stilstaan bij beweging

Geven en nemen 2

 

Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet

 

Daar eindigde ik het vorige stukje mee.

Ook een uitspraak van de Heere Jezus, in samenhang met dat 'zalige geven'.

 

Betekent dat, dat we anderen niet gaan vertellen hoeveel we voor deze en gene doen?

Dat we niet gaan uitbazuinen, hoeveel we in de collectezak stoppen.

Dat ik niet ga bloggen hoeveel giften ik opvoer bij de belastingaangifte?

Ook.

Dat is trouwens tamelijk vanzelfsprekend.

Het is namelijk  nogal beschamend om op te stoefen over goede daden en dito doelen.

Zeker als je het weinige  ‘goeds’ vergelijk met het tegendeel in mij.

Het kan ook plaatsvervangend beschamend zijn, als je iemand ergens over zoiets op hoort snijden.

 

Dus het is in mijn beleving niet zo moeilijk om te zwijgen over de ‘goede’  dingen.

Niet zo zeer uit bescheidenheid, maar meer uit schaamte, omdat het zo gering is.

Moeilijker wordt het, om, zelfs over dat geringe, niet toch - stiekem - je hart  te verheffen.

Zo van: zonder mij zou dit of dat nooit gedaan, gebeurd of gelukt zijn.

 

Zelfs al is het waar, dan is het des te meer nodig te erkennen, dat ik er zonder Gods hulp geen bal van terecht gebracht zou hebben.

Dat weet ik eigenlijk ook best wel.

Daarom bid ik ook heus wel hulp en bijstand, als er iets te verrichten valt.

Maar o wee: dan is het helemaal gelukt, en dan vergeet ik domweg om te danken.

Wil ik mij – tóch weer – niet afhankelijk stellen van die barmhartige God en Vader.

 

Erger nog: ik neig er toe om stiekem te denken: dat heb ik er toch maar weer aardig goed van afgebracht.

Mijn bewustzijn, mijn lijf en leden zijn doordrenkt met: ‘kijk mìj es’.

 

Met andere woorden: Ik laat dus mijn linkerhand precies weten wat de rechter doet.

 

En dat, zegt mij Jezus: dat zou je nou eens niet meer moeten doen.

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

24 november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:      06 551 80 40 2

 

 

stilstaan bij beweging

Stilstaan bij beweging

Maken en breken

 

oerknal

Als Bijbelgetrouwe gelovigen hebben we best wel wat  moeite met de  oerknal.

Je weet wel, die vreemde gebeurtenis, heel lang geleden, toen er niets is ontploft.

Ik ben geen wetenschappelijk geschoold denker, maar zelfs mijn beperkte logica kan maar moeilijk aanvaarden:

er is helemaal NIETS, dat vervolgens ontploft, uit welke ontploffing alles, maar dan ook álles ontstaat.

 

Intussen, lieve vrienden, lees ik nog wel eens wat bij, en kijk, wat kom ik steeds vaker tegen?

Yep. Die hele oerknal theorie klopt misschien wel helemaal niet.

Er volgen dan theorieën en aannames die zo mogelijk nòg ongerijmder zijn, maar wat wil je. 

Een mens  wringt zich nu eenmaal in de wonderlijkste bochten om maar te ontkennen dat God de Schepper aller  dingen is.

 

Nu ga ik iets beweren, dat je wellicht wat vreemd in de oren klinkt.

 

Er is inderdaad een oerknal geweest. En dat is inderdaad een hele tijd geleden.

Maar het was geen oerknal, waaruit alles wat bestaat en heeft bestaan, uit is ontstaan.

Integendeel.

Het was een vernietigende explosie, waarin alles is vergaan - en nog zal vergaan.

Ik bedoel het moment, waarin de zonde is uitgebroken.

Dat moment, waarin het harmonische  samenZijn van Schepper-en-Schepping totaal is ontwricht.

 

Laten we eens proberen ons een voorstelling te maken van hoe het moet zijn geweest.

Voor zover dat voor ons verduisterde verstand, onze dichtgeslibde, verstoffelijkte geest, tenminste nog mogelijk is:

Een zijnstoestand van ongelooflijke, nooit meer geziene en nimmer ge-evenaarde schoonheid, van vrede, van harmonie.

In eenheid. In heelheid. In…..

Zie je, ik ben nu al door mijn woorden heen.

 

Alles wat Een was, wat Heel was, wat Prachtig was, is ge-explodeerd, uitééngespat –

in zonde, in ziekte, in verdriet, in geboorte en dood.

Gebroken in myriaden scherven, allemaal even scherp gerand en getand, om te vernielen, te verbijten en te ver-eten.

En was het alleen nog maar die scherf,  maar nee:  op iedere scherf troont ook nog een piepklein individuutje.

Een ikkertje, dat zich koning van de kosmos waant.

Het resultaat híervan is zichtbaar in de hele wereldse- én bijbelse geschiedenis.

En het wordt steeds méér zichtbaar.

 

een nieuwe 'religie'

We hoeven niet terug de geschiedenis in. 

Nog steeds is de destructie volop gaande.

Het gevaarlijke van de huidige teloorgang is, dat dat gebeurt onder het motto van herstel, vernieuwing en verschoning.

Idealisten en andere vreemde vrannetjes en mouwtjes willen ons doen geloven dat we zelf een betere wereld kunnen maken.

Als we naar precies doen en laten wat de groene wezentjes ons door de strot willen drukken,

 

Dat heet politiek, maar het weinig anders is dan hysterische hersenspoeling van, met name, de jeugd. 

Men schroomt niet  kinderen en pubers voor het klimaatkarretje te spannen.

Door ze te indoctrineren op scholen en via de media.

Door ze op te juinen om klimaatspijbelaar te worden.

(moeilijk hoor - welke zichzelf respecterende tegendraadse puber wil dat nou niet)

Door een ‘uitverkorene’ de wereld rond te sturen om als een ouderwetse onheilsprofeet dood en verderf uit te roepen.

En wereldleiders en -organisaties laten wérkelijk hun oren hangen naar zo’n, op zijn zachtst gezegd,

toch wel ietwat mankerende puber,

aan wie zelfs maar een schijn van enigszins genuanceerd denken ontbreekt.

Het moet toch ook niet krankzinniger worden.

Maar ik vraag mij wel af wat als puntje bij paaltje komt uitéindelijk prevaleert: Gretha's grote boodschap of het grote geld.

 

O, het valt niet tegen te spreken want het is onmiskenbaar:

Het is de niet te verzadigen  meer-meer-meer-dwang  die alles wat er nog van over is van de Schepping, verder naar de vernieling helpt.

Ik verbeeld mij deze zonde af te kopen, door trouw afval te scheiden. Door fair trade te kopen. Door te recyclen.

Dat heb ik trouwens nog van mijn opvoeders geleerd, die nog wisten hoe je zorgvuldig met geld en spullen om moest gaan.

Maar ja, met hetzelfde gemak scheur ik met de auto naar kerk, werk en winkel.

 

Dat is allemaal nog wel te veranderen, maar ik denk toch, dat het niet gaat werken.

Het is schrijnend, maar ik vrees dat we de steeds verder gaande vervuiling en vernietiging waarschijnlijk niet zullen kunnen keren.

Ik denk, dat we, wereldwijd,  té ver heen zijn.

Te ver weg - ja, los van God.

 

Een van de meest schrijnende zaken vind ik, dat degenen die nog íets bijdragen aan groei en opbouw van het leven

(voor zover ze al niet  in de vernieling zijn geholpen door destructieve overheidsmaatregelen)

worden weggezet als de grootste criminelen.

 

wég met boeren

Het kan dus inderdaad nóg krankzinniger:

De nieuwe religie heeft, zoals het een béétje religie betaamt, natuurlijk een tegenstander. En zondaren.

De grootste tegenstander van de mensheid is nu – de boer.

De grootst denkbare zonde is het consumeren van dierlijk voedsel. Mens-  en wereldvernietigend.

Gevolg: jonge mensen worden vegan, in de vaste overtuiging dat ze wereldreddend bezig zijn.

En helpen zichzelf totaal de vernieling [1]  in.

 

Ik ben er al heel lang van overtuigd, dat ook hier  Satan op zoek is naar wie hij maar kan verslinden.

Eerst moeten de boeren er aan.

Wij moeten af van de agrarische economie en naar een klimaatveilige kennis-economie toe groeien.

Maar al sinds jaar en dag worden boeren weggesaneerd (dankzij het pushen van mega grote bedrijven tbv de export).

En als we nou steeds weer andere geldverslindende en vernietigende wetten en maatregelen[2] voorschrijven,

dan krijgen we de rest ook nog wel kapot.

 

Maar wat heeft Satan daar mee te maken?

Simpel: 

Een niet onbelangrijk deel dat nog over is van het tanende christendom, van de nog kerkgaande christenen, is agrarisch.

Of daaraan gerelateerd.

 

Dus als je de boeren dan ook nog als milieu- en klimaat-criminelen stigmatiseert, is het al gauw: wèg met de boeren.

En daar zou christelijk/kerkelijk Nederland ook wel eens een geduchte knauw van kunnen krijgen.

 

wèg met waarden

Ook op alle andere gebieden worden normen en waarden verslonden.

Pijlers, waarop natuur en moraal rusten, worden finaal onderuit gehaald.

Neem alleen maar het man-vrouw gegeven.

De plus-min, de tweepoligheid, is door God gegeven om de gebroken schepping nog een béétje bij elkaar te houden.

Om de groei er in de houden.

Tweepoligheid kom je in werkelijk alle, tot zelfs de miniemste,  scheppingsverschijnselen tegen [3].

Zonder twee-poligheid zou er geen enkel levensverschijnsel bestaan, niet in de levende, niet in de ‘dode’ natuur.

Daarom is de steeds verder gaande ontkrachting van de man-vrouw- waarde is veel meer dan ‘zondig’ en  ‘slecht’. 

Het is een levensgevaarlijke bedreiging van het voortbestaan.

Misschien zelfs bedreigender dan de klimaatverandering.

Het is niet alleen een ontkenning van waarden, het is het weg doen van die waarden.

 

Alles wat natuurlijk is, wordt als waardeloos weg gezet om datgene, wat on-natuurlijk is, vooruit te schuiven.  

Niet alleen om te tolereren, te verdragen, desnoods te aanvaarden als onmiskenbaar feit,

nee,

maar om te omhelzen als goed, beter, ja,  het beste wat een mens kan gebeuren.

 

Andere dan man-vrouw verbintenissen? Maar natuurlijk. Véél beter.

 

Andere goden dan de Drie-enige? Maar vast en zeker. 

Het meergodendom heeft zich  behoorlijk in onze cultuur ingenesteld.

We aanbidden het  ‘heir des hemels’ door astrologie het leven te laten beïnvloeden [4].

Boeddha en Shiva of hoe dat gespuis allemaal mag heten, tooien menig huis en tuin, ook van Christenen. 

Omdat het een sierlijk ornament is, zo’n vierarmige godin – een mismaaksel dus.

 

waakzaam

Waar de tolerantie ten aanzien van Christenen op steeds lager pitje staat, wordt de Islam ingehaald als Sinterklaas.

Zonder zwarte Piet uiteraard, stel je voor. 

Waar het luiden van kerkklokken aan overheidsbeperkingen is gebonden, mag de muezzin luid over de straten janken.

Maar zeg je dit hardop, dan ben je islamofoob, of xenofoob.  

Dan ben je een griezelig wit christenmens, een maatschappelijke bedreiging, waar je waakzaam voor moet zijn.

 

Maar ik bepleit  déze waakzaamheid:

Waakt zoals wijze meisjes die op de Bruidegom wachten.

Waak over onze jonge mensen.

Bidt voor hen, die zich (nog) niet hebben laten meeslepen met de waan van de tijd, dat ze in Gods Naam bewaard worden.

En dat zij, die  wél meedrijven op deze stromingen, de kracht vinden om zich daar aan te ontworstelen. 

 

Dat ze vaste grond onder de voeten mogen houden of weer verkrijgen.

Een Vaste Grond, die alleen maar te vinden is in het Woord en de Belofte van onze Heere, Wiens komst aanstaande is.

 

Het is meer dan ooit nodig dat de Kerk hierin  ondersteuning en vooral stabiliteit biedt.

Met in het Woord gewortelde wegwijzers, die niet  meedraaien met elke stinkende wind-van-leer.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

27 november 2019

 

PS – als er plannen zijn dat boeren in  Westbroek e/o weer op de trekker springen mag ik dan mee? 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:     06 551 80 40 2

 

 

 

groei en bloei in de kerk

Groei en bloei in de kerk

Rudie in the army

 

Groei en bloei in de kerk

Rudie van Oostrum

 

Zo’n diffuus-lichte herfstmiddag, de zon nét niet doorbrekend – waardoor de warme  kleurenweelde nog intenser is.

Dus alle reden om niet thuis thee te drinken maar lekker op stap te gaan, een middagwandeling door een herfstig bos.

Ik zei dat ik alles wilde weten over Rudie’s leven en taken in het leger.

Daar sprong ie spontaan bovenop: maar staatsgeheimen houd ik onder de pet hoor.

Ik: Beter; want anders strijken straks de geheime-dienst-agenten van vreemde mogendheden weer als vliegen op me neer.

 Toen we genoeg gelachen hadden stapten we uit bij Hollandsche Rading, waar we inderdaad getrakteerd werden op de prachtigste herfsttinten.

Rudie vertelt dat – toen hij had gezegd zo van natuurschoon te genieten - ze hem gewaarschuwd hadden:  

dat leer je wel af, als je in die mooie natuur de zwaarste oefeningen moet doen.

Maar zo zat het niet. Hij put vaak kracht en inspiratie uit de mooie omgeving om juist dóór te gaan met de inderdaad zeer zware oefeningen.

 

Blijkt dat Rudie, belangstellend, minstens zo veel van mij wil weten, als ik van hem.

Maar dat boeit verder niemand, dus daar ga ik hier niet te veel op in.

Ik vermeld nu alleen dat hij heel blij is te vernemen, dat ik mij nooit - nou ja, zélden - alleen voel.

Beiden mogen we ons er vaak van bewust zijn dat de Heere nabij is. Juist als er géén mensen beschikbaar zijn.

En heel vaak ook laat Hij zijn zorg en liefde merken door mensen op je weg te zetten.

Dat is heel divers tot het onverwachte toe, maar er zijn ook steevast een paar mensen die ’s morgens en ’s avonds een appje sturen.

Gewoon uit: ik denk aan je.

Dat stelt Rudie gerust, want eenzame mensen gaan hem ter harte.

Rudie vertelt dat hij sinds kort is ingeschreven bij het Oranjefonds.

Dat verbindt jonge mensen als ‘maatje’ aan oudere -,  in elk geval eenzame mensen.

Rudie kreeg een man met lichte beperkingen toegewezen om dingen voor en met hem te doen.

 

Als het dagelijkse werk in de kazerne en daaromheen gedaan is, zijn er de avonden. Lange avonden.

Begin je natuurlijk met praten en films kijken, maar op een gegeven moment is dat ook wel klaar.

Daarom is Rudie een studie gaan oppakken: praktische psychologie.

 

Wat is nu het leukste aan werken in legerdienst?

Rudie: het afwisselende. Er is geen week die hetzelfde is, er is altijd actie, er is steeds weer iets anders.

Dat bevalt hem bèst.

Hij is niet de man die dag in dag uit, week in week uit, naar een computerscherm kan gaan zitten staren.

Begin maart 2020 zal hij voor viereneenhalve maand uitgezonden worden naar Curaçao, om de overheden daar bij te staan met uitvoerende taken.

Iets waar zijn moeder beslist niet blij mee is. Nou, ik ook niet, hoor Rudie.

We bouwen hierbij wel op wat in psalm 91 staat:

Hij die op Gods bescherming wacht,

wordt door de hoogste Koning,

beveiligd in de duistere nacht,

beschaduwd in Zijn woning.

 

Dat brengt ons weer op het geloof.

Rudie is nog steeds betrokken bij de Jeugdvereniging in Westbroek, als bestuurslid.

Het doet hem goed om in de weekends weer even thuis te zijn, in de ‘christelijke bubbel’.

Hij verheugt zich er op om dit jaar deel te nemen aan de HGJB kerstconferentie.

Dat is met een groep jongeren uit de gemeente uit de Gemeente:

Rianne Evers, Ruben van Renswoude, Jarno van Renswoude, Dennis de Kruijff en Erwoud van der Linden.

 

Ik vraag of hij bij zijn wapenbroeders veel commentaar krijgt op zijn christenzijn.

Hij vertelt, dat er meer sprake is van onwetendheid, dan van spot, kritiek of scepsis.

Wat het meest én negatief in de publiciteit komt over christendom en christenen, blijft hangen bij de mensen.

Het christelijk geloof wordt dan ook snel gelinkt aan de Rooms-katholicisme, met alle vooroordelen van dien.

Rudie slaagt er dan wel in om duidelijk te maken dat het christendom vele uitingsvormen kent, o.a. het protestantisme.

Hij legt uit wat dat inhoudt, waarbij hij ook beslist niet na laat om te vertellen wat geloven voor hem persoonlijk betekent.

Hij laat wel eens een film zien van opwekkingsbijeenkomsten met heel veel jeugd.

Leuk is, dat men dan toch ópkijkt: saaie christenen die er ‘festivals’ op na houden.

 

We delen zorgen over het steeds verder afkalvende christendom.

Hoewel in de ‘uitersten’ – de Pinkstergemeenten en de strenge Gergem, best weer sprake is van groei.

Zouden allerlei vernieuwingen helpen tegen verdere afval?

Rudie denkt dat vernieuwing op zich niet verkeerd is, tenslotte is de kerk, een gemeente, een levend organisme.

Dan is vernieuwing vanuit de Geest eigenlijk een ‘vanzelfsprekend’ gevolg.

 

Maar als vernieuwing alleen maar maakwerk is om ‘verveling’ tegen te gaan, dan heeft het geen enkele inhoud.

Dan zal het ook geen effect hebben op geloofsgroei en verdieping.

Net zo min als vastbijten in oude vormen enige zin heeft, als dat alleen maar om de vorm is, en niet om de inhoud.

 

Maar, peinst Rudie, moeten we ons wel zulke zorgen maken?

Kan de afval ook geen teken zijn van de naderende wederkomst van de Heere Jezus?

Zouden we ons dan niet veel meer moeten verheugen?

Al zouden er dan nog maar 10 christenen op de hele wereld over zijn -

Al zou je heel alleen staan in je geloof -

-  er zijn door de eeuwen heen zoveel mensen in Zijn naam bijeengebracht.

Er is een menigte die niemand tellen kan. We zullen ons dan echt niet alleen voelen.

 

Rudie zit, samen met iemand anders,  op de verdiepingscatechisatie.

Dat is zo genoemd omdat de benaming ‘belijdeniscatechisatie’ meteen zo’n verwachting, of zelfs verplichting schept.

Om daar wat flexibeler en meer ‘open’ in te staan, is voor deze term gekozen.

Hij vindt de bijeenkomsten met ds. van der Zwan, bijzonder waardevol, verdiepend, maar ook heel leuk en gezellig.

Ik vind het fijn dat te horen, maar ook wel een beetje jammer dat er maar twee jonge mensen deelnemen.

Rudie helpt me uit de brand: deze vrijdag avond is speciaal voor ons omdat we woensdagavond niet kunnen.

Maar dan komt er nog een groep bij elkaar.

 

Dat bos in Hollandse Rading is niet zo groot dat je er in kan verdwalen.

Maar omdat ik in staat ben om zelfs in mijn eigen tuintje de weg kwijt te raken, vertrouw ik geheel en al op Rudie’s getrainde richtinggevoel.

En hij op mijn kennis van dit woud, omdat ik zei dat ik er al wel honderden keren gewandeld heb.

Dus komen we steeds weer op eenzelfde punt uit, net zolang tot we maar besluiten ergens een kop koffie te gaan halen.

 

We zitten heerlijk buiten bij ‘de Paddenstoel’, in gezelschap van een cappuccino en een dubbele espresso.

En ieder een fors stuk appeltaart met slagroom.

 

En hier ondervond ik het voordeel van niet meer zo héél hard te kunnen rennen:

ik kreeg niet eens de kans om af te rekenen…..

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:        06 55180402

 

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:      06 55180402

 

 

stilstaan bij beweging

Stilstaan bij beweging

 

Geven en nemen  

 

het is zaliger te geven dan te ontvangen

 

 

Als je iemand vraagt ‘hoe gaat het nou tussen jou en die of gene’, dan is het vaak zo’n standaard antwoord:

ach, wat zal ik er van zeggen: het is geven en nemen.

Dan bedoelen we, dat het matig gaat, dat er gezeur is, dat er weerstanden te overwinnen zijn.

 

Maar wat wil ‘geven en nemen’ nu eigenlijk zeggen in – dit is tenslotte een kerkweblog – het licht van de Bijbel?

Daar lezen we dat Jezus zegt: 'het is zaliger te geven dan te ontvangen'.

Eén van de weinige uitspraken, die we nu eens van harte kunnen onderschrijven. Want dat is zó waar.

Want wat is nou prettiger, zeg maar gerust: lekkerder, dan iets voor een ander betekenen?

Of het nu voor je kerel, je kind, je kat of je kerk is, of dat alles bij elkaar, het is toch heerlijk om te geven?

Dat is toch veel fijner dan ontvangen, veel prettiger dan iets (aan) te nemen.

En dan ook nog, o gruwel,  ‘dankjewel’  moeten zeggen.

Of,  nóg erger, te moeten ervaren dat de verhoudingen niet meer gelijk zijn.

Te moeten erkennen dat die gever misschien wel hoger te waarderen is dan - dan jijzelf.

 

Uit gesprekken met mensen, vooral ouderen, blijkt dat deze mening níet wordt gedeeld.

‘Geven’ is ‘goed’. Daarmee dóe je goed.

 ‘Nemen’ wordt als fout gezien, als egoïstisch beschouwd. Als anderen belastend.

Met alle respect voor deze opvatting, waag ik het toch, haar niet te onderschrijven.

 

Ik denk dat het juist andersom is. 

Ik denk, dat ‘nemen’ vooral voor jezelf belastend is.

In de zorg heb ik gemerkt, dat het aannemen en aanvaarden van hulp  het meest bezwarend is.

Hoe ernstig de ziekte ook is, hoe slecht de zieke er ook aan toe is: dìt wordt als het meest onoverkomelijk ervaren.

 

Ik begrijp dat, ook uit herkenning, bijzonder goed.

Ook ik dop graag mijn eigen boontjes, ook ik heb van kind af aan geleerd mijn ‘eigen kousen op te rollen’.

Ik begrijp ook dat bij de oudere generatie nog kan leven, dat het vroeger bijzonder vernederend kon zijn om iets van iemand krijgen.   

Vaak waren de verhoudingen ook extreem ongelijk.

Een straatarme stakkerd die iets van een rijke krijgt:  restjes eten, of afgedragen kleding.

Of moeten wachten in de kerk tot het blauwe lampje brandt, voor je op het bedelingsbankje mocht gaan zitten.

Want daar moest je zitten, wilde je in aanmerking komen voor een homp oud brood.

Van die ‘bedeling’  afhankelijk zijn, was beschamend. ‘Je hand ophouden’ was een pure schande.

Bovendien was je afhankelijk en kwetsbaar ten opzichte van vaak willekeurige machten. En dat kan heel beangstigend zijn,

 

Nu de verhoudingen wat meer genivelleerd zijn, is deze angst en schaamte eigenlijk niet meer op zijn plaats.

Toch blíjven we het vervelend vinden om iets aan te nemen, zeker als dat niet op een gelijkwaardige manier kan worden beantwoord.

 

Ik had daar ook altijd moeite mee, tot ik iets meemaakte, waardoor ik ben gaan proberen dat te veranderen.

In de supermarkt, bij de kassa, vroeg een jonge man aan een oude dame of ze misschien hulp kon gebruiken.

Daar reageerde die ‘dame’ nogal kattig op: ‘nee, dat kan ik zelf nog wel hoor’.

En vervolgens tegen niemand in het bijzonder: en me laten bestelen zeker.

Ik voelde mij plaatsvervangend zò beschaamd, dat ik tegen die jonge man heb gezegd:

‘Nou, joh, als je wilt: ik kan best wel wat hulp gebruiken hoor'.

En dat gebeurde ook. Op een heel leuke, open en hartelijke manier.

Sindsdien heb ik het me eigen gemaakt om op hulp aanbod, dat ik écht niet nodig heb, als volgt te reageren:

dank je wel, wat aardig van je. Ik zal er, indien ooit nodig, graag gebruik van maken.

Met inderdaad het vaste voornemen om dat ook werkelijk te doen.

Toen ben ik nóg iets gaan inzien.

 

Namelijk:  hoe ongelooflijk lief het  is van de mensen om mij heen, om hun hulp aan te bieden.

En hoe ongelooflijk trots het is van mij, om dat af te wijzen.

Hoe – egoïstisch.

En eigenlijk ook: hoe ZWAK.

En uiteindelijk: hoe liefdeloos.

Egoïstisch: omdat ik het een ander niet gun, om iets te betekenen – al is het dan ook maar voor mij.

Zwak: omdat ik bang ben, dat ik daardoor ‘onder’ de ander kom te staan.

Deze angst, geboren uit wantrouwen, houdt direct verband met feitelijke liefdeloosheid.

 

Het is zaliger te geven dan te ontvangen.

Maar ik heb geleerd oprecht blij en dankbaar te zijn met al of niet gevraagde, al of niet verwachte hulpdingetjes:

Mensen die es even aan lopen met de vraag: hoe gaat het, kan ik wat voor je doen.

Die appen of ik boodschappen nodig heb, of die zomaar ongevraagd de kliko of een kuupzak tuinafval aan de weg zetten.

Of me spontaan de elektrische snoeischaar uit handen nemen als ze zien dat ik er niet bij kan, want te hoog gegrepen.

Zulke dingetjes.

Heeft me echt geholpen om van mijn wankele zelfredzaamheidstroon af te komen.

Om zo ook een ander de kans te geven om iets (voor mij)  te betekenen.

En hem of haar daarvoor dank en waardering te geven.

Misschien zit die ander daar niet eens op te wachten, want de linkerhand wil vaak niet weten wat de rechter doet.

Maar het zet mij wel daar waar ik moet zijn en ook thuishoor: in gelijkwaardige en wederkerige liefde tot mijn medemensen.

 

 

 

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

24 november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl

Whappchat:      06 551 80 40 2

 

 

 

stilstaan bij beweging

Stilstaan bij beweging

 

Nashville en andere verklaringen

 

Het ligt al weer een tijdje achter ons, de commotie rond de Nashville verklaring.

Ik wil die oude koeien dus  niet meer uit de sloot gaan halen.

 

Maar nu kwam in een gesprek met een parkgenoot - vroeger een gelovig kerkgaand christen - een vraag ter tafel.

Namelijk of ‘de kerk’ nog steeds denkt dat er geen vergeving is voor praktiserende homoseksuele mensen.

De stelling was, naar hij vertelde, deze:

 

iemand, die volhardt of steeds terugvalt in een verkeerde levenswandel, heeft daar dan ook niet echt spijt van.

Dan is er ook geen sprake van oprecht berouw. En zonder berouw geen vergeving.

 

Nu moet je bij weergave van discussies als de onderhavige, die toch heel gevoelig kunnen liggen, enige voorzichtigheid betrachten.

Bovendien mag ik aan het Woord van God geen afbreuk doen, terwijl ik ook de eigen subjectieve inkleuring[1]in de gaten moeten houden.

 

Om met dit laatste te beginnen:

Ergens een afkeer van hebben, heeft niets met discriminatie te maken.

Iedereen heeft hetzelfde recht op ‘afkeer’ van iets, als iemand anders op ‘voorkeur’ voor datzelfde iets.

Fout wordt het, als wij ons ‘gevoel’ – en zéker dit soort primaire, reactieve gevoelens – tot norm of wet gaan verheffen.

Om  te veroordelen. 

Daartoe moet je wel weten, wát je veroordeelt.

Ik heb  opgemerkt, dat men geneigd is zich dan af te vragen/in te denken hoe een homoseksuele relatie uitgevuld wordt[2]

Ik denk echter, dat we dat níet zouden moeten doen - omdat je je met deze en dergelijke gedachten aan de rand van de perversie waagt.

Dat vóelt niet alleen fout en zondig, maar dat ís het ook.

En waartoe ben je dan al gauw toe geneigd? Juist ja, de zonde gauw op de ander te projecteren.

Gevolgen:

  1. De zonde wordt feller belicht dan alle andere zonden, en buitenproportioneel uitvergroot.
  2. De totaal-persoon wordt geindentificeerd met die zonde.  
  3. De vraag rijst, of de Heere die zonde wel kan vergeven.

 

Dan gaan we ons bezondigen omdat we  voor Hém te gaan denken.

Dan willen we Hem zelfs een stapje vóór zijn met ons oordeel.

 

Ja maar, hoor ik tegenwerpen, in de Bijbel wordt homofilie toch uitdrukkelijk verboden. 

Inderdaad. Lees Leviticus 20. Maar dan ook ALLE verzen vanaf 9 tot en met 21. En niet alleen vers 13.

 

Wat geloven en belijden wij op grond van de Bijbel? Ik doe een greep:

  • De Heere is voor de zondaren van de gehele wereld gestorven.
  • Er staat nergens: met uitzondering van homofiele mensen.
  • De Heere God is een vergevend God voor ieder die tot Hem komt en zijn schuld belijdt.
  • Er staat nergens: behalve voor homo’s die tot Hem komen.
  • De Heere gebiedt ons niet te oordelen (opdat we niet zelf geoordeeld worden met hetzelfde oordeel)
  • Ook daar staat niet bij: maar je homomedemens mag je wel luidkeels veroordelen.
  • De Heere gebiedt ons onze naaste lief te hebben als onszelf.
    • Ook hier staat nergens: maar je homo-medemens moet je haten en verachten.

 

We moeten verdraagzaam zijn.

Maar- er is een keerzijde.

We moeten wél erkennen, dat verdraagzaamheid, tolerantie [3] búiten Gods Woord om, tot de meest verwerpelijke situaties kan leiden.

Dingen die God verbiedt, worden verheerlijkt en tot norm verheven.

 

Jonge kinderen worden via kinderprogramma’s vertrouwd gemaakt met de meest absurdistische seksuele expressies[4].

Hen wordt  op prille leeftijd al aangepraat dat ze misschien in een ‘verkeerd’ lichaam zitten.

Jonge mensen die daartoe uit zichzelf niet de geringste neiging hebben, worden aangemoedigd om te ‘experimenteren’.

 

Op ontstellend veel terreinen wordt wat krom is als recht aangeprezen, wat verkeerd is als goed, en wat zondig is….-

O, sorry, ik vergis me, zoiets als ‘zonde’ bestaat immers niet meer in het huidige ‘tolerante’, inclusieve diversiteitsdenken.

 

Maar ik kan er niks  aan doen: ik raak met plaatsvervangende schaamte behept als ik iets binnenkrijg van bijvoorbeeld de gay pride.

 

Ik heb een eerzaam man gekend, die al dertig jaar samenwoont met zijn levensvriend.

Beiden zeiden ze zich ervoor te schamen homoseksueel te zijn, als dat gelinkt wordt aan dit soort vervuiling, verwording en decadentie.

Intussen is de man na een langdurig ziekbed overleden, na tot het uiterste liefdevol verzorgd te zijn door zijn levensgezel.

Over liefde gesproken……

 

Terug naar de thesis: Een praktiserende homo kan niet vergeven worden, want als hij praktiseert, heeft hij er geen spijt van.

 

We kijken eerst weer wat er in de  Bijbel staat:

Behalve de zonde tegen de Heilige Geest  is er geen zonde die niet vergeven kan worden.

 

En wie zegt, dat ‘praktiseren’ geen spijt oproept? Geen schuldgevoel? Geen berouw?

Ik ken christelijke jonge mannen, die met Gods hulp in onthouding willen leven. Dat is te prijzen.

Maar dat kan een bittere strijd zijn.

Een strijd, die meermalen, afhankelijk van een meer of minder temperamentvolle hormoonhuishouding, een verlóren strijd kan zijn.

Niemand, en zéker niet iemand die gezegend is of was met een bevredigend huwelijksleven, mag daar over oordelen.

 

Ik denk dat we dáár van af moeten.

Van dat onverzoenlijke voor-oordeel.

Van dat focussen van christenen en andere kerkmensen op juist déze zonde.

Want daarnee hebben we talloze homofiele naasten van de weg ter zaligheid af geslágen.

 

Laten wij ons daar toch niet meer aan bezondigen.

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl Whappchat:      06 55180402</a></p> <p> <a href="file:///C:/Users/31655/Desktop/blog%20stilstaan%20bij%20beweging%20Nashville%20en%20andere%20verklaringen.odt#_ftnref1" name="_ftn1" title="">[1] als vrouw had en heb ik met homofiele mannen nooit moeite, integendeel, contacten waren relaxt en ongecompliceerd;

Met dito vrouwelijke had ik ooit wel een zekere weerstand te overwinnen. Maar nooit tegen de persoon.

[2] vraag je je dat ook af bij andere (hetero)koppels? Me dunkt van niet, en indien wel: ook dát is pervers.

[3] tolerant betekent verdraagzaam maar ik ontkom niet aan déze indruk: tolerant is  onwetend, oppervlakkig, onverschillig

[4] een kinderprogramma waarin een mannelijke prostituee als half naakte politieman verkleed, vertelt over handboeienseks.

is dat al ziek genoeg, het kan nóg zieker, nl. door kínderen hiermee te verzieken.