stilstaan bij beweging

Stilstaan bij  

DRIE HEILIGE KONINGEN

    of

de kosmische leugen van de astrologie

 

Ik hoor, ook in christelijke kring, steeds vaker de astrologie verdedigen als een Gode níet onwelgevallige zaak.

En dat dan met verwijzing naar de ‘Wijzen’ uit het Oosten: ‘Daaraan kun je zien dat God ook de astrologie wil gebruiken’.

 

Ik wil deze gruwelijke misvatting met het onderstaande artikel weerleggen als volgt.

 

In het Oude Testament  veroordeelt en verbiedt God de astrologie. Talloze keren. Onomwonden.

Israël haalt zich er Gods toorn en straf mee op de hals.

Immers, het is:

niet vertrouwen op God en Zijn Woord, maar afgaan op tekenen in de hemel.

Ofwel het volgen van heidense machten. Goden, die, verheven tot hemellichamen, levensvernietigend zijn.

Het wordt hoererij genoemd en dat is het ook. In de meest letterlijke zin van het woord.

Vruchtbaarheidsdiensten (lees: overmatig seksueel wan- en dwanggedrag, dat tot ziekte en dood leidt ) ter ere van Astoreth. 

Offerdiensten aan Moloch: Kleine kinderen werden in zijn armen gelegd, om hen met het vuur in zijn beeltenis te verbranden.

Naar deze en andere goden[1] werden sterren en planeten genoemd. Omgekeerd werden de hemellichamen ook als 'goden' geïdentificeerd. 

Astrologie en religie – lees: afgodendienst – zijn dus nauw verweven.

 

In het Nieuwe Testament treden ‘Wijzen’ aan, die op weg gaan om onder leiding van een ‘ster’[2] een koningskind te zoeken.

 

Maar - waren deze ‘Stervolgers’ nu ‘Wijzen’?  In het Grieks staat er ‘magoi’ en dat betekent: magiërs, tovenaars. 

Het zijn ingewijden in de oude Chaldeeuwde (Babylonische) astrologie. 

Deze ingewijden stonden, ook in de tijd van Daniel en het Babylonische meer-godendom, in hoog aanzien als  ‘wijzen’.

Maar:  'wijzen' - dát waren deze mannen, in de context van het Matheus Evangelie, niet

Want dan zou er het griekse woord ‘sofoi’ hebben gestaan.

De Bijbelvertalers in de vroege kerkgeschiedenis en hun opvolgers hebben  kennelijk geen raad geweten met deze tovenaars.

Immers,  de kerk kon in beginsel niet toelaten dat magie, astrologie, zou insluipen in de christelijke leer..

Dus in plaats van het woord ‘magiërs’ is voor het woord  ‘wijzen’  gekozen, volgens de Babylonisch-Perzische cultuur en traditie.

De kérkelijke traditie heeft het steeds verder doorgetrokken, zeg maar gerust: óvertrokken.

Ze spreekt zelfs van drie heilige koningen, deze personages steeds verder afbrengend van hun oorsprong. 

Of de magiërs, door hun bezoek aan het Kind Jezus, inderdaad geheiligd zijn, we weten het niet.

Zijn ze van hun  afgodische en occulte praktijken bekeerd?

Zijn ze wérkelijk  zijn gaan geloven dat Hij hun redder en verlosser tot hun eeuwig heil is –

ik hoop het hartelijk voor hen, maar het staat nergens.

 

Het is per traditie een aanname, waarschijnlijk ook weer omdat niemand er raad mee wist. 

Je kon toch niet aannemen dat Gód heidense tovenaars, die Hij verfoeit, naar de wieg van Zijn zoon stuurt?

Om Hem te bemodderen met aards slijk als mirr’ wierook ende goud? [3]

Daar lag dat Kind toch wérkelijk niet op te wachten.

Had Hij dáárvoor de Hemelse rijkdom en heerlijkheid, waarin álles in Zijn macht en hand was, verlaten?

 

Ik wil, door deze vragen aan het denken gezet, aannames voorstellen die mede gebaseerd zijn op cultuur-historische gronden.

Maar ik ben mij er van bewust dat ik hiermee wél een enkel heilig huisje aan het wankelen breng.

 

De astrologen in de tijd van Jezus’ geboorte waren lang zo machtig niet meer als in de tijd van Nebukadnezar en anderen, tot Kores.

(Cyrus de Grote, die het meergodendom afschafte omdat hij ging erkennen dat er één ware God des Hemels is[4]).

De tijden, waarin astrologen de vorsten adviseerden, en daardoor zelf ook bijna oppermachtig werden, waren voorbij.

Niet dat ze een noodlijdend bestaan leidden (zie de ‘schatten’[5]) maar aanzien en macht waren getaand.

 

Op basis van die feiten leg ik de volgende aanname voor:

 

Zij zochten met hun gaven hun belangen terug te winnen en  in te kopen bij iemand, 

die naar astrologische berekening een groot en machtig vorst zou worden.

 

Ik laat dit  voor wat het ook mag zijn en volg verder de Bijbel.

 

Nadat zij hun boodschap gedaan hebben grijpt God in: Hij geeft ze een droom dat ze  niet naar Herodes terug moeten gaan. 

Dan verdwijnen de magiërs, onbekend in getal, even naamloos als ze gekomen zijn,  achter een vage horizon, 

met achterlating van ontreddering en verderf. 

In de Bijbel wordt nergens meer, door niemand, ook maar met één woord over hen gerept.

 

En wat doen wij? 

Wij geven ze traditioneel namen en titels die in de Bijbelse werkelijkheid nooit hebben bestaan.

We verheffen hen tot  ‘Heilige drie koningen’.  

Als zij dan inderdaad in recentere vertalingen - terecht - magiërs of astrologen worden genoemd, gaan wíj vervolgens de astrologie ‘heiligen’ .  

Volkomen onterecht en tegen Gods wet en wil.

 

Astrologie is een werkelijkheid, dat valt niet te ontkennen. 

God in zijn barmhartigheid wil ons ertegen beschermen door het te verbieden en het zo nodig af te straffen.

Omdat het een levensgevaarlijke werkelijkheid is. 

Het is een occulte bezigheid, maar een béétje astroloog kan sterren-constellaties vertalen naar de reële werkelijkheid.

Een redelijk herkenbare karakterbeschrijving en een levensloop, Zelfs voorspellingen doen, die dikwijls ook nog uitkomen.

Maar het zicht is altijd onvolledig en de duiding is altijd subjectief: 

een mens ziet wat hij wil zien, hoort wat hij wil horen, of vertaalt het naar wat het beste, het mooiste het leukste in zijn straatje past.

Mede daardoor is Astrologie misleidend, ja, tot stervens toe levensbedreigend.

De waarheid hiervan is in de Bijbel aangetoond:

 

Ook het zicht van dèze astrologen was beperkt.

Wat ze níet hadden gezien, was, dat het Kind geen kind van een aardse, in die tijd regerende, koning was.

Ze gingen dáárheen, waar ze nu juist  niet hadden moeten zijn: het paleis van koning Herodes.

Met alle levensvernietigende gevolgen van dien: de kindermoord in Bethlehem.

Iemand zei: ja maar, als de Wijzen die schatten niet hadden gegeven, dan had Josef nooit kunnen vluchten naar Egypte. 

Dan vráág je toch om de tegenwerping:

Als die Wijzen nou eens gewoon lekker thuisgebleven waren, dan had er helemaal niemand hoeven vluchten.

 

Ik denk 

- en ik voel dat er nu een paar héél heilige huisjes kletterend tegen de vlakte gaan –

 

dat de astrologie ook hier een instrument van de Satan was, ingezet om

het leven van Jezus én het Doel van dat leven onmogelijk te maken.

 

Om Hem meteen al aan het begin van Zijn leven te associëren met occulte, heidense praktijken.

Om hem te corrumperen met goud en goed.

Om Hem als het ware oorzaak te maken van de gruwelijke moord op kinderen.

Kinderen als Hijzelf – hoe boosaardig is dàt.

Om al meteen de joods-godsdienstige elite van Hem te vervreemden, door Hem te linken aan occulte astrologen[6].

 

Eén en al bewijs van de vijandschap tussen de Satan en het Zaad van de vrouw.

De vijandschap was er al meteen na de zondeval, maar wordt steeds duidelijker zichtbaar tijdens Zijn leven.

Tot en met Zijn dood.

Maar het trof Hem al meteen vanaf het begin van Zijn menswording.

 

Jezus hééft de Satan overwonnen. O zeker.

Laten dan ook wij in Zijn Naam de Boze weerstaan.

Ook in zijn aanvallen op ons, aanvallen, die vaak verschijnen in de verleidelijkste mooi-weerpraatjes. 

Onder andere, dat God de astrologie wil gebruiken voor Zijn werk.

 

Ik wens jullie allen gezegende Kerstvieringen.

Hetzij met elkaar, hetzij in eenzaamheid.

Maar altijd mét dat nieuwgeboren Kind.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

01 december 2019 (1e adventszondag)

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl  

Whappchat:      06 551 80 40 2

 

Verantwoording:andere bronnen dan de Bijbel zijn niet vermeld, maar op te vragen op genoemd @dres.

 

Riet R-B

stilstaan bij beweging

Geven en nemen 2

 

Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet

 

Daar eindigde ik het vorige stukje mee.

Ook een uitspraak van de Heere Jezus, in samenhang met dat 'zalige geven'.

 

Betekent dat, dat we anderen niet gaan vertellen hoeveel we voor deze en gene doen?

Dat we niet gaan uitbazuinen, hoeveel we in de collectezak stoppen.

Dat ik niet ga bloggen hoeveel giften ik opvoer bij de belastingaangifte?

Ook.

Dat is trouwens tamelijk vanzelfsprekend.

Het is namelijk  nogal beschamend om op te stoefen over goede daden en dito doelen.

Zeker als je het weinige  ‘goeds’ vergelijk met het tegendeel in mij.

Het kan ook plaatsvervangend beschamend zijn, als je iemand ergens over zoiets op hoort snijden.

 

Dus het is in mijn beleving niet zo moeilijk om te zwijgen over de ‘goede’  dingen.

Niet zo zeer uit bescheidenheid, maar meer uit schaamte, omdat het zo gering is.

Moeilijker wordt het, om, zelfs over dat geringe, niet toch - stiekem - je hart  te verheffen.

Zo van: zonder mij zou dit of dat nooit gedaan, gebeurd of gelukt zijn.

 

Zelfs al is het waar, dan is het des te meer nodig te erkennen, dat ik er zonder Gods hulp geen bal van terecht gebracht zou hebben.

Dat weet ik eigenlijk ook best wel.

Daarom bid ik ook heus wel hulp en bijstand, als er iets te verrichten valt.

Maar o wee: dan is het helemaal gelukt, en dan vergeet ik domweg om te danken.

Wil ik mij – tóch weer – niet afhankelijk stellen van die barmhartige God en Vader.

 

Erger nog: ik neig er toe om stiekem te denken: dat heb ik er toch maar weer aardig goed van afgebracht.

Mijn bewustzijn, mijn lijf en leden zijn doordrenkt met: ‘kijk mìj es’.

 

Met andere woorden: Ik laat dus mijn linkerhand precies weten wat de rechter doet.

 

En dat, zegt mij Jezus: dat zou je nou eens niet meer moeten doen.

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

24 november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:      06 551 80 40 2

 

 

stilstaan bij beweging

Stilstaan bij beweging

 

Geven en nemen 1

 

het is zaliger te geven dan te ontvangen

 

Als je iemand vraagt hoe gaat het nou met jou en die of gene, dan is het vaak zo’n standaard antwoord:

ach, wat zal ik er van zeggen: het is geven en nemen.

Dan bedoelen we, dat het matig gaat, dat er gezeur is, dat er weerstanden te overwinnen zijn.

 

Maar wat wil ‘geven en nemen’ nu eigenlijk zeggen in – dit is tenslotte een kerkweblog – het licht van de Bijbel?

Daar lezen we dat Jezus zegt: het is zaliger te geven dan te ontvangen.

Eén van weinige uitspraken, die we nu eens van harte kunnen onderschrijven. Want dat is zó waar.

Want wat is nou prettiger, zeg maar gerust: lekkerder, dan iets voor een ander betekenen?

Of het nu voor je kerel, je kind, je kat of je kerk is, of dat alles bij elkaar, het is toch heerlijk om te geven?

Dat is toch veel fijner dan ontvangen, veel prettiger dan iets (aan) te nemen.

En dan ook nog, o gruwel,  ‘dankjewel’  moeten zeggen.

Of,  nóg erger, te moeten ervaren dat de verhoudingen niet meer gelijk zijn.

Te moeten erkennen dat die gever misschien wel meer te waarderen is dan - dan jijzelf.

 

In gesprekken met mensen, vooral ouderen, bleek deze mening níet te worden gedeeld.

‘Geven’ is ‘goed’. Daarmee dóe je goed.

 ‘Nemen’ wordt als fout gezien, als egoïstisch beschouwd. Als anderen belastend.

Met alle respect voor deze opvatting, waag ik het toch, haar niet te onderschrijven.

 

Ik denk dat het juist andersom is. 

Ik denk, dat ‘nemen’ vooral voor jezelf belastend is.

In de zorg heb ik gemerkt, dat het aannemen en aanvaarden van hulp als het meest bezwarende wordt gevoeld.

Hoe ernstig de ziekte ook is, hoe slecht de zieke er ook aan toe is: dìt wordt als het meest onoverkomelijk ervaren.

Ik begrijp dat, ook uit herkenning, bijzonder goed.

Ook ik dop graag mijn eigen boontjes, ook ik heb van kind af aan geleerd mijn ‘eigen kousen op te rollen’.

Ik begrijp ook dat bij de oudere generatie nog kan leven, dat het vroeger heel vernederend kon zijn om iets van iemand krijgen.   

Vaak waren de verhoudingen ook extreem ongelijk.

Bijvoorbeeld een arm mens die iets van een rijke krijgt, vaak heel willekeurig:  restjes eten, of afgedragen kleding.

Of moeten wachten in de kerk tot het blauwe lampje brandde, voor je op het bedelingsbankje mocht gaan zitten.

Van die ‘bedeling’  afhankelijk zijn, was beschamend. ‘Je hand ophouden’ was een pure schande.

 

Nu de verhoudingen wel wat meer genivelleerd zijn, is deze schaamte eigenlijk niet meer op zijn plaats.

Toch blíjven we het vervelend vinden om iets aan te nemen, zeker als dat niet op een gelijkwaardige manier kan worden beantwoord.

 

Ik had daar ook altijd moeite mee, tot ik iets meemaakte, waardoor ik dat probeer te veranderen.

In de supermarkt, bij de kassa, vroeg een jonge man aan een oude dame of ze misschien wat hulp kon gebruiken.

Daar reageerde die ‘dame’  nogal kattig op: nee, dat kan ik zelf nog wel hoor.

En vervolgens tegen niemand in het bijzonder: en me laten bestelen zeker.

Ik voelde mij plaatsvervangend zò beschaamd, dat ik tegen die jonge man heb gezegd:

nou, joh, als je wilt: ik kan best wel wat hulp gebruiken hoor.

En dat gebeurde ook.

Sindsdien heb ik het me eigen gemaakt om op hulp aanbod als volgt te reageren:

dank je wel, wat aardig van je. Ik zal er, indien ooit nodig, graag gebruik van maken.

Met het vaste voornemen, dit absoluut niet te gaan doen.

Toen ben ik nóg iets gaan inzien.

Namelijk:  hoe ongelooflijk lief het eigenlijk is van de mensen om mij heen, om hun hulp aan te bieden.

En hoe ongelooflijk trots het is van mij, om dat af te wijzen.

Hoe – egoïstisch.

En eigenlijk ook: hoe ZWAK.

En uiteindelijk: hoe liefdeloos.

Egoïstisch: omdat ik het een ander niet gun, om iets te betekenen – al is het dan ook maar voor mij.

Zwak: omdat ik bang ben, dat ik daardoor ‘onder’ de ander kom te staan.

Deze angst, geboren uit wantrouwen, houdt direct verband met feitelijke liefdeloosheid.

 

Het is zaliger te geven dan te ontvangen.

Maar ik leer nu  ook blij te zijn met die onverwachte hulpdingetjes:

mensen die es even aan lopen met de vraag: hoe gaat het, kan ik wat voor je doen.

Die appen of ik boodschappen nodig heb, of die zomaar ongevraagd de kliko of een kuupzak tuinafval aan de weg zetten.

Zulke dingetjes.

Ik ben dus aan het oefenen om wat vaker van mijn wankele zelfredzaamheidstroon af te komen.

Om zo ook een ander de kans te geven om iets (voor mij)  te betekenen.

En hem of haar daarvoor dank en waardering te geven.

Niet omdat die ander daar op zit te wachten, want de linkerhand wil vaak niet weten wat de rechter doet.

Maar omdat het mij zelf nederig maakt en houdt.

En, praktisch: wellicht valt het mij dan gemakkelijker om hulp te aanvaarden, als dat wérkelijk nodig is.

 

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

24 november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:      06 551 80 40 2

 

 

 

stilstaan bij beweging

Stilstaan bij beweging

Maken en breken

 

oerknal

Als Bijbelgetrouwe gelovigen hebben we best wel wat  moeite met de  oerknal.

Je weet wel, die vreemde gebeurtenis, heel lang geleden, toen er niets is ontploft.

Ik ben geen wetenschappelijk geschoold denker, maar zelfs mijn beperkte logica kan maar moeilijk aanvaarden:

er is helemaal NIETS, dat vervolgens ontploft, uit welke ontploffing alles, maar dan ook álles ontstaat.

 

Intussen, lieve vrienden, lees ik nog wel eens wat bij, en kijk, wat kom ik steeds vaker tegen?

Yep. Die hele oerknal theorie klopt misschien wel helemaal niet.

Er volgen dan theorieën en aannames die zo mogelijk nòg ongerijmder zijn, maar wat wil je. 

Een mens  wringt zich nu eenmaal in de wonderlijkste bochten om maar te ontkennen dat God de Schepper aller  dingen is.

 

Nu ga ik iets beweren, dat je wellicht wat vreemd in de oren klinkt.

 

Er is inderdaad een oerknal geweest. En dat is inderdaad een hele tijd geleden.

Maar het was geen oerknal, waaruit alles wat bestaat en heeft bestaan, uit is ontstaan.

Integendeel.

Het was een vernietigende explosie, waarin alles is vergaan - en nog zal vergaan.

Ik bedoel het moment, waarin de zonde is uitgebroken.

Dat moment, waarin het harmonische  samenZijn van Schepper-en-Schepping totaal is ontwricht.

 

Laten we eens proberen ons een voorstelling te maken van hoe het moet zijn geweest.

Voor zover dat voor ons verduisterde verstand, onze dichtgeslibde, verstoffelijkte geest, tenminste nog mogelijk is:

Een wereld van ongelooflijke, nooit meer geziene en nimmer ge-evenaarde schoonheid, van vrede, van harmonie.

In eenheid. In heelheid. In…..

Zie je, ik ben nu al door mijn woorden heen.

 

Alles wat Een was, wat Heel was, wat Prachtig was, is ge-explodeerd, uitééngespat –

in zonde, in ziekte, in verdriet, in geboorte en dood.

Gebroken in myriaden scherven, allemaal even scherp gerand en getand, om te vernielen, te verbijten en te ver-eten.

En was het alleen nog maar die scherf,  maar nee:  op iedere scherf troont ook nog een piepklein individuutje.

Een ikkertje, dat zich koning van de kosmos waant.

Het resultaat híervan is zichtbaar in de hele wereldse- én bijbelse geschiedenis.

En het wordt steeds méér zichtbaar.

 

een nieuwe 'religie'

We hoeven niet terug de geschiedenis in. 

Nog steeds is de destructie volop gaande.

Het gevaarlijke van de huidige teloorgang is, dat dat gebeurt onder het motto van herstel, vernieuwing en verschoning.

Idealisten en andere vreemde vrannetjes en mouwtjes willen ons doen geloven dat we zelf een betere wereld kunnen maken.

Als we naar precies doen en laten wat de groene wezentjes ons door de strot willen drukken,

 

Dat heet politiek, maar het weinig anders is dan hysterische hersenspoeling van, met name, de jeugd. 

Men schroomt niet  kinderen en pubers voor het klimaatkarretje te spannen.

Door ze te indoctrineren op scholen en via de media.

Door ze op te juinen om klimaatspijbelaar te worden.

(moeilijk hoor - welke zichzelf respecterende tegendraadse puber wil dat nou niet)

Door een ‘uitverkorene’ de wereld rond te sturen om als een ouderwetse onheilsprofeet dood en verderf uit te roepen.

En wereldleiders en -organisaties laten wérkelijk hun oren hangen naar zo’n, op zijn zachtst gezegd, toch wel ietwat mankerende puber,

aan wie zelfs maar een schijn van enigszins genuanceerd denken ontbreekt.

Het moet toch ook niet krankzinniger worden.

Maar ik vraag mij wel af wat als puntje bij paaltje komt uitéindelijk prevaleert: Gretha's grote boodschap of het grote geld.

 

O, het valt niet tegen te spreken want het is onmiskenbaar:

Het is de niet te verzadigen  meer-meer-meer-dwang  die alles wat er nog van over is van de Schepping, verder naar de vernieling helpt.

Ik verbeeld mij deze zonde af te kopen, door trouw afval te scheiden. Door fair trade te kopen. Door te recyclen.

Dat heb ik trouwens nog van mijn opvoeders geleerd,die nog wisten hoe je zorgvuldig met geld en spullen om moest gaan.

Maar je, met hetzelfde gemak scheur ik met de auto naar kerk, werk en winkel.

 

Dat is allemaal nog wel te veranderen, maar ik denk toch, dat het niet gaat werken.

Het is schrijnend, maar ik vrees dat we de steeds verder gaande vervuiling en vernietiging waarschijnlijk niet zullen kunnen keren.

Ik denk, dat we, wereldwijd,  té ver heen zijn.

Te ver weg - ja, los van God.

 

Een van de meest schrijnende zaken vind ik, dat degenen die nog íets bijdragen aan groei en opbouw van het leven

(voor zover ze al niet  in de vernieling zijn geholpen door destructieve overheidsmaatregelen)

worden weggezet als de grootste criminelen.

 

wég met boeren

Het kan dus inderdaad nóg krankzinniger:

De nieuwe religie heeft, zoals het een béétje religie betaamt, natuurlijk een tegenstander. En zondaren.

De grootste tegenstander van de mensheid is nu – de boer.

De grootst denkbare zonde is het consumeren van dierlijk voedsel. Mens-  en wereldvernietigend.

Gevolg: jonge mensen worden vegan, in de vaste overtuiging dat ze wereldreddend bezig zijn.

En helpen zichzelf totaal de vernieling [1]  in.

 

Ik ben er al heel lang van overtuigd, dat ook hier  Satan op zoek is naar wie hij maar kan verslinden.

Eerst moeten de boeren er aan.

Wij moeten af van de agrarische economie en naar een klimaatveilige kennis-economie toe groeien.

Maar al sinds jaar en dag worden boeren weggesaneerd (dankzij het pushen van mega grote bedrijven tbv de export).

En als we nou steeds weer andere geldverslindende en vernietigende wetten en maatregelen[2] voorschrijven, dan krijgen we de rest ook nog wel kapot.

 

Maar wat heeft Satan daar mee te maken?

Simpel: 

Een niet onbelangrijk deel dat nog over is van het tanende christendom, van de nog kerkgaande christenen, is agrarisch, of daaraan gerelateerd.

 

Dus als je de boeren dan ook nog als milieu- en klimaat-criminelen stigmatiseert, is het al gauw: wèg met de boeren.

En daar zou christelijk/kerkelijk Nederland ook wel eens een geduchte knauw van kunnen krijgen.

 

wèg met waarden

Ook op alle andere gebieden worden normen en waarden verslonden.

Pijlers, waarop natuur en moraal rusten, worden finaal onderuit gehaald.

Neem alleen maar het man-vrouw gegeven.

De plus-min, de tweepoligheid, is door God gegeven om de gebroken schepping nog een béétje bij elkaar te houden.

Om de groei er in de houden.

Tweepoligheid kom je in werkelijk alle, tot zelfs de miniemste,  scheppingsverschijnselen tegen [3].

Zonder twee-poligheid zou er geen enkel levensverschijnsel bestaan, niet in de levende, niet in de ‘dode’ natuur.

Daarom is de steeds verder gaande ontkrachting van de man-vrouw- waarde is veel meer dan ‘zondig’ en  ‘slecht’. 

Het is een levensgevaarlijke bedreiging van het voortbestaan.

Misschien zelfs bedreigender dan de klimaatverandering.

Het is niet alleen een ontkenning van waarden, het is het weg doen van die waarden.

 

Alles wat natuurlijk is, wordt als waardeloos weg gezet om datgene, wat on-natuurlijk is, vooruit te schuiven.  

Niet alleen om te tolereren, te verdragen, desnoods te aanvaarden als onmiskenbaar feit,

nee,

maar om te omhelzen als goed, beter, ja,  het beste wat een mens kan gebeuren.

 

Andere dan man-vrouw verbintenissen? Maar natuurlijk. Véél beter.

 

Andere goden dan de Drie-enige? Maar vast en zeker. 

Het meergodendom heeft zich  behoorlijk in onze cultuur ingenesteld.

We aanbidden het  ‘heir des hemels’ door astrologie het leven te laten beïnvloeden [4].

Boeddha en Shiva of hoe dat gespuis allemaal mag heten, tooien menig huis en tuin, ook van Christenen. 

Omdat het een sierlijk ornament is, zo’n vierarmige godin – een mismaaksel dus.

 

waakzaam

Waar de tolerantie ten aanzien van Christenen op steeds lager pitje staat, wordt de Islam ingehaald als Sinterklaas.

Zonder zwarte Piet uiteraard, stel je voor. 

Waar het luiden van kerkklokken aan overheidsbeperkingen is gebonden, mag de muezzin luid over de straten janken.

Maar zeg je dit hardop, dan ben je islamofoob, of xenofoob.  

Dan ben je een griezelig wit christenmens, een maatschappelijke bedreiging, waar je waakzaam voor moet zijn.

 

Maar ik bepleit  déze waakzaamheid:

Waakt zoals wijze meisjes die op de Bruidegom wachten.

Waak over onze jonge mensen.

Bidt voor hen, die zich (nog) niet hebben laten meeslepen met de waan van de tijd, dat ze in Gods Naam bewaard worden.

En dat zij, die  wél meedrijven op deze stromingen, de kracht vinden om zich daar aan te ontworstelen. 

 

Dat ze vaste grond onder de voeten mogen houden of weer verkrijgen.

Een Vaste Grond, die alleen maar te vinden is in het Woord en de Belofte van onze Heere, Wiens komst aanstaande is.

 

Het is meer dan ooit nodig dat de Kerk hierin  ondersteuning en vooral stabiliteit biedt.

Met in het Woord gewortelde wegwijzers, die niet  meedraaien met elke stinkende wind-van-leer.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

27 november 2019

 

PS – als er plannen zijn dat boeren in  Westbroek e/o weer op de trekker springen mag ik dan mee? 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:     06 551 80 40 2

 

 

 

groei en bloei in de kerk

Groei en bloei in de kerk

Rudie in the army

 

Groei en bloei in de kerk

Rudie van Oostrum

 

Zo’n diffuus-lichte herfstmiddag, de zon nét niet doorbrekend – waardoor de warme  kleurenweelde nog intenser is.

Dus alle reden om niet thuis thee te drinken maar lekker op stap te gaan, een middagwandeling door een herfstig bos.

Ik zei dat ik alles wilde weten over Rudie’s leven en taken in het leger.

Daar sprong ie spontaan bovenop: maar staatsgeheimen houd ik onder de pet hoor.

Ik: Beter; want anders strijken straks de geheime-dienst-agenten van vreemde mogendheden weer als vliegen op me neer.

 Toen we genoeg gelachen hadden stapten we uit bij Hollandsche Rading, waar we inderdaad getrakteerd werden op de prachtigste herfsttinten.

Rudie vertelt dat – toen hij had gezegd zo van natuurschoon te genieten - ze hem gewaarschuwd hadden:  

dat leer je wel af, als je in die mooie natuur de zwaarste oefeningen moet doen.

Maar zo zat het niet. Hij put vaak kracht en inspiratie uit de mooie omgeving om juist dóór te gaan met de inderdaad zeer zware oefeningen.

 

Blijkt dat Rudie, belangstellend, minstens zo veel van mij wil weten, als ik van hem.

Maar dat boeit verder niemand, dus daar ga ik hier niet te veel op in.

Ik vermeld nu alleen dat hij heel blij is te vernemen, dat ik mij nooit - nou ja, zélden - alleen voel.

Beiden mogen we ons er vaak van bewust zijn dat de Heere nabij is. Juist als er géén mensen beschikbaar zijn.

En heel vaak ook laat Hij zijn zorg en liefde merken door mensen op je weg te zetten.

Dat is heel divers tot het onverwachte toe, maar er zijn ook steevast een paar mensen die ’s morgens en ’s avonds een appje sturen.

Gewoon uit: ik denk aan je.

Dat stelt Rudie gerust, want eenzame mensen gaan hem ter harte.

Rudie vertelt dat hij sinds kort is ingeschreven bij het Oranjefonds.

Dat verbindt jonge mensen als ‘maatje’ aan oudere -,  in elk geval eenzame mensen.

Rudie kreeg een man met lichte beperkingen toegewezen om dingen voor en met hem te doen.

 

Als het dagelijkse werk in de kazerne en daaromheen gedaan is, zijn er de avonden. Lange avonden.

Begin je natuurlijk met praten en films kijken, maar op een gegeven moment is dat ook wel klaar.

Daarom is Rudie een studie gaan oppakken: praktische psychologie.

 

Wat is nu het leukste aan werken in legerdienst?

Rudie: het afwisselende. Er is geen week die hetzelfde is, er is altijd actie, er is steeds weer iets anders.

Dat bevalt hem bèst.

Hij is niet de man die dag in dag uit, week in week uit, naar een computerscherm kan gaan zitten staren.

Begin maart 2020 zal hij voor viereneenhalve maand uitgezonden worden naar Curaçao, om de overheden daar bij te staan met uitvoerende taken.

Iets waar zijn moeder beslist niet blij mee is. Nou, ik ook niet, hoor Rudie.

We bouwen hierbij wel op wat in psalm 91 staat:

Hij die op Gods bescherming wacht,

wordt door de hoogste Koning,

beveiligd in de duistere nacht,

beschaduwd in Zijn woning.

 

Dat brengt ons weer op het geloof.

Rudie is nog steeds betrokken bij de Jeugdvereniging in Westbroek, als bestuurslid.

Het doet hem goed om in de weekends weer even thuis te zijn, in de ‘christelijke bubbel’.

Hij verheugt zich er op om dit jaar deel te nemen aan de HGJB kerstconferentie.

Dat is met een groep jongeren uit de gemeente uit de Gemeente:

Rianne Evers, Ruben van Renswoude, Jarno van Renswoude, Dennis de Kruijff en Erwoud van der Linden.

 

Ik vraag of hij bij zijn wapenbroeders veel commentaar krijgt op zijn christenzijn.

Hij vertelt, dat er meer sprake is van onwetendheid, dan van spot, kritiek of scepsis.

Wat het meest én negatief in de publiciteit komt over christendom en christenen, blijft hangen bij de mensen.

Het christelijk geloof wordt dan ook snel gelinkt aan de Rooms-katholicisme, met alle vooroordelen van dien.

Rudie slaagt er dan wel in om duidelijk te maken dat het christendom vele uitingsvormen kent, o.a. het protestantisme.

Hij legt uit wat dat inhoudt, waarbij hij ook beslist niet na laat om te vertellen wat geloven voor hem persoonlijk betekent.

Hij laat wel eens een film zien van opwekkingsbijeenkomsten met heel veel jeugd.

Leuk is, dat men dan toch ópkijkt: saaie christenen die er ‘festivals’ op na houden.

 

We delen zorgen over het steeds verder afkalvende christendom.

Hoewel in de ‘uitersten’ – de Pinkstergemeenten en de strenge Gergem, best weer sprake is van groei.

Zouden allerlei vernieuwingen helpen tegen verdere afval?

Rudie denkt dat vernieuwing op zich niet verkeerd is, tenslotte is de kerk, een gemeente, een levend organisme.

Dan is vernieuwing vanuit de Geest eigenlijk een ‘vanzelfsprekend’ gevolg.

 

Maar als vernieuwing alleen maar maakwerk is om ‘verveling’ tegen te gaan, dan heeft het geen enkele inhoud.

Dan zal het ook geen effect hebben op geloofsgroei en verdieping.

Net zo min als vastbijten in oude vormen enige zin heeft, als dat alleen maar om de vorm is, en niet om de inhoud.

 

Maar, peinst Rudie, moeten we ons wel zulke zorgen maken?

Kan de afval ook geen teken zijn van de naderende wederkomst van de Heere Jezus?

Zouden we ons dan niet veel meer moeten verheugen?

Al zouden er dan nog maar 10 christenen op de hele wereld over zijn -

Al zou je heel alleen staan in je geloof -

-  er zijn door de eeuwen heen zoveel mensen in Zijn naam bijeengebracht.

Er is een menigte die niemand tellen kan. We zullen ons dan echt niet alleen voelen.

 

Rudie zit, samen met iemand anders,  op de verdiepingscatechisatie.

Dat is zo genoemd omdat de benaming ‘belijdeniscatechisatie’ meteen zo’n verwachting, of zelfs verplichting schept.

Om daar wat flexibeler en meer ‘open’ in te staan, is voor deze term gekozen.

Hij vindt de bijeenkomsten met ds. van der Zwan, bijzonder waardevol, verdiepend, maar ook heel leuk en gezellig.

Ik vind het fijn dat te horen, maar ook wel een beetje jammer dat er maar twee jonge mensen deelnemen.

Rudie helpt me uit de brand: deze vrijdag avond is speciaal voor ons omdat we woensdagavond niet kunnen.

Maar dan komt er nog een groep bij elkaar.

 

Dat bos in Hollandse Rading is niet zo groot dat je er in kan verdwalen.

Maar omdat ik in staat ben om zelfs in mijn eigen tuintje de weg kwijt te raken, vertrouw ik geheel en al op Rudie’s getrainde richtinggevoel.

En hij op mijn kennis van dit woud, omdat ik zei dat ik er al wel honderden keren gewandeld heb.

Dus komen we steeds weer op eenzelfde punt uit, net zolang tot we maar besluiten ergens een kop koffie te gaan halen.

 

We zitten heerlijk buiten bij ‘de Paddenstoel’, in gezelschap van een cappuccino en een dubbele espresso.

En ieder een fors stuk appeltaart met slagroom.

 

En hier ondervond ik het voordeel van niet meer zo héél hard te kunnen rennen:

ik kreeg niet eens de kans om af te rekenen…..

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:        06 55180402

 

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:      06 55180402