EVEN IETS RECHTZETTEN

 

 

Beste mensen, maar met name jij, die hebt meegewerkt of nog zal meewerken aan dit blog,

 

Misschien is het ook jou niet ontgaan dat er in de Vierklank van 18-7 een artikel  staat, dat nagenoeg geheel en letterlijk is overgenomen van ons blog.

Ik wil je graag laten weten, dat dit totaal buiten mijn medeweten is gebeurd.

Ik verzeker je, dat ik nooit-nooit-nooit elders iets over jou zou plaatsen, noch wie dan ook ooit zou toestaan iets van mijn hand over jou te publiceren - zonder jouw instemming.

 

Ik groet jullie allen hartelijk.

Riet

JONG LEVEN IN DE KERK / Naomi

Naomi

je kunt alles wel verstandelijk proberen te benaderen, maar dat is in het geloof gewoon niet altijd mogelijk.

Dat maakt het ook niet vanzelfsprekend  om zomaar gewoon te geloven.

 

Ik pik Naomi op bij de crèche, waar ze tijdens de kerkdienst op de kleine kinderen heeft gepast. Leuk? vraag ik.

Je doet eens een spelletje, je leest een verhaaltje voor,  je troost een enkel huilend kindje, dus ja, over het geheel genomen: heel leuk, aldus Naomi.

We rijden door een miezerige zondag naar mijn huisje, waar ik thee ga zetten en Naomi alle kaarsen en lichtjes gaat aansteken die er maar voorhanden zijn.

De thee met ‘n chocoladecakeje (met een Himalaya - volgens Naomi - aan slagroom,) vinden hun weg en intussen komt als vanzelf het gesprek op gang.

Dit gaat geen interview worden, dat voel ik al meteen. Dit wordt wederkerig luisteren, instemmen en tegenwerpen, kortom, een prettige en pittige discussie.

Dat zijn ook de woorden, die bij Naomi passen. Zij laat zich absoluut geen knollen voor citroenen verkopen, stelt overal kritische vragen bij of voegt dito kanttekeningen toe, zodat er geen sprake is van ‘vanzelfsprekendheid’, en dat is, tesamen met gevoel voor betrekkelijkheid en humor, verkwikkend.

Naomi studeert bedrijfskunde, aan de Universiteit van Nijmegen, en heeft daarbij ook nog een enkel semester  filosofie gedaan.  

Ze is actief lid (en kringleider) van de studentenvereniging Navigators, die tot doel heeft, de studenten tot Jezus te brengen en hen tot een actief navolger van Hem te maken.

Dit is mede een verklaring, waarom Naomi vindt dat er in de kerk te weinig wordt gepreekt over die navolging.

Naomi hoort maar al te vaak spreken over zonde en schuld, waar dan wel de vergeving van de zonde aan wordt gekoppeld, maar, vraagt zij zich af:

als er eenmaal sprake mag zijn van vergeving en verzoening, wordt het dan niet eens tijd om aandacht te geven aan hoe we invulling geven aan – antwoord geven óp – die vergeving en verzoening?

In plaats van steeds weer een schuldgevoel aanwakkeren zou je ook eens kunnen denken aan het opwekken van verlangen. Verlangen om Jezus na te volgen en bij Hem te horen.

Ik wilde beslist niet de oudere en ‘dus’ wijzere uithangen (want oud en wijs gaan lang niet altijd samen, hooguit heb ik als oudere meer kunstjes geleerd) maar het moest me toch vanuit eigen ervaring van het hart, dat je, ondanks dat je een verzoend kind van God mag zijn, je jezelf toch geregeld weer in een situatie manoeuvreert, die niet naar Gods wil is. Vergeving blijft steeds weer nodig.

Maar, voegt Naomi toe, je krijgt door de kerkgang,  ook door de verkondiging - misschien wel onbewust – toch een heleboel mee, zoals bijvoorbeeld niet egoïstisch zijn, aan anderen denken.

Wat zij, ook als kind van huis uit, heeft meegekregen, is het belang van de zondagsrust. Dat ervaart ze, zeker als het leven steeds hectischer blijkt te worden, als een zegen. 

 

Er is ook bij Naomi sprake van verlangen naar een ‘betere wereld’ – eerlijker verdeling van de rijkdommen, ook mondiaal gezien. Het zou niet zo moeten zijn dat rijken alles doen om ten koste van de armen, nog rijker te worden. Dat natuurlijke rijkdommen vernietigend geëxploiteerd worden.

Nu kun je ‘een betere wereld’ wel gaan vertalen naar ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’, die beloofd wordt, maar waarom zou je lijdelijk gaan zitten afwachten? Moeten we intussen écht arme mensen laten kreperen, en de aarde verder naar de verwoesting helpen?

Naomi hoopt, als zij een actief werkend lid van de maatschappij zal zijn geworden, meer en actief bij te dragen aan de bevordering van gerechtigheid.

 

Wat zij aantrekkelijk vindt in onze kerkgemeenschap is de diversiteit. Op de jeugdvereniging zitten allerlei mensen van alle soorten opleiding en met verschillende gaven. Een veelzijdigheid, die ze in het studentenleven op die manier niet ervaart.

Ook in de kerk merkt zij dat op: werkelijk alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, en álle mogelijke niveaus.

Bovendien is er altijd herkenning. Ook al ken je de mensen niet eens persoonlijk, het is altijd wel een opa, oma, oom of tante van een vriend of vriendin.

Op de één of andere manier hoor je allemaal bij elkaar, ben je één grote familie.

Als je, hoe dan ook, in een andere kerkgemeenschap terecht zou komen zou het nog niet meevallen zoiets helemaal van de grond af op te bouwen.

 

Naomi weet verstandig en kritisch de dingen te benaderen, ook geloofszaken. Gewoon klakkeloos aannemen wat er wordt opgelepeld, is niet zo haar ding.

Hoe herkenbaar.

We kunnen elkaar dus wederkerig toeroepen:

“Onderzoekt alle dingen, maar behoudt het goede”.

 

MISSIONAIR IN MUZIEK

MISSIONAIR IN MUZIEK

 

 

Jaco de Jong

Jaco de Jong is 13 jaar, en volgt het voortgezet onderwijs.

Daarnaast heeft hij ook nog orgelles. Intussen ook alweer ruim een jaar.

Ik werp stiekem een blik op zijn lesboeken, en concludeer dat hij in die korte tijd best al heel ver gekomen is.

Een uitgesproken talent, dat mocht trouwens ook blijken uit de - inmiddels traditionele - leerlingen- voorspeelavond die Fia Lam jaarlijks voor de gemeente organiseert, die Jaco vorig jaar opende.

Het talent zit kennelijk in zijn genen, want zijn overgrootvader, Pieter Wijnen, was de kerkorganist in de tijd vóór Fia Lam

Onder zijn leiding is zij begonnen  op het kerkorgel te spelen.

Leuk détail, dat de achterkleinzoon van genoemde Pieter, nu de leerling is van Fia.

En ook zijn grootmoeder, Jannie de Jong, speelt orgel. Van haar vader geleerd.

Ook haar lesmateriaal bestond uit de lesboeken van Folk Dean, die ze allemaal aan Jaco heeft overgedragen.

Jaco heeft het dus van geen vreemden.

Jaco heeft schik in de lessen, hoewel het spelen van een lied tóch altijd weer leuker is dat het leren van oefeningen en lesjes.

Maar ja, wie vindt dat niet?

Muziektheorie en allerlei muziek‘weetjes’ boeien hem wél,  zoals bijvoorbeeld hoe diverse toonladders, harmonieen en cadenzen in elkaar zitten,  

Of er een kerkorganist uit hem zal groeien? Wie kan dat weten? Jaco ook niet.

Maar als God het mocht willen, en Jaco er zin in blijft houden, dan mogen we misschien wel goede hoop hebben dat een oude traditie in een nieuwe generatie,hem gaat voortgezet worden.

 

riet r-b

Ruben van Renswoude

Ruben van Renswoude

Je moet er voor waken dat verschillen in opvatting geen géschillen worden. Daarmee geef je de Satan handvatten om de mensen af te leiden van waar het wérkelijk om gaat.

 

Zo’n regenachtige wintermiddag, één van die bejaarde laatste dagen van het heensnellende jaar 2017.

Hoe verkwikkend is het dan als er een jongmens bij je binnenvalt, vol goede moed en zin, ook in de thee met resten kerstlekkernijen. Ook Ruben heeft in mijn klasje gezeten, maar heeft daar nauwelijks herinneringen aan, goede of slechte. Het was er gewoon. We jumpen daarom meteen maar door naar het nu.

Ruben studeert elektrotechniek. Hij denkt later techtniekles te gaan geven op een middelbare school.

En hij gaat naar de kerk. Omdat hij het wil.  Ondanks dat hij er vaak moeite mee heeft om zijn aandacht  erbij te houden.

‘Dat komt ook’, zegt hij, ‘doordat je een heel andere manier van ‘presenteren’ gewend bent geraakt. Leerstof, informatie – het is allemaal meer visueel en meer gestructureerd

Echter, ook al kan hij kerken en genootschappen noemen, die een levendiger programma vertonen dan ónze orde van dienst, ook al zijn preken elders misschien spannender, toch peinst hij er niet over, om over te stappen naar zo’n andere kerk. Dat is vluchten voor vragen, problemen. Met weglopen los je niets op.

En, stelt hij nuchter vast: er zal dáár ook wel wat zijn. Veranderingen? Indien verbeteringen: ja.

Maar met doordrijven van veranderingen stoot je mensen voor het hoofd. Dat werkt averechts. 

Er kunnen best verschillen van mening zijn, dat geeft niks. Daardoor raak je met elkaar in gesprek. Maar je moet er, aldus Ruben, wel voor oppassen dat die verschillen geen géschillen worden.

Daarmee geef je de Satan handvatten  -  eerst om de mensen af te leiden van waar het wérkelijk over gaat, en vervolgens om totale afscheiding, scheuring, en persoonlijk afscheid van het geloof te bewerken.

Ruben hoopt dat dit met hem nooit zo ver zal komen. Omdat er toch aan alle kanten aan iedereen getrokken wordt, ervaart hij wel een strijd.

Er komt zó veel op je af; dat zou niet te verwerken zijn als je geen rustpunt had in het gebed. In de stille tijd. En in de zondagsrust. Daar kun je toch eigenlijk niet buiten in dit hectische leven.

Eigenlijk gek, peinzen we allebei, zelfs al heb je tijd zat, toch is je stille tijd bijna altijd het laatste waar je mee begint, en dan mag je nog blij zijn dat het er van komt.

Ik herken dat in mijn ochtendprogramma: eerst dit en dan dat… en Ruben, die zijn stille tijd ’s avonds voor het slapen houdt, erkent dat hij soms tijden op de bank zit te hangen, en dan uiteindelijk, op zijn kamer, zo omvalt van de slaap, dat het er niet meer van komt.

We stellen vast dat het niet zozeer de omstandigheden zijn, die ons ervan weerhouden, maar de menselijke en natuurlijke neiging om God niet te zoeken.

 

Als we het hebben over muziek (ja jongens, toch mijn hobby - RR) dan ziet hij relipop niet alleen als plagiaat van de secupop, maar bovendien als heel slechte plagiaat. (Ik glim van instemmend genoegen en grijns van oor tot oor).

Hoewel hij vindt, dat je met gewone popmuziek ook voorzichtig moet zijn. Sommige teksten kúnnen vanuit christelijk oogpunt gewoon niet.

Dan dient zich de vraag aan, of tekstloze muziek dan wél altijd goed is. En dan kom je al gauw terecht bij Bach en Mozart, die muziek hebben geschreven die, naar wel gezegd wordt, recht uit de hemel komt.

Maar mag je dat eigenlijk wel zeggen? Strikter nog: mág je dat wel mooi vinden. We komen hier op uit: als je twijfelt of iets goed is, verwerp het dan, maar wees in ieder ander geval in je eigen gemoed ten volle verzekerd.  

Immers, ook in culturele uitingen kan God aanwezig zijn. Hém zoeken is het eerste.

We luisteren via Spotify een stukje relirap, wat tekstueel lang niet slecht is, en, een stukje Palestrina. 

Recente rap en renaissance reli – tegengestelder kun je nauwelijks vinden. Maar in beide kun je God zoeken.

 

Ruben is  graag actief betrokken bij en in het gemeenteleven. Hij erkent hierin ook het ouderlijk voorbeeld. Hij is lid van de JV en zit bovendien in het bestuur. Ook was hij een paar keer vrijwilliger bij de VakantieBijbelweek.

Hij zit niet meer op catechisatie, maar hij hoopt te zijner tijd naar de belijdeniscatechesatie te gaan en ook belijdenis te doen.

De Bijbelstudies, die hij met andere leden van de Christelijke studentenvereniging Ichtus volgt, lijkt wel een beetje op catechisatie. Je bereidt de Bijbelstudies samen voor en bespreekt ze later in een groepje.

Ruben ziet die interactiviteit ook in een interactieve kerkdienst wel zitten. Meer directe betrokkenheid op elkaar in gesprek en gebed. Dat zou het meer persoonlijk beleven van een eredienst bevorderen.

Niet persé ter vervanging van de gemeenschappelijkheid, maar als aanvulling daar op en in combinatie ermee.

Maar, hoe je het ook aanpakt, het blijft het volgens hem voor kinderen moeilijk om een hele dienst uit te zitten. Hij denkt dat om de week een eigen kinderdienst, zondagsschool of wat ook, de kinderen meer zal boeien.

Maar, om ze aan de kerkdienst te wennen, zou hij ze wel graag om de week de hele dienst in de kerk zien.

 

Ik heb het gevoel dat we nog úúúren van gedachten zouden kunnen wisselen, maar de tijd is om, en bovendien is zijn zusje jarig, en zal hij hand en spandiensten gaan verlenen op haar feestje.

 

Het was een rijke middag.

JONG LEVEN IN DE KERK

JONG LEVEN IN DE KERK

 

Annelies van Oostrum

de kerkdiensten hadden wel iets ‘ eigens’, zo met het hele gezin en heel veel familie, maar dat ik een rokje aan moest – bah!!!

 

Annelies zit al vanaf haar vierde in de kerk. Met haar ouders, en later met haar broertjes. Zo echt als gezin. Dat ben je je als vierjarige niet bewust. Het ís gewoon zo. Het hóórt gewoon zo te zijn. Of je het fijn vindt of niet. 

Meestal vond ik het niet fijn. Maar ik probeerde er wat van te maken.

Natuurlijk snapte ik niks van wat er gepreekt werd. En de aandacht erbij? Nou, niet echt, maar ik kreeg snoepjes, en daar speelde ik mee en verzon er héle verhalen bij.

Wat is écht heel erg vond, was dat ik een rokje aan moest.  Dit met een dikke grijns, die ik volledig kan wisselen.

Pas vanaf ongeveer mijn 11de ben ik werkelijk gaan luisteren, en ja, dat is toch anders dan je anderhalf uur min of meer te vervelen.

Maar, vervolgt Annelies, ik denk wel dat het goed is, kinderen van jongs af aan mee te nemen. Alleen al om praktische redenen. Je leert stilzitten, je leert je naderhand concentreren, en dat komt later ook nog van pas – dat merk ik nu zelfs nog met mijn studie.
Over de zondagsschool kan Annelies kort zijn: ik vond het vreselijk. Ze vertelt dat de klok op zolder altijd stiekem naar voren werd gedraaid, iets waarvan ze dachten dat meester André  of meester Kees het niet in de gaten hadden.

Annelies heeft in 2016 belijdenis mogen doen.
Op mijn vraag of dat geleid heeft tot geloofsverdieping, antwoordt ze, dat belijdenis doen niet de oorzaak is van het geloof, maar juist andersom.
In de tijd in Spanje, los van de kerk en de gemeente, heeft ze uiteindelijk toch veel steun gehad aan haar geloof. 
Er komt zó veel op je af, nieuwe dingen, nieuwe mensen, nieuwe ervaringen, nieuwe acties, dat je er steeds voor moet waken dat je geloof niet ondergesneeuwd raakt.

Maar ook in het gewone leven, ook als student, valt het niet altijd mee om open in het geloof te zijn.
Annelies staat, Spaanse taal en literatuur studerend aan de Universiteit  van Utrecht, midden het de wereld.
Wat haar zeer doet is, dat mensen wel eens zeggen, dat het laf is, als je niet altijd voor je geloof uit komt, bijvoorbeeld in een groot en rumoerige gezelschap in de eetzaal, bidden voor het eten.
Ik geef aan te denken dat dat niet altijd iets met lafheid te maken hoeft te hebben, maar wel veel met ‘gelegenheid en omstandigheden’. Vraag mensen maar eens wat zìj doen, of zeggen, als ze op de markt of waar dan ook in het openbaar horen vloeken. Het antwoord (een enkele gunstige uitzondering daargelaten) zal al gauw iets zijn als: nou, ik had de gelegenheid niet, of: de omstandigheden waren er niet naar.

Als belijdend lid van de gemeente mag ze stemmen, ook over ambtsdragers.
Ik vraag wat ze vindt van vrouwen in het ambt. Ze zegt: als dat om de goede redenen is. waarom niet. Een goede reden is dat een persóón geschikt en geroepen is. 

Als het er alleen maar om gaat om persé vrouwen in het ambt te drukken, dan zeg ik néé!

Overigens is Annelies al lang af van de gedachte dat je in het geloof van alles moet, en niks mag. Zij ervaart daarentegen niets van dat soort dwang, eerder vrijheid.

Neem bijvoorbeeld de zondagsrust. Je hóeft, na een drukke week, even niks. Je mág naar de kerk.

We gaan het over participatie van jongeren in de dienst hebben. Ik vertel dat iemand ooit eens opperde dat jongeren meer getuigenis zouden moeten kunnen afleggen tijdens de dienst, ‘à la Rianne’.
Annelies beaamt dat dat prachtig was, maar ziet zich zelf dit niet zo maar een twee drie doen. 
Ze wil niet voor anderen spreken, maar vermoedt dat er maar weinigen te vinden zijn die dit zouden willen of durven.

En mocht er wel eentje zijn, waarom zou je die in een uitzonderingspositie plaatsen ‘boven’ andere jongeren? 
De eensgezindheid zoals die er nu mag zijn, zou verstoord kunnen worden. En eensgezindheid ís er. Dat ervaar je ook op de jeugdvereniging.

Daar komen niet alleen de jongeren van onze kerk, maar ook mensen die nooit in de kerk komen, en mensen uit de plaatselijke gereformeerde kerk.

Er is geen onderscheid. Er is ook nooit discussie over.
Wat misschien wel een optie voor participatie zou kunnen zijn is jongeren die dat willen, bij toerbeurt een taak in de liturgie te geven.

Bijvoorbeeld de voorlezing van de Wet of de geloofsbelijdenis. Of de Schriftlezing.

Daar zou animo voor kunnen bestaan.

Annelies is behoorlijk muzikaal is (ze heeft vioolles gehad maar dat ligt nu wegens drukke bezigheden stil).

Ze houdt van “klassiek’, maar ook van Opwekking en reli-pop, en vindt een dienst met dit soort muziek, compleet met een band, geweldig fijn en gaat er af en toe ook graag naar toe.

Maar ze zit er niet op te wachten dat dit ook in onze kerk zal gaan plaatsvinden. 

Ook overigens  is Annelies niet uit op drastische vernieuwingen, hoewel ze veranderingen naar een wat ‘ruimere’, wat modernere liturgie niet zou tegenhouden.

Dat zou ze ook wel prettig vinden voor haar eigen kinderen, mochten die haar gegeven worden.

Hoe dit zij, ze is vast van plan die, als het enigszins mogelijk is, van jongs af aan mee te nemen naar de kerk.