stilstaan bij beweging

….. opdat zij allen één zijn 

 

Wie wil dat nou níet. Daar streven we toch naar, met ons allen?

Echt: een prachtig streven.

Intussen is dít vaak de realiteit: eenheid is óf schijn-eenheid, óf mijlenver te zoeken.

Het ligt ten enenmale niet in des mensen aard, om één te zijn.

Dat is niet alleen omdat we allemaal zo verschillend zijn, maar ook, en vooral, omdat de eenheid vergaan is met de zondeval.

Daarvóór waren we één én eenswillend met onze Schepper.

Maar dat is totaal teloorgegaan in de gebrokenheid, waarin de mens zichzelf tot koning van eigen scherfje heeft gekroond.

 

Moeten we dan niet naar eenheid streven?

Tuurlijk moet dat.

Maar eenheid wordt nooit bereikt, zolang we denken, dat er pas eenheid kan zijn, zodra iedereen maar net eender denkt zoals ik, net zo handelt als ik vind dat het moet of hoort.

 

Als dat al door iemand afgedwongen kan worden, of zelfs ook wórdt afgedwongen, dan is of wordt dat geen eenheid, maar een grauwe eenheidsworst.

Een blaar vol samengeperste troep, bijeengehouden door een vel, dat ooit de darm van een varken was - waar datzelfde varken eerder zijn stofwisselingsafval doorheen gedrukt heeft.

Bah, huiver, walg.

 

Want dat is dictatuur - verdrukkend, verstikkend, vernietigend, God- en mensonterend.

 

Maar de Heere Jezus bidt toch zelf: 

Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn als Wij.

 

Laten we dit eens nader bekijken.

 

De Heere vraagt niet: laat allen gelijkelijk gaan denken, doen en laten, zodat ze allen één zijn.

Hij vraagt: bewaar ze in Uw Naam, opdat ze allen één zijn. Dáár gaat het dus om.

Dat Gods kinderen in Gods Naam bewaard worden. Daárdoor, en daar in, kunnen zij – kunnen wij – allen één zijn.

Méér dan dat: dat wj één zijn als Zij, de Vader met de Zoon. 

 

Verschillen die er zijn, en vooral de strijd die daar uit voortkomt, is gevolg van de gebrokenheid.

Meer specifiek: van het scherfjeskoningschap waarin we vervallen zijn, met onze piepkleine ikjes en nog kleinere gelijkjes.

 

Mógen we dan niet van elkaar verschillen, ook niet in mening, opvatting of zelfs geloofsbeleving?

Maar natuurlijk mag dat. Dat móet zelfs.

Verscheidenheid is de kracht ook van een kerkgemeenschap, zoals we in 1 Corinthiërs 12 kunnen lezen.

Wat een geweldige genade is het dan, als we onze diverse krachten en gaven, gedachten en ideeen mogen terúg geven.

 

Tot opbouw van de gemeente, tot eer van God, tot heil van onszelf en dat alles vooral in liefde jegens elkaar.

Met begrip en zo nodig vergeving voor elkaars tekortkomingen.

 

Als ik zo mijn krachten en gaven inzet, kan ik ze, prettige bijkomstigheid, ook niet tegelijkertijd tot afbraak gebruiken, door mij er mee te bewapenen in de strijd om mijn 'gelijk'[1].

 

Laten we, deel uitmakend van de Gemeente van Jezus Christus, blijven bidden om bewaring in Gods Naam.

Opdat wij in Hém één zijn, hier en nu in heel onze rijke verscheidenheid, straks in volmaakte eenheid en heelheid met Hem.

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb

 

 


[1] Ik heb trouwens een nieuwtje: eigengelijk bestaat eigenlijk niet eens echt.

Met deze relativering voor ogen mag  hier en daar ook het bovenstaande gelezen worden wink

 

 

 

vorige: recht van vrouwen of aanrecht (8): tóch gelijke rechten

volgende: satiriek drieluik

 

 

reageren?

Weet je welkom op 

whapp 0655180402

@mail  riet.ritman@planet.nl

 

 

 

 

 

"""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""""</p> "

satiriek drieluik

 

Satirisch drieluik

leuk-lijden / deel-dwang / attractie-trauma

 

Leuklijden, wereldwijd verspreide aandoening, waar wel iedereen mee behept lijkt te zijn: alles moet LEUK zijn.

Feestboek, twitter, Insta, wat voor deel-dingen ook, we gebruiken ze uitsluitend om de wereld te laten weten, hoe LEUK we het hebben.

Of het nu over werk gaat, studie, kerk, of clubs, kringen waar je naar toe gaat om wat zinnigs te doen of op te steken - 

alles moet worden versierd met ‘leuk’.

We zijn kleuters met veel te veel speeltjes, die steeds iets anders leuks moeten, omdat het vorige leuk is gaan vervelen[1]

 

Ik hoor van volwassenen (niet uit onze gemeente, maar dat wil niet zeggen dat we ook hier niet besmet zijn), dat ze ter ondersteuning van informatie of kennis, ja, van geloofsgroei, aan het knútselen slaan.

Leuke dingetjes maken.

Meuk waar geen zinnig mens iets aan heeft.

Wat een verspilling van tijd, materie, energie, geest en gezond verstand!

Is er dan wérkelijk niemand, die eens zegt: wat is dit allemaal ontzéttend kinderachtig.

Ben ik nu op vakantiebijbelweek of op een kring met volwassen vrouwen en mannen.

Is er nou niemand, die het hinderlijk vindt om zoet gehouden te worden als een dreinende dreumes, als uit voorzorg dat ie nog meer gaat jengelen?

 

Ik hoop van niet, maar móchten er ook onder ons zijn met ook zo’n onbedwingbare leukjeuk, die niets meer op of tot zich kunnen  nemen zonder daarbij z’n christelijke creakriebels te lenigen….

….. dan zeg ik: grow up.

Worden als een kind, dat kun je alleen als volwassene.

 

 

Deeldwang,

wie is er níet mee behept.

 

Wat er toch allemaal gedeeld wordt!

Ben daar ook lange tijd mee bezig geweest.

Ging mij op het feestboek te buiten aan de meest nietszeggende verveel-praatjes, aan altijd weer andere eendere foto’s van kat, kind en kerk  

(o nee, die laatste twee niet:  het één heb ik niet en het andere - zie hierna….)

Waarom deed ik dat?

Dacht ik soms dat mijn ikkertje zo boeit, dat iedereen wil weten, hoe leuk ik het heb, hoe leuk ik ben, en, vooral, hoe leuk ik gevónden word.  

Eén berichtje ooit, door niemand geleukt, voelde zo beschamend, dat ik het schielijk verwijderd heb.

 

Ik mag een kerkgaand Christen zijn.

Ik mag zo veel zegeningen en Vaderlijke bescherming ervaren, dat ik mij in dat opzicht best een kind van God zou mogen noemen.

Maar wat deel ik dáárvan? Wat deel ik daar van mee?

Waarom houd ik nou juist dáárvan alles voor mezelf?

Wil ik soms niks delen, omdat ik er geen leukjes op krijg?

Of is het dood-ordinaire schaamte voor het Evangelie.

Maar als dát zo is, mag ik dan wel zeggen, dat ik een kind van God ben?

Of moet ik met schaamrood op de kaken belijden, dat ik af en toe, misschien wel meestal of zelfs altijd -

alleen maar een treurig product van, uit en tot mezelf ben.

Ik hoop het eerste, maar vrees het laatste.

Kijk maar - lees en huiver....

 

‘k Heb net zó’n leuke foto van mijn kat geschoten.

Zo’n poezeplaatje is er op de hele wereld niet.

Ik ga  hem delen met feestboekgenoten,

zodat een ieder er van mee geniet.

 

Ik hoop er opgestoken duimpjes voor te krijgen.

Want dat is toch mijn eigen - lijke levensdoel.

Geen commentaar - de mensen mógen zwijgen,

maar likes ! – die geven me zo’n lekker fijn gevoel.

 

 

 

Dan lijk ik mij zó leuk en lief en aardig,

verbeeld me dat ook and’ren mij zo zien;

voel ik mijzelf zó goed en prijzenswaardig,

dat ik het ook wel werk’lijk bén misschien.

 

Totdat die kat tot mij begon te spreken,

wat binnens-beks, en met voorzichtigheid:

Ik ben niets anders dan een zielig  teken

van jouw armoedige nietszeggendheid.

 

 

Attractie-trauma

kèn je dat?

 

Die dagen, dat de wereld op zijn kop staat.

Dat je over de kop gaat.  

Dat je tot in het merg door elkaar wordt geschud, door donkere tunnels geperst wordt, veel te hard door de bocht schiet.

Een duizelingwekkend diepe val maakt of dizzy en drijfnat uit een bootje stapt dat je niet in de hand had…. 

…..dat wìl je toch niet? 

Je wilt licht, rust, evenwicht, je wilt veilige wegen gaan, kalme wateren bevaren.

 

Maar -  soms wácht ik er zelfs op over de kop te kunnen gaan, en al het andere.

Toch wel een soort van gestoord.

Het kan nog gestoorder: soms spaar ik kosten noch moeiten, om het ook te laten gebeuren. 

 

Kortom: een dagje Efteling.

 

Onlangs zei een gastpredikant over de Efteling dat ook daar  elementen van occultisme te vinden zijn.

Dat zou kunnen, als je de spook- en doemscenario’s in aanmerking neemt, die je, voorafgaand aan de fysieke kwellingen, te horen én te zien krijgt. 

Maar daar had ik de laatste keer geen last van. 

Ik had een ‘faciliteiten-kaart’ gedownload, waarop ik aangaf dat ik wachtrijen had te vermijden.

Samen met mijn 'begeleider', een allerliefst vriendinnetje van 15, uit Groningen.

 

Alles naar waarheid, en niets dan de waarheid, ingevuld.

Ik breng het werkelijk niet meer op om eindeloos te slenterschuifelen in overbevolkte rijen die maar niet opschieten.

 

Door het personeel werd ik met meelevende voorkomendheid behandeld, en dat mag geen wonder heten.

Men is uiteindelijk een oud mens,duidelijk behept met een zekere gekte, die haar er toe drijft zich te laten teisteren door de onmogelijkste contrapties.

Ook  technisch was de voorkomendheid welkom.

Zeker als je van die sterk achterover hellende stoeltjes hebt, zoals in die attractie, 'de Baron' genaamd.

Daar glijd je nog wel vrij soepel in, maar daar kom ik zonder takelwagen nooit meer uit.

Het omzeilen van de wachtrijen spaarde zoveel tijd, dat we alle ‘attracties’ wel twee, drie keer konden doen.

Ge-wél-dig!!!!

Volgens mij was het ook goed voor mijn door bestralingen geteisterde keel, want of je wilt of niet: je móet gillen  (eigenlijk wíl je dat ook).

Sindsdien ging het eten ook  veel beter.

En, misschien wel het állerbelangrijkste: mijn eenzame hersencel is weer helemaal gevoed met bloed.

Dankzij  het veelvuldig en razendsnel over de kop gaan.

 

Maar wat beoog ik nou eigenlijk met dit stukje?

Zit er een diepzinnige vergelijking aan vast, kan ik er een verrijkende geestelijke analogie aan hechten?

 

Eerlijk, ik zou niet weten, wat.

 

Ik deed het, ik schreef het, en deel het, gewoon omdat ik het LEUK vind.

Puur vanuit een attractie-trauma, gepaard aan leuk-lijden en deel-dwang.

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb  

 

groei en bloei in de kerk

Simone

 

Twee jaar geleden op een prachtige herfstmiddag had ik een eerste ontmoeting met Simone, toen 16 lentes jong.

Nu wetend, dat ze inmiddels het einddiploma gymnasium in haar zak heeft, vond ik dat  een mooie aanleiding, om haar weer eens aan te spreken in de wandelgang uit de kerk.

En ja, ze bleek wederom bereid tot een goed gesprek.

Ik stelde voor om deze keer in plaats van het bosrijke Hollandse Rading, een terrasje in Utrecht te pikken.

Maar het stortregende, dus weken we uit naar mijn huisje, waar ik kaarsjes ontstak waarna een fijn, boeiend en veelzijdig gesprek ontstond.

 

Hoorde ik vroeger vooral oudere mensen afgeven op – toen – hùn ‘deze tijd’, en vonden wij jongeren dat typisch ouwemensen gezeur, van de jongeren van nu zijn de geluiden over ‘onze’ ‘deze tijd’ nóg kritischer.

Ook Simone slikt lang niet alles voor zoete koek.  Neem de media. Prachtig hoor, talloze contacten alom.

Tot in de verste streken en vertakkingen, maar met wie heb je nou écht contact. Je zit achter een scherm.

Simone hoopt,  als ze een maand of drie in Nieuw Zeeland te gaan werken op een farm, dat ze daar inderdaad rust krijgt van alles wat er via het scherm binnendringt.

Ik herken het.

Heb ik niet zoveel, en niet zulke uitgebreide netwerken als Simone blijkt te hebben, ook ik maak veel te veel tijd zoek met appen, met reageren op van alles en nog wat binnenkomt. 

Of met Netflix.

Simone heeft een goede tip: stoppen met kijken op een moment dat het saai is, of zo maar ergens in het midden.

Maar vooral niet wachten tot het laatst van een aflevering. Die maken ze zo, dat je verder moet kijken.

Op t moment te druk voor Netflix, maar als ik er weer eens voor ‘bezwijk’ ga ik me daar zeker aan houden.

Ik vermeldde trots,  dat ik facebook allang niet meer bekijk, maar facebook is ook al lang niet meer ‘done’ , zeker niet bij de jongeren.

Het is nu één en al Instagram.

Ze vertelt, welke schadelijke effecten dit kan hebben, veel meer dan facebook.

Ze kent jonge mensen, die alleen maar bezig zijn zichzelf zo mooi en gedetailleerd mogelijk op insta te presenteren.

Ze brengen tijden zoek met de voorbereiding voor een fotoshoot, d.m.v. selfies, en dan wordt het uiteindelijke resultaat ook nog es zò geshopt, dat het op iedereen lijkt, behalve op die persoon zelf.

En dán de teleurstelling, als daar minder likes op komen dan verwacht, of als een ander  méér duimpjes krijgt.

Ik stel met voldoening vast, dat Simone genoeg self-esteem (eigenwaarde) heeft, om zich niet te buiten te gaan aan zulk waan-streven, waarin je je zoveel als maar kan conformeert aan een beroemdheid. en of influencer,  als rolmodel. Dat heeft ze helemaal niet nodig.

Ik erken dat ik en mijn leeftijdgenoten vroeger ook idolen hadden, filmsterren, later popmuzikanten, en ik persoonlijk was compleet van de leg af van een zekere dirigent, Herbert von Karajan geheten.

Maar dat werkte mee aan je ontwikkeling, aan je groei. Het misvormde je niet.

Simone vertelt, dat veel van die mensen, wellicht door het ontbreken van feitelijke inhoud, liefde en geborgenheid, op die manier vorm en inhoud aan zich zelf willen geven, mooier en beter dan ze in werkelijkheid zijn.

En door die prestatiedruk, naast wat er ook allemaal moet een plichten of wat er speelt aan problemen, zwaar overspannen raken of depressief worden.

Ook de recente klimaat hype – met de doemscenario’s  van dien -  zet ze klem in een soort overlevingskramp, zodat ze veganist worden, waardoor hun lichamelijke weerstand vermindert.

Ze krijgen levensnoodzakelijke voedingssupplementen van begeleidende diëtisten.

Maar ook hun geestelijke weerstand lijdt daar onder, waardoor ze overspannen, of lethargisch, of depressief worden.

Ik vertel dat een vriendinnetje van mij, van 16, deze verschijnselen ook bij haar op school aantreft.

Als ik dan kijk naar dat prachtige, frisse en open gezicht van Simone, en luister naar de verstandige woorden die ze uitspreekt, dan vraag ik me tóch iets af.

Zou het kunnen zijn, dat dit jeugdige mensenkind, midden in een wereld van chaos en verleidingen,  daarvoor wordt gespaard - ja, zeker ook door haar gezonde verstand en haar nuchtere en kritische kijk op de wereld -maar ook - door het feit, dat ze, hoe dan ook, een christen is, die ook nog geregeld naar de kerk gaat.

 

Daar wil ik dan ook wel eens het fijne van weten.

Simone gaat naar de kerk, omdat het er bij hoort. En ze doet er haar ouders een plezier mee.

Wat ze mist in een kerkdienst is interactiviteit. Dat ondervindt ze wél bij de JV. Daar zijn soms heel goede discussies over allerlei onderwerpen die direct raken aan het leven van vandaag, waar je op kunt reageren.

Maar in de kerk is dat anders. Je luistert naar iets, er wellen vragen op, die je het liefst meteen zou stellen, maar dat kan natuurlijk niet, dus ga je daar over nadenken en mis je vervolgens het meeste van de preek. Zingen is wél heel fijn, dat doe je met elkaar, dat zijn bekende teksten.

Tenminste, als er niet uit weerklank gezongen wordt. Simone ervaart uit de psalmen in Weerklank geen toegevoegde waarde.

 

Als je gedachten afdwalen, vraag ik, waar gaan die dan naartoe.

Nou, bijvoorbeeld, hoe zou een Islamiet over één of ander onderwerp denken, bijvoorbeeld het Scheppingsverhaal. Of een Jood. Of een Boeddhist.

Niet dat ik iets anders dan Christen zou willen zijn, hoor, zegt ze, maar je dénkt wel eens.

Zeker, antwoord ik, aan deze eigenschap ook niet helemaal vreemd zijnde.

 

En als je dan Christen wil zijn, wat betekent dat dan uiteindelijk.

We hebben het over het bijzondere en inclusieve kenmerk van een Christen, dat ie het eigendom van de Heere Jezus is.

Dat hij niet voor eigen rekening leeft, dat hij zichzelf niet hoeft te verlossen, omdat de Heere Jezus hem verlost heeft.

Ik citeer voor de aardigheid vraag en antwoord 1 van de Heidelberger Cathechismus, over de troost die er is in het eigendom van de Heere Jezus zijn.  

Simone vindt het prachtig klinken, maar de táál, daar is toch geen touw meer aan vast te knopen.

Maar de oude berijming van de psalmen dan, vraag ik.

Ja, zegt Simone, maar die klinken bekend en vertrouwd.

Dat zingt ook veel prettiger weg. Veel fijner dan dat je eerst nog moet lezen wat er staat.

En wát er staat is trouwens ook niet, al zingend, zo maar te begrijpen.

Maar het orgel mag van Simone  wel eens  vervangen worden door een fijne band en écht nieuwe, levendige liederen. Hoeft niet iedere dienst, maar zo af en toe.

 

We buigen ons over de vraag of er ergens wel een kerk is, die precies bij je past.

Misschien is het wel zo, dat een ‘kerk’, welke kerk ook, niet past bij wie dan ook.

In welke vorm of orde van dienst we het ook gieten.

We zijn van nature helemaal niet geneigd om de Heere te dienen.

 

Van daaruit komen we weer terug op het verlossingswerk van de Heere Jezus, en rijst de vraag: kunnen alleen Christenen verlost worden, kerkmensen zogezegd.

Dat is een vraag waar ik geen antwoord kan geven, en eigenlijk ook niet mag geven, want wie zal Gods raad en wegen doorgronden?

Ik in elk geval niet. Maar toch moet ik één ding wél zeggen, en dat is dit:

 

Als de Heere een zó afgedwaalde als ik was, heeft terug weten te halen tot de kudde, wie ben ik dan om te zeggen, dat Hij dat anderen níet zal doen?

Als ik ook maar een béétje besef heb van zijn onmetelijke liefde, groter dan het universum, veelzijdiger dan alles wat daarin is, dan kan ik mij bijna niet voorstellen, dat Hij niet iedereen in Zijn armen wil sluiten.

Tenzij je dat zelf persé niet wilt, natuurlijk.

Ik denk dat Hij jou dan ook in die keuze laat, met alle consequenties van dien. 

We opperen, dat die keuze ook nog zou kunnen in het laatste stervensmoment, ook bij een verstokte godloochenaar, een heiden, een islamiet, een boeddhist, en weet wie wat.

Ik sluit dat niet uit, want de Heere is zó machtig, dat hij door de dikste muren van ongeloof en onwil heen kan breken.

Zijn liefde is zo warm, dat Hij het dikste ijs kan laten smelten.

Maar ík durf niet te stellen dat dat ook voor mij persoonlijk zou gelden.

Met andere woorden: ik hoop het er in elk geval niet op aan te laten komen.

Ik hoop dat de Heere mij vast blijft houden, tot en met dat laatste moment, en voor altijd.

Dat hoop ik ook voor Simone.

En voor iedereen, ook voor jou, die dit leest.

 

In de volle vreugde ook van het leven hier en nu, spreken Simone en ik af, dat we, D.V., ook nog een keer samen gaan ‘stappen’ in Utrecht.

Ik voor mij verheug me er nu al op.

 

 

Riet Ritman-Bakker

Simone Bontan

©rrb

 

vorig: satire: wel hier en gender

volgend: recht aan vrouwen of aanrecht: was Paulus wel zo vrouwonvriendelijk

Missionair in Muziek

Soli Deo Gloria

 

Daar was dan weer de avond, op die 5de juli 2019,  waarin het orgel door vele handen tot klinken werd gebracht: de inmiddels traditionele orgel-avond door de leerlingen van Fia Lam.

Het werd, als gebruikelijk, een  gebeurtenis waar je blij van werd.

Mooi om te merken hoe ieder zijn best deed om de o zo ijverig en zorgvuldig ingestudeerde muziek zo goed mogelijk ten gehore te brengen.

Ik weet, als eveneens leerling van Fia, hoe lastig het is, om een stukje, dat je best aardig kunt spelen,  net zo aardig over te brengen als er toehoorders zijn.

Ik voor mij klap al dicht als ik thuis lekker bezig ben, en er komt iemand mijn tuinpad opwandelen.

 

Iets anders.

Een orgel, een oud kerkorgel – je kunt het niet echt een ‘hip’ instrument noemen.

Hoe verwonderlijk is het dan niet, dat zoveel jonge mensen hiervoor gekozen hebben.

En dat niet uit bevlieging voor eventjes, nee, kinderen, die ongeveer tegelijk met mij, ja eerder dan ik, begonnen zijn, komen dan al zes of vijf jaar trouw wekelijks naar les.

Die later begonnen zijn – ik verwacht niet anders, dan dat die het ook heel lang blijven doen.

En dat is mede te danken aan de motiverende en inspirerende coaching door Fia.

 

Een vraag.  waarom orgel, boven alle andere instrumenten?

Zouden dan al die jongeren die enthousiast op dat oude orgel speelden dan tóch meer hechten aan iets, dat waardiger, bezonkener, een meer ‘religieuze’ sfeer ademt, dan de meeste andere instrumenten?

 

Betekent dit, dat zoiets als ‘vernieuwingsdrang’ lang niet zo urgent is bij jongeren, als weleens wordt aangenomen?

Ik verbind geen antwoord aan deze vragen, dat laat ik aan jou als lezer over.

Intussen mogen we dankbaar zijn voor al die leerlingen, onder wie ervaren hulp-organisten, én opkomende jongeren, die we wellicht ooit als kerkorganist mogen begroeten.

De muzikale kwaliteit is zéker voorhanden.

 

Om uitdrukking te geven aan deze dankbaarheid wilde ik graag het volgende klankdicht kwijt:

 

Alleen de Heere eer en dank  

 

voor  Fia 

 

We hoorden weer

het orgel spelen.

We waren in de ban

van zoveel mensen,

zó vele handen,

die, ‘t zij groot of klein,

door haar bezieling

aangespoord,

prachtige klanken

hebben voortgebracht. 

 

Als door haar handen,

uit haar ziel, muziek

geboren wordt,

groots en sacraal

gaat leven,

in psalm, koraal of lied

door Woord en Geest

gedreven

met kracht mag óverstromen ......

 

 

.....dan worden we in eenheid

óp geheven.

Dan zijn we, door

verwevenheid van banden,

opgenomen

in heilige verbondenheid.

 

Wij danken God, dat zij

gezegend en gezonden is

om klankfonteinen

ons te doen ontspringen.

 

Ik dank Hem, dat ook ik,

mét al de Zijnen,

mij laven mag aan deze bron,

volmondig

en in ziels-beleven

mee mag zingen.

 

Wij danken voor de  gave,

die zij mag delen 

en velen door mag geven.

                                          

door Riet

 

satire

De waan van de dag 

of

Wel-hier-en-gender

Er is een  beweging gaande om ons, mensen, mannen en vrouwen, jongens en meisjes, voortaan niet meer als mannelijk en vrouwelijk aan te duiden.

Ik weet niet helemaal precies waarom, maar het schijnt dat dat onderscheid kan leiden tot ‘uitsluiting’ dan wel ‘voorkeur’.

En het is, geloof ik, ook om te voorkomen om dat deel (0.07 %) van de bevolking, dat verdriet heeft van zijn/haar bij geboorte meegekregen geslacht, nog méér gekwetst wordt.

 

Dat zal best heel vervelend zijn, maar ik weet daar te weinig van om er iets zinnigs over te kunnen zeggen.

Laat me dan maar wat onzinnigheden uitkramen.

Want ik ontkom nu – en dat zal wel totaal fout zijn – niet aan  een plotseling opwellende aanval van spotlust die ik hieronder dan ook hartelijk ga uitleven:

 

Ik mag me niet meer als vrouw identificeren.

Was dàt even lastig bij de sollicitatie.

En solliciteren móest.

Geteisterd door die ándere waan van de tijd, namelijk hoge boetes op spaargelden, en zwaargetrimde pensioenen, deden mij uitzien naar uitkomst voor dreigende geldelijke bekommernissen.

 

Lastig dus, want hoe voorkom ik dat ik als vrouw door de mand val. Maar je kent me, aan  vindingrijkrijkheid geen gebrek!!!

Ik schreef mijn voornamen op als Mari-a /us, Johann-a /us, Albertin-a /us, en mijn achternaam als

Rit-man /vrouw, geboren Bak-ker /ster

Toen de geboortedatum.

Dat ik geboren ben, viel niet te ontkennen,  dus daar maakte ik ‘ooit’ van – dat voorkomt meteen leeftijdsdiscriminatie.

Ik schreef al mijn vaardigheden op in de sollicitatiebrief, van koken en ramen lappen tot banden verwisselen en olie verversen[1],

Want dat kan ik allemaal en is bovendien heel gender-divers.

Het was dus geen verrassing: ik werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek.

 

Even schoot ik in  paniek.

Ofschoon ik een lichte leeftijd- gebonden kinhaarwoekering tot dusver met wisselend succes kon bestrijden, liet ik het nu gaan.

Maar dat leidde niet tot de beoogde maskering van de vrouwelijke gezichts-trekken.

Enevenmin van de rimpelingen in het verouderende maar overigens toch ook nog o zo vriendelijke gelaat.

Spoorslags naar de feestwinkel, waar ik mij een zogeheten Januskop aanschafte: een masker met zowel vóór als achter een gezicht.

Nadeel was even, dat ik toen van voren niet meer wist dat ik van achteren leefde, maar dat werd al gauw een voordeel:

het maakte me nóg meer tijds-eigen.

 

En nu: wat trek je aan? Gelukkig was het juist bijna Sinterklaas, dus een jutezak was dra aangeschaft.

Ik knipte gaten, daar waar mijn hoofd en armen doorheen gingen en ik had succes.

Ieder spoor van - ook maar in de verste verte vermoede -  charme gesmoord.

 

Maar foei nu toch, wat zie ik daarrrrr ?

Zelfs door het grove jute heen, waren er nog twee niet mis te verstane tekenen van vrouwelijkheid te bespeuren.

Ik vlóóg naar de drogist voor drukverband.

 

In de wachtkamer van het bedrijf waar ik gesolliciteerd had, voelde ik mij meteen thuis en vooral veilig:

iedereen zag er eender uit: oppervlakkig voorkomen, jute zak, januskop  –

 

Ik ben afgewezen.

Raad waarom.

Uit de DNA test bleek dat ik tóch een vrouw ben -

 

…..vergeten mij genetisch te laten manipuleren.

 

Natuurlijk is dit een onzin verhaal.

Maar de teneur van de tijd is, dat het bijna een schande lijkt te worden om een man of een vrouw te zijn. 

Terwijl God ze schiep. Man en vrouw: beide schiep hij ze.

Terwijl kinderen een vader en een moeder mogen hebben.

Geschenken, die gaandeweg steeds meer verkwanseld worden voor de waan van de dag.

 

Ja, eenmaal zullen we voor elkaar geen man of vrouw meer zijn.

Dan  zullen we, zoals Jezus belooft:  zijn zoals engelen in de hemel.

Maar zoals het er  nu uitziet, dreigt er iets heel anders.

Namelijk dat we zullen gelijk gemaakt worden aan demonen in de hel, al hier op de aarde.

 

Ik overweeg stiekem om standaard een rok te gaan dragen…..

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 

vorige:  in serie groei en bloei in de kerk: Walter

volgende:  in serie groei en bloei in de kerk: Simone

 

 



[1] van de friteuse