JONG LEVEN IN DE KERK

Naomi

je kunt alles wel verstandelijk proberen te benaderen, maar dat is in het geloof gewoon niet altijd mogelijk.

Dat maakt het ook niet vanzelfsprekend  om zomaar gewoon te geloven.

 

Ik pik Naomi op bij de crèche, waar ze tijdens de kerkdienst op de kleine kinderen heeft gepast. Leuk? vraag ik.

Je doet eens een spelletje, je leest een verhaaltje voor,  je troost een enkel huilend kindje, dus ja, over het geheel genomen: heel leuk, aldus Naomi.

We rijden door een miezerige zondag naar mijn huisje, waar ik thee ga zetten en Naomi alle kaarsen en lichtjes gaat aansteken die er maar voorhanden zijn.

De thee met ‘n chocoladecakeje (met een Himalaya - volgens Naomi - aan slagroom,) vinden hun weg en intussen komt als vanzelf het gesprek op gang.

Dit gaat geen interview worden, dat voel ik al meteen. Dit wordt wederkerig luisteren, instemmen en tegenwerpen, kortom, een prettige en pittige discussie.

Dat zijn ook de woorden, die bij Naomi passen. Zij laat zich absoluut geen knollen voor citroenen verkopen, stelt overal kritische vragen bij of voegt dito kanttekeningen toe, zodat er geen sprake is van ‘vanzelfsprekendheid’, en dat is, tesamen met gevoel voor betrekkelijkheid en humor, verkwikkend.

Naomi studeert bedrijfskunde, aan de Universiteit van Nijmegen, en heeft daarbij ook nog een enkel semester  filosofie gedaan.  

Ze is actief lid (en kringleider) van de studentenvereniging Navigators, die tot doel heeft, de studenten tot Jezus te brengen en hen tot een actief navolger van Hem te maken.

Dit is mede een verklaring, waarom Naomi vindt dat er in de kerk te weinig wordt gepreekt over die navolging.

Naomi hoort maar al te vaak spreken over zonde en schuld, waar dan wel de vergeving van de zonde aan wordt gekoppeld, maar, vraagt zij zich af:

als er eenmaal sprake mag zijn van vergeving en verzoening, wordt het dan niet eens tijd om aandacht te geven aan hoe we invulling geven aan – antwoord geven óp – die vergeving en verzoening?

In plaats van steeds weer een schuldgevoel aanwakkeren zou je ook eens kunnen denken aan het opwekken van verlangen. Verlangen om Jezus na te volgen en bij Hem te horen.

Ik wilde beslist niet de oudere en ‘dus’ wijzere uithangen (want oud en wijs gaan lang niet altijd samen, hooguit heb ik als oudere meer kunstjes geleerd) maar het moest me toch vanuit eigen ervaring van het hart, dat je, ondanks dat je een verzoend kind van God mag zijn, je jezelf toch geregeld weer in een situatie manoeuvreert, die niet naar Gods wil is. Vergeving blijft steeds weer nodig.

Maar, voegt Naomi toe, je krijgt door de kerkgang,  ook door de verkondiging - misschien wel onbewust – toch een heleboel mee, zoals bijvoorbeeld niet egoïstisch zijn, aan anderen denken.

Wat zij, ook als kind van huis uit, heeft meegekregen, is het belang van de zondagsrust. Dat ervaart ze, zeker als het leven steeds hectischer blijkt te worden, als een zegen. 

 

Er is ook bij Naomi sprake van verlangen naar een ‘betere wereld’ – eerlijker verdeling van de rijkdommen, ook mondiaal gezien. Het zou niet zo moeten zijn dat rijken alles doen om ten koste van de armen, nog rijker te worden. Dat natuurlijke rijkdommen vernietigend geëxploiteerd worden.

Nu kun je ‘een betere wereld’ wel gaan vertalen naar ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’, die beloofd wordt, maar waarom zou je lijdelijk gaan zitten afwachten? Moeten we intussen écht arme mensen laten kreperen, en de aarde verder naar de verwoesting helpen?

Naomi hoopt, als zij een actief werkend lid van de maatschappij zal zijn geworden, meer en actief bij te dragen aan de bevordering van gerechtigheid.

 

Wat zij aantrekkelijk vindt in onze kerkgemeenschap is de diversiteit. Op de jeugdvereniging zitten allerlei mensen van alle soorten opleiding en met verschillende gaven. Een veelzijdigheid, die ze in het studentenleven op die manier niet ervaart.

Ook in de kerk merkt zij dat op: werkelijk alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, en álle mogelijke niveaus.

Bovendien is er altijd herkenning. Ook al ken je de mensen niet eens persoonlijk, het is altijd wel een opa, oma, oom of tante van een vriend of vriendin.

Op de één of andere manier hoor je allemaal bij elkaar, ben je één grote familie.

Als je, hoe dan ook, in een andere kerkgemeenschap terecht zou komen zou het nog niet meevallen zoiets helemaal van de grond af op te bouwen.

 

Naomi weet verstandig en kritisch de dingen te benaderen, ook geloofszaken. Gewoon klakkeloos aannemen wat er wordt opgelepeld, is niet zo haar ding.

Hoe herkenbaar.

We kunnen elkaar dus wederkerig toeroepen:

“Onderzoekt alle dingen, maar behoudt het goede”.

 

GREET SCHUURMAN

MEVROUW GREET SCHUURMAN-JONGENEEL

 

 

 

  Ik wil de serie interviews met onze organisten besluiten met het verhaal van Greet, de andere ‘oudgediende’.

  Op een vrieskoude februarimiddag komt ze, zo maar spontaan, bij me langs. En dat komt goed uit - kunnen we gelijk het      interview doen dat al een tijdje in de planning is. 

  Greet vertelt:

  Van af mijn achtste jaar had ik orgel-les van Nees Brouwer uit Breukelen, samen met mijn zus Maartje.

  Tot ik naar de Mulo ging, toen werd het met het huiswerk een beetje te veel.

  Nadat ik getrouwd was, had ik niet, zoals in het ouderlijk huis, een orgel in huis, en dat miste ik erg. Gelukkig kon ik toen    een harmonium krijgen van een oom.

  Toen ben ik ook weer les gaan nemen. Nu bij Co Kramer, die ook dirigent was van het zangkoor waar ik op zat. Dat mag      een jaar of vijf geduurd hebben, tot op zekere avond er iemand van de Kerkenraad voor de deur stond, Piet Wijnen (een        andere dan de organist die straks genoemd wordt) die tegen mijn man zij dat hij Greet wilde spreken.

  We leven dan nog in een tijd en cultuur, dat het vrij ongewoon is, dat, als er een man in huis is, de vrouw te spreken wordt    gevraagd. Maar waar het om ging was, of ik de avonddiensten op het kerkorgel wilde spelen.

  Dat was in april 1978, dus 40 jaar geleden.

 

Nu is een harmonium wel iets anders dan een kerkorgel, dus ben ik les gaan nemen bij Ton van der Horst, op het orgel van de grote kerk in Hilversum.

Toen ik op ons eigen kerkorgel ging spelen was dat natuurlijk geweldig fijn, maar wél met het gemengde gevoel, dat mijn vader, die van 1942 tot 1972 de avonddiensten gespeeld had, dit niet meer heeft meegemaakt.

Ik werkte samen met Fia Lam, die de organist Piet Wijnen had opgevolgd.

Fia de ochtenddiensten, ik de avonddiensten.

Dat is zonder onderbreking zo gebleven. Immers, in die tijd, was er, als je een boerenbedrijf te runnen had, geen sprake van vakantie.

Totdat ik in 2015 ineens van alles kreeg, knieoperaties, een gebroken pols, wat allemaal nogal wat revalidatie tijd vergde.

Ik zou 1 januari  2016 weer beginnen, maar dat werd een dag eerder - onverwacht werd ik voor oudejaarsavond gevraagd te spelen in een andere gemeente.

Een tijd uit de running, nog niet eens helemaal gerevalideerd,  allemaal redenen om nee te zeggen.

Maar ik ben niet zo sterk in nee zeggen. Dus zei ik ja.

 

En 1 januari is ze de trap naar ons eigen orgel weer  opgescharreld.

 

Muziek maken is bepaald therapeutisch, ondervindt ook Greet. Hoewel ze erge last had van Post/traumatische dystrofie, was het, alsof het spelen haar boven de pijn uit tilde. Maar ook was het spelen op zich pure fysiotherapie. Nu kan zij weer volkomen pijnloos spelen.

Greet speelt, behalve ’s avonds in onze kerk, ook de morgendiensten in Soest, ook alweer zo´n 13 jaar.

Ook heeft ze, ondanks drukke gezins- en bedrijfsbezigheden, leerlingen gehad. Tot een man of 13.

Tegenwoordig geeft ze haar kleinzoon van 6 les, wat wel heel bijzonder is om te doen.

 

Soms kom je voor onverwachte ‘verrassingen’ te staan, vertelt Greet. Zo had ik me voor een zekere morgen, zo als te doen gebruikelijk, voorbereid op de dienst in Soest, aan de hand van de toegestuurde liturgie. Zit ik daar achter het orgel, wordt er een heel ander lied aangekondigd. Nu is het daar niet zo, dat je op een bord kunt zien wat er gezongen gaat worden, nee, dat wordt op een beamer vertoond, zodra het zover is. Ik hoopte dat het bij dat eerste lied zou blijven, meer nee hoor,  steeds werd er een andere psalm genoemd dan die ik had voorbereid. Dat was tóch al omschakelen, maar zul je ook nog eens de muziek niet bij je hebben.

Gelukkig had ik het koralenboek van E. Drenth bij me, en dat is dan wel niet het allermoeilijkste,  maar het is wel in hele noten genoteerd, dus dat moest ik naar ritmisch improviseren.

Gelukkig heb je dan wel je kennis en ervaring, maar het was toch wel een béétje lastig.

 

Ik geloof niet dat ik ooit zo´n rood hoofd heb gehad tijdens het spelen.

Maar naderhand kreeg ik van de dominee een compliment. Dus dat rode hoofd hield nog even aan.

 

Greet hoopt nog een tijd als organist mee mogen te gaan  in de avonddiensten,  maar zij is toch ook heel dankbaar, dat er jonge organisten voorhanden zijn, als het stokje overgedragen moet worden.

JONG LEVEN IN DE KERK / Naomi

Naomi

je kunt alles wel verstandelijk proberen te benaderen, maar dat is in het geloof gewoon niet altijd mogelijk.

Dat maakt het ook niet vanzelfsprekend  om zomaar gewoon te geloven.

 

Ik pik Naomi op bij de crèche, waar ze tijdens de kerkdienst op de kleine kinderen heeft gepast. Leuk? vraag ik.

Je doet eens een spelletje, je leest een verhaaltje voor,  je troost een enkel huilend kindje, dus ja, over het geheel genomen: heel leuk, aldus Naomi.

We rijden door een miezerige zondag naar mijn huisje, waar ik thee ga zetten en Naomi alle kaarsen en lichtjes gaat aansteken die er maar voorhanden zijn.

De thee met ‘n chocoladecakeje (met een Himalaya - volgens Naomi - aan slagroom,) vinden hun weg en intussen komt als vanzelf het gesprek op gang.

Dit gaat geen interview worden, dat voel ik al meteen. Dit wordt wederkerig luisteren, instemmen en tegenwerpen, kortom, een prettige en pittige discussie.

Dat zijn ook de woorden, die bij Naomi passen. Zij laat zich absoluut geen knollen voor citroenen verkopen, stelt overal kritische vragen bij of voegt dito kanttekeningen toe, zodat er geen sprake is van ‘vanzelfsprekendheid’, en dat is, tesamen met gevoel voor betrekkelijkheid en humor, verkwikkend.

Naomi studeert bedrijfskunde, aan de Universiteit van Nijmegen, en heeft daarbij ook nog een enkel semester  filosofie gedaan.  

Ze is actief lid (en kringleider) van de studentenvereniging Navigators, die tot doel heeft, de studenten tot Jezus te brengen en hen tot een actief navolger van Hem te maken.

Dit is mede een verklaring, waarom Naomi vindt dat er in de kerk te weinig wordt gepreekt over die navolging.

Naomi hoort maar al te vaak spreken over zonde en schuld, waar dan wel de vergeving van de zonde aan wordt gekoppeld, maar, vraagt zij zich af:

als er eenmaal sprake mag zijn van vergeving en verzoening, wordt het dan niet eens tijd om aandacht te geven aan hoe we invulling geven aan – antwoord geven óp – die vergeving en verzoening?

In plaats van steeds weer een schuldgevoel aanwakkeren zou je ook eens kunnen denken aan het opwekken van verlangen. Verlangen om Jezus na te volgen en bij Hem te horen.

Ik wilde beslist niet de oudere en ‘dus’ wijzere uithangen (want oud en wijs gaan lang niet altijd samen, hooguit heb ik als oudere meer kunstjes geleerd) maar het moest me toch vanuit eigen ervaring van het hart, dat je, ondanks dat je een verzoend kind van God mag zijn, je jezelf toch geregeld weer in een situatie manoeuvreert, die niet naar Gods wil is. Vergeving blijft steeds weer nodig.

Maar, voegt Naomi toe, je krijgt door de kerkgang,  ook door de verkondiging - misschien wel onbewust – toch een heleboel mee, zoals bijvoorbeeld niet egoïstisch zijn, aan anderen denken.

Wat zij, ook als kind van huis uit, heeft meegekregen, is het belang van de zondagsrust. Dat ervaart ze, zeker als het leven steeds hectischer blijkt te worden, als een zegen. 

 

Er is ook bij Naomi sprake van verlangen naar een ‘betere wereld’ – eerlijker verdeling van de rijkdommen, ook mondiaal gezien. Het zou niet zo moeten zijn dat rijken alles doen om ten koste van de armen, nog rijker te worden. Dat natuurlijke rijkdommen vernietigend geëxploiteerd worden.

Nu kun je ‘een betere wereld’ wel gaan vertalen naar ‘de nieuwe hemel en de nieuwe aarde’, die beloofd wordt, maar waarom zou je lijdelijk gaan zitten afwachten? Moeten we intussen écht arme mensen laten kreperen, en de aarde verder naar de verwoesting helpen?

Naomi hoopt, als zij een actief werkend lid van de maatschappij zal zijn geworden, meer en actief bij te dragen aan de bevordering van gerechtigheid.

 

Wat zij aantrekkelijk vindt in onze kerkgemeenschap is de diversiteit. Op de jeugdvereniging zitten allerlei mensen van alle soorten opleiding en met verschillende gaven. Een veelzijdigheid, die ze in het studentenleven op die manier niet ervaart.

Ook in de kerk merkt zij dat op: werkelijk alle leeftijden zijn vertegenwoordigd, en álle mogelijke niveaus.

Bovendien is er altijd herkenning. Ook al ken je de mensen niet eens persoonlijk, het is altijd wel een opa, oma, oom of tante van een vriend of vriendin.

Op de één of andere manier hoor je allemaal bij elkaar, ben je één grote familie.

Als je, hoe dan ook, in een andere kerkgemeenschap terecht zou komen zou het nog niet meevallen zoiets helemaal van de grond af op te bouwen.

 

Naomi weet verstandig en kritisch de dingen te benaderen, ook geloofszaken. Gewoon klakkeloos aannemen wat er wordt opgelepeld, is niet zo haar ding.

Hoe herkenbaar.

We kunnen elkaar dus wederkerig toeroepen:

“Onderzoekt alle dingen, maar behoudt het goede”.

 

EVEN IETS RECHTZETTEN

 

 

Beste mensen, maar met name jij, die hebt meegewerkt of nog zal meewerken aan dit blog,

 

Misschien is het ook jou niet ontgaan dat er in de Vierklank van 18-7 een artikel  staat, dat nagenoeg geheel en letterlijk is overgenomen van ons blog.

Ik wil je graag laten weten, dat dit totaal buiten mijn medeweten is gebeurd.

Ik verzeker je, dat ik nooit-nooit-nooit elders iets over jou zou plaatsen, noch wie dan ook ooit zou toestaan iets van mijn hand over jou te publiceren - zonder jouw instemming.

 

Ik groet jullie allen hartelijk.

Riet

Ruben van Renswoude

Ruben van Renswoude

Je moet er voor waken dat verschillen in opvatting geen géschillen worden. Daarmee geef je de Satan handvatten om de mensen af te leiden van waar het wérkelijk om gaat.

 

Zo’n regenachtige wintermiddag, één van die bejaarde laatste dagen van het heensnellende jaar 2017.

Hoe verkwikkend is het dan als er een jongmens bij je binnenvalt, vol goede moed en zin, ook in de thee met resten kerstlekkernijen. Ook Ruben heeft in mijn klasje gezeten, maar heeft daar nauwelijks herinneringen aan, goede of slechte. Het was er gewoon. We jumpen daarom meteen maar door naar het nu.

Ruben studeert elektrotechniek. Hij denkt later techtniekles te gaan geven op een middelbare school.

En hij gaat naar de kerk. Omdat hij het wil.  Ondanks dat hij er vaak moeite mee heeft om zijn aandacht  erbij te houden.

‘Dat komt ook’, zegt hij, ‘doordat je een heel andere manier van ‘presenteren’ gewend bent geraakt. Leerstof, informatie – het is allemaal meer visueel en meer gestructureerd

Echter, ook al kan hij kerken en genootschappen noemen, die een levendiger programma vertonen dan ónze orde van dienst, ook al zijn preken elders misschien spannender, toch peinst hij er niet over, om over te stappen naar zo’n andere kerk. Dat is vluchten voor vragen, problemen. Met weglopen los je niets op.

En, stelt hij nuchter vast: er zal dáár ook wel wat zijn. Veranderingen? Indien verbeteringen: ja.

Maar met doordrijven van veranderingen stoot je mensen voor het hoofd. Dat werkt averechts. 

Er kunnen best verschillen van mening zijn, dat geeft niks. Daardoor raak je met elkaar in gesprek. Maar je moet er, aldus Ruben, wel voor oppassen dat die verschillen geen géschillen worden.

Daarmee geef je de Satan handvatten  -  eerst om de mensen af te leiden van waar het wérkelijk over gaat, en vervolgens om totale afscheiding, scheuring, en persoonlijk afscheid van het geloof te bewerken.

Ruben hoopt dat dit met hem nooit zo ver zal komen. Omdat er toch aan alle kanten aan iedereen getrokken wordt, ervaart hij wel een strijd.

Er komt zó veel op je af; dat zou niet te verwerken zijn als je geen rustpunt had in het gebed. In de stille tijd. En in de zondagsrust. Daar kun je toch eigenlijk niet buiten in dit hectische leven.

Eigenlijk gek, peinzen we allebei, zelfs al heb je tijd zat, toch is je stille tijd bijna altijd het laatste waar je mee begint, en dan mag je nog blij zijn dat het er van komt.

Ik herken dat in mijn ochtendprogramma: eerst dit en dan dat… en Ruben, die zijn stille tijd ’s avonds voor het slapen houdt, erkent dat hij soms tijden op de bank zit te hangen, en dan uiteindelijk, op zijn kamer, zo omvalt van de slaap, dat het er niet meer van komt.

We stellen vast dat het niet zozeer de omstandigheden zijn, die ons ervan weerhouden, maar de menselijke en natuurlijke neiging om God niet te zoeken.

 

Als we het hebben over muziek (ja jongens, toch mijn hobby - RR) dan ziet hij relipop niet alleen als plagiaat van de secupop, maar bovendien als heel slechte plagiaat. (Ik glim van instemmend genoegen en grijns van oor tot oor).

Hoewel hij vindt, dat je met gewone popmuziek ook voorzichtig moet zijn. Sommige teksten kúnnen vanuit christelijk oogpunt gewoon niet.

Dan dient zich de vraag aan, of tekstloze muziek dan wél altijd goed is. En dan kom je al gauw terecht bij Bach en Mozart, die muziek hebben geschreven die, naar wel gezegd wordt, recht uit de hemel komt.

Maar mag je dat eigenlijk wel zeggen? Strikter nog: mág je dat wel mooi vinden. We komen hier op uit: als je twijfelt of iets goed is, verwerp het dan, maar wees in ieder ander geval in je eigen gemoed ten volle verzekerd.  

Immers, ook in culturele uitingen kan God aanwezig zijn. Hém zoeken is het eerste.

We luisteren via Spotify een stukje relirap, wat tekstueel lang niet slecht is, en, een stukje Palestrina. 

Recente rap en renaissance reli – tegengestelder kun je nauwelijks vinden. Maar in beide kun je God zoeken.

 

Ruben is  graag actief betrokken bij en in het gemeenteleven. Hij erkent hierin ook het ouderlijk voorbeeld. Hij is lid van de JV en zit bovendien in het bestuur. Ook was hij een paar keer vrijwilliger bij de VakantieBijbelweek.

Hij zit niet meer op catechisatie, maar hij hoopt te zijner tijd naar de belijdeniscatechesatie te gaan en ook belijdenis te doen.

De Bijbelstudies, die hij met andere leden van de Christelijke studentenvereniging Ichtus volgt, lijkt wel een beetje op catechisatie. Je bereidt de Bijbelstudies samen voor en bespreekt ze later in een groepje.

Ruben ziet die interactiviteit ook in een interactieve kerkdienst wel zitten. Meer directe betrokkenheid op elkaar in gesprek en gebed. Dat zou het meer persoonlijk beleven van een eredienst bevorderen.

Niet persé ter vervanging van de gemeenschappelijkheid, maar als aanvulling daar op en in combinatie ermee.

Maar, hoe je het ook aanpakt, het blijft het volgens hem voor kinderen moeilijk om een hele dienst uit te zitten. Hij denkt dat om de week een eigen kinderdienst, zondagsschool of wat ook, de kinderen meer zal boeien.

Maar, om ze aan de kerkdienst te wennen, zou hij ze wel graag om de week de hele dienst in de kerk zien.

 

Ik heb het gevoel dat we nog úúúren van gedachten zouden kunnen wisselen, maar de tijd is om, en bovendien is zijn zusje jarig, en zal hij hand en spandiensten gaan verlenen op haar feestje.

 

Het was een rijke middag.