet zulke uitgebreide netwerken als Simone blijkt te hebben, ook ik maak veel te veel tijd zoek met appen, met reageren op van alles en nog wat binnenkomt. 

Of met Netflix.

Simone heeft een goede tip: stoppen met kijken op een moment dat het saai is, of zo maar ergens in het midden.

Maar vooral niet wachten tot het laatst van een aflevering. Die maken ze zo, dat je verder moet kijken.

Op t moment te druk voor Netflix, maar als ik er weer eens voor ‘bezwijk’ ga ik me daar zeker aan houden.

Ik vermeldde trots,  dat ik facebook allang niet meer bekijk, maar facebook is ook al lang niet meer ‘done’ , zeker niet bij de jongeren.

Het is nu één en al Instagram.

Ze vertelt, welke schadelijke effecten dit kan hebben, veel meer dan facebook.

Ze kent jonge mensen, die alleen maar bezig zijn zichzelf zo mooi en gedetailleerd mogelijk op insta te presenteren.

Ze brengen tijden zoek met de voorbereiding voor een fotoshoot, d.m.v. selfies, en dan wordt het uiteindelijke resultaat ook nog es zò geshopt, dat het op iedereen lijkt, behalve op die persoon zelf.

En dán de teleurstelling, als daar minder likes op komen dan verwacht, of als een ander  méér duimpjes krijgt.

Ik stel met voldoening vast, dat Simone genoeg self-esteem (eigenwaarde) heeft, om zich niet te buiten te gaan aan zulk waan-streven, waarin je je zoveel als maar kan conformeert aan een beroemdheid. en of influencer,  als rolmodel. Dat heeft ze helemaal niet nodig.

Ik erken dat ik en mijn leeftijdgenoten vroeger ook idolen hadden, filmsterren, later popmuzikanten, en ik persoonlijk was compleet van de leg af van een zekere dirigent, Herbert von Karajan geheten.

Maar dat werkte mee aan je ontwikkeling, aan je groei. Het misvormde je niet.

Simone vertelt, dat veel van die mensen, wellicht door het ontbreken van feitelijke inhoud, liefde en geborgenheid, op die manier vorm en inhoud aan zich zelf willen geven, mooier en beter dan ze in werkelijkheid zijn.

En door die prestatiedruk, naast wat er ook allemaal moet een plichten of wat er speelt aan problemen, zwaar overspannen raken of depressief worden.

Ook de recente klimaat hype – met de doemscenario’s  van dien -  zet ze klem in een soort overlevingskramp, zodat ze veganist worden, waardoor hun lichamelijke weerstand vermindert.

Ze krijgen levensnoodzakelijke voedingssupplementen van begeleidende diëtisten.

Maar ook hun geestelijke weerstand lijdt daar onder, waardoor ze overspannen, of lethargisch, of depressief worden.

Ik vertel dat een vriendinnetje van mij, van 16, deze verschijnselen ook bij haar op school aantreft.

Als ik dan kijk naar dat prachtige, frisse en open gezicht van Simone, en luister naar de verstandige woorden die ze uitspreekt, dan vraag ik me tóch iets af.

Zou het kunnen zijn, dat dit jeugdige mensenkind, midden in een wereld van chaos en verleidingen,  daarvoor wordt gespaard - ja, zeker ook door haar gezonde verstand en haar nuchtere en kritische kijk op de wereld -maar ook - door het feit, dat ze, hoe dan ook, een christen is, die ook nog geregeld naar de kerk gaat.

 

Daar wil ik dan ook wel eens het fijne van weten.

Simone gaat naar de kerk, omdat het er bij hoort. En ze doet er haar ouders een plezier mee.

Wat ze mist in een kerkdienst is interactiviteit. Dat ondervindt ze wél bij de JV. Daar zijn soms heel goede discussies over allerlei onderwerpen die direct raken aan het leven van vandaag, waar je op kunt reageren.

Maar in de kerk is dat anders. Je luistert naar iets, er wellen vragen op, die je het liefst meteen zou stellen, maar dat kan natuurlijk niet, dus ga je daar over nadenken en mis je vervolgens het meeste van de preek. Zingen is wél heel fijn, dat doe je met elkaar, dat zijn bekende teksten.

Tenminste, als er niet uit weerklank gezongen wordt. Simone ervaart uit de psalmen in Weerklank geen toegevoegde waarde.

 

Als je gedachten afdwalen, vraag ik, waar gaan die dan naartoe.

Nou, bijvoorbeeld, hoe zou een Islamiet over één of ander onderwerp denken, bijvoorbeeld het Scheppingsverhaal. Of een Jood. Of een Boeddhist.

Niet dat ik iets anders dan Christen zou willen zijn, hoor, zegt ze, maar je dénkt wel eens.

Zeker, antwoord ik, aan deze eigenschap ook niet helemaal vreemd zijnde.

 

En als je dan Christen wil zijn, wat betekent dat dan uiteindelijk.

We hebben het over het bijzondere en inclusieve kenmerk van een Christen, dat ie het eigendom van de Heere Jezus is.

Dat hij niet voor eigen rekening leeft, dat hij zichzelf niet hoeft te verlossen, omdat de Heere Jezus hem verlost heeft.

Ik citeer voor de aardigheid vraag en antwoord 1 van de Heidelberger Cathechismus, over de troost die er is in het eigendom van de Heere Jezus zijn.  

Simone vindt het prachtig klinken, maar de táál, daar is toch geen touw meer aan vast te knopen.

Maar de oude berijming van de psalmen dan, vraag ik.

Ja, zegt Simone, maar die klinken bekend en vertrouwd.

Dat zingt ook veel prettiger weg. Veel fijner dan dat je eerst nog moet lezen wat er staat.

En wát er staat is trouwens ook niet, al zingend, zo maar te begrijpen.

Maar het orgel mag van Simone  wel eens  vervangen worden door een fijne band en écht nieuwe, levendige liederen. Hoeft niet iedere dienst, maar zo af en toe.

 

We buigen ons over de vraag of er ergens wel een kerk is, die precies bij je past.

Misschien is het wel zo, dat een ‘kerk’, welke kerk ook, niet past bij wie dan ook.

In welke vorm of orde van dienst we het ook gieten.

We zijn van nature helemaal niet geneigd om de Heere te dienen.

 

Van daaruit komen we weer terug op het verlossingswerk van de Heere Jezus, en rijst de vraag: kunnen alleen Christenen verlost worden, kerkmensen zogezegd.

Dat is een vraag waar ik geen antwoord kan geven, en eigenlijk ook niet mag geven, want wie zal Gods raad en wegen doorgronden?

Ik in elk geval niet. Maar toch moet ik één ding wél zeggen, en dat is dit:

 

Als de Heere een zó afgedwaalde als ik was, heeft terug weten te halen tot de kudde, wie ben ik dan om te zeggen, dat Hij dat anderen níet zal doen?

Als ik ook maar een béétje besef heb van zijn onmetelijke liefde, groter dan het universum, veelzijdiger dan alles wat daarin is, dan kan ik mij bijna niet voorstellen, dat Hij niet iedereen in Zijn armen wil sluiten.

Tenzij je dat zelf persé niet wilt, natuurlijk.

Ik denk dat Hij jou dan ook in die keuze laat, met alle consequenties van dien. 

We opperen, dat die keuze ook nog zou kunnen in het laatste stervensmoment, ook bij een verstokte godloochenaar, een heiden, een islamiet, een boeddhist, en weet wie wat.

Ik sluit dat niet uit, want de Heere is zó machtig, dat hij door de dikste muren van ongeloof en onwil heen kan breken.

Zijn liefde is zo warm, dat Hij het dikste ijs kan laten smelten.

Maar ík durf niet te stellen dat dat ook voor mij persoonlijk zou gelden.

Met andere woorden: ik hoop het er in elk geval niet op aan te laten komen.

Ik hoop dat de Heere mij vast blijft houden, tot en met dat laatste moment, en voor altijd.

Dat hoop ik ook voor Simone.

En voor iedereen, ook voor jou, die dit leest.

 

In de volle vreugde ook van het leven hier en nu, spreken Simone en ik af, dat we, D.V., ook nog een keer samen gaan ‘stappen’ in Utrecht.

Ik voor mij verheug me er nu al op.

 

 

vorig: satire: wel hier en gender

volgend: recht aan vrouwen of aanrecht: was Paulus wel zo vrouwonvriendelijk

recht aan vrouwen of aanrecht (5)

Hoe ontstaat machtsmisbruik?

 

De vorige blog ging over vrouwen in de Bijbel, over hun kracht, maar ook over wat wij tegenwoordig machtsmisbruik zouden noemen.

Hoe ontstaat machtsmisbruik? Onder andere door een foute uitleg van (Bijbelse) begrippen als b.v. ‘heersen’ en ‘onderdanigheid’ waarop werd ingegaan onder blog : ‘wat betekenen woorden écht?   

Maar er is  meer.

 

Als krachten niet gelijk zijn, kan machtsmisbruik insluipen.

Op elk levensgebied, wereldwijd en maatschappij-breed laat het recht van de sterkste zich vaak gelden.

Als iemand – fysiek –sterker is dan de ander kan er door deze ongelijkheid dominant gedrag optreden.

Van oorsprong zijn mannen lichamelijk sterker - minder kwetsbaar - dan vrouwen. 

Daarom waren zíj het die de boel verdedigden in geval van gevaar, vijandig volk en wilde dieren.

Bovendien moest meestal op pure lichaamskracht de kost verdiend worden.

Dat was, in die barre oertijden, met nauwelijks andere hulpmiddelen dan een speer en een ploeg waar je nu zachtjes van zou gaan schreien, écht mannenwerk.

Een vrouw als schaapherder? Ondenkbaar.

Een soft baantje zou je denken. Maar er moest hitte en kou getrotseerd worden, wilde dieren te lijf worden gegaanen en rovers-gespuis van de kudde geweerd worden. En je moest met enig fatsoen een slingersteen kunnen hanteren.

Een vrouw in de oorlog?

O, een vrouw kón strijdbaar zijn. Neem Debora, Jaël en onze eigen Kenau Simonsz Hasselaar. Maar hele légers vrouwen?

Een vouw kán strijdbaar zijn. Neem alleen maar je zelf, als je moeder mag zijn.

Zou je niet je leven in de waagschaal stellen als je kind in gevaar is?

Ga je niet,  met voorbijzien van je eigen veiligheid, tot  het uiterste om je kind te redden?

Ieder moederdier – het schattigste katje, de schrielste chihuahua –  wordt een tijgerin als ze haar jongen bedreigd weet.

(De vaders niet te na gesproken hoor, ook zij staan hun mannetje.

Kom maar niet te dicht bij een zwanennest. Pa zwaan is in staat om je dood te slaan. 

Maar dat heeft geen prioriteit. Eerst komt de bescherming. Zowel bij het mannetje als het vrouwtje.

Een drachtig, broedend, of met nakroost gezegend vrouwtje ontwijkt het gevecht, om haar kroost ongehinderd en veilig te kunnen voortbrengen.

Ze heeft haar nest in het onbereikbare of het verborgene. Het helpt daarbij dat het vrouwtje niet zo pralerig is uitgedost als het mannetje.

Zo valt ze niet op. De schepping, God zelf,  reikt de natuurlijke  ingrediënten aan ter bescherming van haarzelf en haar kroost.

Zowel door haar outfit,  of door een groep, maar ook door een mannetje.

 

Als van de man wordt gezegd dat hij een macht is boven zijn vrouw, of over haar ‘heerschappij’ heeft, dan betekent dat dus niet, dat hij, haar onderdrukt, (seksueel) misbruikt, of wat ook doet dat haar in haar menswaarde krenkt.

Dan betekent wél dat hij de natuurlijke kwetsbaarheid van zijn vrouw beschermt. Dat hij haar onder zijn 'hoede' heeft.

 

In het feminisme zoals dat in de 60-er jaren van de vorige eeuw de kop op stak, werd dit finaal afgewezen.

Een vrouw moest zéker niet onder de hoede van een man staan.

Ze moest daarentegen óp haar hoede zijn.

(woordspelend zijpaadje: vandaar dat een vrouw bijna nooit meer een hoed  óp heeft,

ook niet in de kerk - kom ik misschien nog eens op terug)

 

Voor zichzelf opkomen, eigen keuzes maken, en -economisch - onafhankelijk zijn.

Is veel voor te zeggen. Ik persoonlijk zou me ook ‘belemmerd’ hebben gevoeld zonder eigen financiële inbreng en onafhankelijkheid.

Ook al waren mijn twee echtgenoten[1] de liefst denkbare schatten ooit.

 

Maar weldra gaat het feminisme niet meer over maatschappelijke-  en rechtsgelijkheid.

Dan gaat het niet meer over verzet tegen oneigenlijke machtsuitoefening, dan slaat het dóór naar de ‘seksuele revolutie’.

Alles kan, alles mag. Alles móet zelfs. Vrije en vrijblijvende seks. Bóven de man staan.

De baas spelen. Al of niet in eigen buik.

We weten waar déze ‘rechten’ óók toe geleid hebben: ziekten, echtscheidingsgolven, vaderloze kinderen, abortus, en nu, hè já,

vrijheid-blijheid ten top …..

…..oeverloos metoo gemekker.

Die vrije seks was dan tóch niet zo vrij als we altijd gedacht hadden.

 

Toch hoor je mij het feminisme niet helemáál verketteren. Immers, het is wél opgekomen voor rechten van vrouwen, waardoor er ook veel goeds tot stand is gekomen.

Zo zijn ongelijke behandeling en dito rechtspositie van vrouwen scherp aan de kaak gesteld en mede daardoor hersteld.

Zo kunnen vrouwen studeren wat ze willen

(dankjewel vrouwen als Aletta Jacobs, maar ook latere, met name de meer 'verborgenen',  zoals de RK hoogleraar Hebreeuws Ida Gerhard, tevens begenadigd dichteres, van wie ik de lezing van haar berijming van de psalmen van harte aanbeveel - pure, indringende poezie, en ook nog eens zeer dicht bij de oorspronkelijke hebreeuwse tekst.)

Zo zijn er broodnodige blijf van mijn lijf huizen zijn uit de grond gestampt, ter bescherming van mishandelde/misbruikte vrouwen en kinderen.

 

En ook overigens is de vrouw in de samenleving aardig op de kaart gezet. [2]

 

[1] niet tegelijkertijd hoor....wink

[2] Ik kan het niet laten een wat cynische noot toe te voegen:  zelfs worden vrouwen in dit land de vrijheid toegedicht om zich te laten onderdrukken.

Met name als men meent dat ze - gedwongen door een man-gedomineerde 'god'sdienst burka's - moeten kunnen dragen.

 

Vorige: vrouwen in de Bijbel

Volgende: wat doen vrouwen met emancipatie

 

reageren:

whapp 0655180402 

@mail riet.ritman@planet.nl


 

satire

De waan van de dag 

of

Wel-hier-en-gender

Er is een tendens gaande om ons, mensen, mannen en vrouwen, jongens en meisjes, voortaan niet meer als mannelijk en vrouwelijk aan te duiden.

Ik weet niet helemaal precies waarom, maar het schijnt dat het kan leiden tot ‘uitsluiting’ dan wel ‘voorkeur’.

En het is, geloof ik, ook om te voorkomen om dat deel (0.07 %) van de bevolking, dat verdriet heeft van zijn/haar bij geboorte meegekregen geslacht, nog méér gekwetst wordt.

 

Dat zal best heel vervelend zijn, maar ik weet daar te weinig van om er iets zinnigs over te kunnen zeggen.

Laat me dan maar wat onzinnigheden uitkramen.

Want ik ontkom nu – en dat zal wel totaal fout zijn – niet aan  een plotseling opwellende aanval van spotlust die ik hieronder dan ook hartelijk ga uitleven:

 

Ik mag me niet meer als vrouw identificeren.

Was dàt even lastig bij de sollicitatie.

En solliciteren móest.

Geteisterd door die ándere waan van de tijd, namelijk hoge boetes op spaargelden, en zwaargetrimde pensioenen, deden mij uitzien naar uitkomst voor dreigende geldelijke bekommernissen.

 

Lastig dus, want hoe voorkom ik dat ik als vrouw door de mand val. Maar je kent me, aan  vindingrijkrijkheid geen gebrek!!!

Ik schreef mijn voornamen op als Mari-a /us, Johann-a /us, Albertin-a /us, en mijn achternaam als

Rit-man /vrouw, geboren Bak-ker /ster

Toen de geboortedatum.

Dat ik geboren ben, viel niet te ontkennen,  dus daar maakte ik ‘ooit’ van – dat voorkomt meteen leeftijdsdiscriminatie.

Ik schreef al mijn vaardigheden op in de sollicitatiebrief, van koken en ramen lappen tot banden verwisselen en olie verversen[1],

Want dat kan ik allemaal en is bovendien heel gender-divers.

Het was dus geen verrassing: ik werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek.

 

Even schoot ik in  paniek.

Ofschoon ik een lichte leeftijd- gebonden kinhaarwoekering tot dusver met wisselend succes kon bestrijden, liet ik het nu gaan.

Maar dat leidde niet tot de beoogde maskering van de rimpelingen in het verouderende maar overigens toch nog o zo vriendelijke gelaat.

Spoorslags naar de feestwinkel, waar ik mij een zogeheten Januskop aanschafte: een masker met zowel vóór als achter een gezicht.

Nadeel was even, dat ik toen van voren niet meer wist dat ik van achteren leefde, maar dat werd al gauw een voordeel:

dat maakte maakte me nóg meer tijds-eigen.

 

En nu: wat trek je aan? Gelukkig was het juist bijna Sinterklaas, dus een jutezak was dra aangeschaft.

Ik knipte gaten, daar waar mijn hoofd en armen doorheen gingen en ik had succes.

Ieder spoor van - ook maar in de verste verte vermoede-  charme gesmoord.

 

Maar foei nu toch, wat zie ik daarrrrr ?

Zelfs door het grove jute heen, waren er nog twee niet mis te verstane tekenen van vrouwelijkheid te bespeuren.

Ik vlóóg naar de drogist voor drukverband.

 

In de wachtkamer van het bedrijf waar ik gesolliciteerd had, voelde ik mij meteen thuis en vooral veilig:

iedereen zag er eender uit: oppervlakkig voorkomen, jute zak, januskop  –

 

Ik ben afgewezen.

Raad waarom.

Uit de DNA test bleek dat ik tóch een vrouw ben -

 

…..vergeten mij genetisch te laten manipuleren.

 

Natuurlijk is dit een onzin verhaal.

Maar de teneur van de tijd is, dat het bijna een schande lijkt te worden om een man of een vrouw te zijn. 

Terwijl God ze schiep. Man en vrouw: beide schiep hij ze.

Terwijl kinderen een vader en een moeder mogen hebben.

Geschenken, die gaandeweg steeds meer verkwanseld worden voor de waan van de dag.

 

Ja, eenmaal zullen we voor elkaar geen man of vrouw meer zijn.

Dan  zullen we, zoals Jezus belooft:  zijn zoals engelen in de hemel.

Maar zoals het er  nu uitziet, dreigt er iets heel anders.

Namelijk dat we zullen gelijk gemaakt worden aan demonen in de hel, al hier op de aarde.

 

Ik overweeg stiekem om standaard een rok te gaan dragen…..

 

 

vorige:  in serie groei en bloei in de kerk: Walter

volgende:  in serie groei en bloei in de kerk: Simone

 

 



[1] van de friteuse