Verwend

Verwend

 

Eman, onze Syrisch Palestijnse dorpsgenote sinds herfst vorig jaar, was jarig. 50 jaar.

Misschien herinnert iemand zich nog wel dat ik er ooit eens op heb aangedrongen om haar te bezoeken, omdat ik graag wilde dat ze zich welkom zou weten.

Omdat ze anders erg eenzaam zou zijn.

Omdat wij de Bijbelse opdracht hebben ons te ontfermen over de vreemdelingen.

Ik kan iedereen, die haar bezoekt, verzekeren dat ze daar buitengewoon blij mee is

 

In het kader van de ‘inburgering’ besloten wij, Gonnie, Mijco, Mathanja en ik, als coaches onder mekaar, dit nu eens op echt Hollandse wijze met haar te vieren, mede omdat dit vanuit haar cultuur geen gewoonte is.

Haar zoon Abed was van ons plan verwittigd, zodat ze er zou zijn, deze dag, op een gezette tijd, om haar mee te nemen naar een welbekend pannenkoekenrestaurant.

 

Het was gezellig.

Haar nicht uit Hamburg, wier zuster in Breda woont, was er ook bij.

En het personeel had slingers opgehangen, en Eman pakte kadootjes uit, bloemen en tulpenbollen, en we zongen lang zal ze leven en de bediening bezorgde de pannenkoek met een feestvuurtje….

 

Eman werd verwend.

De pannenkoeken smaakten heerlijk.

Het verhaal van de nicht, dat als volgt gaat -

“Ik heb vier kinderen. Een dochter woont in Parijs, één zoon heeft een zware hersenbeschadiging, waardoor hij nagenoeg verlamd is.

Ongeluk, vraag ik, nee, beschoten. Mijn andere zoon ook, maar daar gaat het nu God zij dank beter mee.

En mijn jongste dochter zit in de gevangenis in Syrie. Opgepakt toen ze 23 was, zonder vorm van proces vastgezet, geen uitzicht op vrijlating. Ze is nu 27, als ze tenminste nog leeft, maar dat weet ik niet.

- dat verhaal dus, is verschrikkelijk.

 

Ik kijk eens naar ons als coaches. We bedoelen het goed, ontegenzeggelijk. Maar hoe zouden wij dit leed kunnen verzachten?

Eman zegt zo vaak tegen me: ik dank God iedere dag, omdat ik in Nederland mag wonen.

Terwijl ook zij verdriet heeft. Dat onderliggende verdriet van huis en haard verdreven te zijn. Verdriet over verlies van een echtgenoot en andere dierbaren, over mishandeld,  opgejaagd, en als familie uiteengerukt en verstrooid te zijn.

Van je eigen leven en dat van je kinderen niet zeker te zijn. Van een vlucht in een gammele boot (we kennen allemaal de beelden) waarin ze zich, tóch, geborgen wist in God.

 

We hebben na de maaltijd elkaars handen vastgehouden, waarbij Mijco in het Engels een gebed heeft uitgesproken.

Dat is dan ook, naast de activiteiten die we ook mogen ontplooien, het belangrijkste wat we kunnen doen.

 

Ik kijk eens om me heen, naar mijn comfortabele, gezellige huisje, en wat verder weg naar de knusse, welvarende gezinnetjes, waar heus ook wel eens wat zal zijn, en ieder voelt zijn eigen sores het sterkst - maar toch……

 

…….wat zijn wij verwend.

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 

Riet R-B

jong leven in de kerk

Rianne de Bree

 

Ik ga niet naar de kerk omdat het moet,

of omdat het zo hoort, nee,

omdat het bij mij hoort.

 

We hernieuwen onder een bakkie koffie met krakelingen de kennismaking.

Want hoewel we elkaar geregeld kunnen bezichtigen in de kerk, het face tot face contact dateert uit een tijd dat Rianne nog een zondagsschoolkindje was.

 

Rianne is nu een jonge vrouw die bewuste keuzes maakt, hard studeert en werkt.

Bovendien gaat ze regelmatig naar de kerk.

Dat is dan ook de reden dat ik haar uitgenodigd heb voor een gesprek. Waarom, en hoe, en wat….

Rianne: ik vind het noodzakelijk om naar de kerk te gaan. Je hoort dan toch, samen met anderen, Gods woord.

Dat samen met anderen, dat deel uitmaken van een gemeenschap blijkt, naast het horen van een preek, een belangrijke rol te spelen.

Vanaf haar zesde jaar is Rianne meegenomen naar de kerk, maar veel herinneringen daaraan heeft ze niet.

Dat zij nu, als jonge volwassene, naar de kerk gaat is een persoonlijke keuze, er zit absoluut geen dwang achter.  

Ze is zich ervan bewust, dat deze keuze mede is voortgekomen uit de structurele kerkgang, vanaf haar jeugd, met het gezin.

Rianne ervaart het dan ook als een zegen, dat ze zo is opgevoed.

Ze meent dat, als ze niet van jongs af aan de kerkgang gewend zou zijn geweest, ze er later vast niet makkelijk aan zou hebben kunnen wennen.

Maar, stelt ze nuchter vast, naar  de kerk gaan – het hoort bij mij.

Als, door wat voor omstandigheden ook, níet gaan, geeft haar een gevoel van dat er dan tóch iets ontbreekt, er iets gemist wordt.

Ondanks de ervaring van gemeenschap, van samen-horen, heeft Rianne nog geen aanleiding gevonden om lidmaat van de kerk te worden.

Dat is mede, omdat ze bepaalde ‘issues’ die in de kerk worden voorgestaan, niet kan onderschrijven.

Het voert hier te ver om daar nader op in te gaan, maar we overwegen:

Als je géén lid van de kerk bent, je ook niks in te brengen hebt om iets met die ‘issues’ te doen.

Openbare geloofsbelijdenis is in de eerste plaats gebaseerd  op geloof

Maar je mag ook best nadenken over hoe je dan zou kunnen meewerken aan gemeente-opbouw.

 

Ook bij Rianne pols ik eens de ideeën over een wat modernere, lichtvoetiger orde van dienst.

We zijn het er al gauw over eens, dat al te drastische veranderingen eerder leegloop dan toeloop zullen bewerken.

Maar een enkel opwekkingslied ter afwisseling?

En een begrijpelijker vertaling van die  van die soms wel érg moeilijke psalmen?

Wat vaker Jeugddiensten zoals op 2de Paasdag - dat zou natuurlijk leuk zijn, dan worden jongeren ook meer betrokken bij de eredienst.

Vrouw in het ambt? Waarom eigenlijk niet, vrouwen en mannen hebben immers ook maatschappelijk gelijke rechten.

Toch zien we ook in de maatschappij in verhouding veel minder vrouwen dan mannen in leidinggevende (top)posities.

(En, naar ik volgens mijn ervaring moet zeggen, áls ze er al zitten, zijn ze vaak nog onuitstaanbaar ook.

Baziger, meer ‘autoritair’ dan de meeste man-bazen die ik heb gekend. Maar ik mag natuurlijk niet generaliseren. 

Dus kruip ik maar gauw weg achter Paulus, die zegt dat een vrouw in de gemeente heeft te zwijgen.

Hier is ook nog wel het een en ander te nuanceren, maar ook dat voert in dit kader te ver.

 

Waar we ook van alles over horen rond gonzen in de gemeente: de kindernevendienst.

Dat zou volgens Rianne een oplossing kunnen bieden voor ‘lastige’ kinderen;

Maar daar wordt dan meteen de vraag aan gekoppeld of alle andere kinderen dan maar over dezelfde kam geschoren moeten worden.

Rianne had voor zichzelf al vastgesteld, dat, als ze niet vanaf haar jeugd was meegenomen naar de kerk, het maar de vraag is, of ze naderhand wel die keuze gemaakt zou hebben.  

Zou dat dan ook niet kunnen gelden voor kinderen als je die  nu aan de preek zou gaan onttrekken?

Zouden ze dan de echte kerkdienst niet ontwend raken en er moeilijker of niet toe komen om naar de kerk te gaan?

Dat is zeker denkbaar, maar  ze erkent ook, dat het niet altijd voor iedere jongere geldt dat vroege-jeugd kerkgang ook blijvende kerkgang betekent.

 

In elk geval is Rianne heel direct als het er om gaat om eventueel eigen kinderen mee te nemen naar de kerk:

Maar vanzelfsprekend. Wat je zelf gekregen hebt, dat ga je toch ook aan je kinderen geven?

Zo ontstaat, al brainstormend over het welbevinden van kinderen, met name tijdens het zondagschool-uur ná de dienst, het volgende idee.

Als we nu eens gewoon middagdiensten gaan doen, met de zondagsschool vóórafgaand aan de kerkdienst.

Rianne: En het is veel fijner voor kinderen om na de ochtenddienst meteen met hun ouders mee naar huis te gaan.,

Je mist ook nog eens veel gezelligheid als je eerst naar de zondagsschool moet.

 

Ik vind het een pracht idee, maar - hierin schuillt ook een stukje eigenbelang:

ik vind het niet meer zo fijn om ’s wintersavonds nog de deur uit te gaan.

 

Het is  laat geworden als we hartelijk afscheid nemen.

En daar gaat ze, door de duisternis, op weg naar het auto’tje,  waar ze mee is gekomen.

Ik moet glimlachen om een herinneringsbeeld:  Rianne, op een piepklein kinderfietsje…...

 

""""""

Stromen van zegen - VBW2017

‘Ik kijk hier al de hele vakantie naar uit!’ Met een stralend gezicht zit ze voor me, een meisje van een jaar of 7. Het druppelt. De lucht ziet donkergrijs, en buienradar voorspelt voor vanmiddag stromen van regen. Ik kan niet anders dan breed terug lachen. ‘Ik ook, Annelien, fijn dat je er bent!’ 126 kinderen vonden dinsdag 15 augustus hun weg naar Vakantie Bijbel Week-tent. 126 kinderen hoorden daar een verhaal uit de Bijbel. 126 kinderen zongen vrolijke liedjes, en lunchten op het grasveld. 126 kinderen speelden spelletjes in de regen.

Om al deze kinderen heen staan heel veel vrijwilligers. Want zo’n VBW-week kost een hoop organisatie, zoals u waarschijnlijk wel weet. Er zijn mensen nodig voor het opbouwen van de tent, voor de catering en de muziek. Mensen die knutselwerkjes verzinnen en uitleggen, of mensen die iedereen aan het lachen maken met een grappige sketch. Begeleiders van babbelgroepjes, organiserende talenten, aanpakkers en doorzetters. En: biddende mensen, op afstand of dichtbij.

Dankbaar ben ik dat ik dit jaar weer de kans had om te helpen bij deze week. Het is bijzonder om je te bedenken dat je een radartje in zo’n groot geheel mag zijn. Met z’n allen gaan we aan de slag om deze kinderen een gave tijd te geven. Met spellen, knutsels en elkaar, en vooral met God.

Het is elke keer weer spannend, want met zoveel organisatie kan er ook zoveel mis gaan. Zijn er genoeg schilderijtjes om te verven? Werkt de techniek mee? Geen ongelukken? En… het weer…?

Het regende de 15e. Veel en hard. Maar bij een thema als (t)op survival past die regen eigenlijk best goed, om er maar even een positieve zwaai aan te geven. Ondanks het weer mochten we een prachtige dag hebben. 126 kinderen, dat zijn er best veel. En al deze kinderen mochten luisteren naar hoe God een kompas voor hen wil zijn. Ze gingen naar huis in de wetenschap dat Hij voor hen wil zorgen. En wat is er nu mooier dan dat? Ook de twee daaropvolgende VBW dagen mochten er zo’n 130 kinderen deelnemen aan het programma.

Stromen van regen? Stromen van zegen!

 

Geschreven door Rianne Evers