jong leven in de kerk

 

Jong leven in de kerk 

 

Dineke de Bruijn

 

 

Zij is nog nét 15 jaar, als ze die avond bij me op bezoek is.

Ik ben haar in Maartensdijk op wezen halen, want ze mag (zeer terecht) niet alleen in het donker fietsen van haar ouders.

We steken een heleboel kaarsen aan, zetten thee en halen de restspeculaas tevoorschijn.

En ik steek van wal over Griezelgretha, en vraag aan Dineke wat zij van haar vindt.

 

Dineke blijkt genuanceerd te denken over milieu, klimaat en de toekomst hierin en kan haar ideeën hierover helder verwoorden.

Ze laat zich niet meeslepen door klimaatgekte, maar ze is zich er van bewust dat niets doen geen optie is.

Want dan zou het inderdaad wel eens zo kunnen zijn, dat er voor haar generatie en daar op volgende generaties geen leefbare toekomst meer is.

En ik moet, mét haar, erkennen, dat de generaties voor haar, tot nu toe, zich vooral hebben laten voortdrijven door economisch belang.

En meer-meer-meer dwang.

Er zou dan wel wereldwijd een omslag moeten komen.

Want alleen Europa, laat staan alleen Nederland, laat staan alleen een enkel individu, dat werkt niet.

Maar Dineke is hoopvol, en positief. Ook een enkel individu kan en moet bijdragen. 

Dat is ook onze plicht, zegt Dineke. We hebben immers ook een goed rentmeesterschap te vervullen.

 

Ze is van het Gymnasium overgestapt naar het VWO, want, Bèta-mens zijnde, stuitte het leren van talen als Latijn en Grieks, op grote weerstand.

Toch kan ze verbaal goed uit de voeten, en dat komt ook van pas bij mondelinge toetsen.

Dan heeft ze niet eens zo goed haar aardrijkskunde of zoiets geleerd, maar weet er dan een verhaal van te maken, dat ze toch al gauw een zeven of acht scoort.

Ze zit op de Passie, wat ze als een fijne, open-christelijke school ervaart.

Er is ook een schoolpsycholoog, waar je terecht kunt als je problemen te verwerken hebt, vertelt ze.

Ze voegt daar aan toe, dat ze daar niet heel gauw gebruik van zal maken.

Dineke is niet iemand, die verdriet of problemen snel deelt met anderen.

Maar ze denkt ook dat zo’n psycholoog niet echt helpt.

Als er een ouder is overleden, ben je met een maand lang af en toe praten, heus niet over je rouw en verdriet heen.

Aan de andere kant vindt ze, juist in dit verband, het vreemd dat er weinig rekening wordt gehouden met het overlijden van andere dierbaren.

Zelf heeft ze nog niet lang geleden mee moeten maken dat haar oma is overleden.

Dat heeft er ingehakt, in verdriet, in totale onmacht.

Die hele week heeft ze dus helemaal niets kunnen doen, terwijl juist toen de toetsweek begonnen was. 

Direct de week daarop moesten alle toetsen ingehaald, plus nieuwe leerstof opgenomen worden.

 

We praten nog wat na over wat haar oma voor ons – ja, ook voor mij – betekent heeft, en nu blijkt, dat Dineke ook een empathisch, meevoelend mens is. Want natuurlijk, ook bij mij wellen emoties op.

Dan komt ze naast me zitten en slaat een arm om me heen, en dat was warm en troostrijk.

En ook bemoedigend. Want hoe verdrietig het verlies van dierbare vrienden ook is, er is een brandnieuwe generatie die nieuwe perspectieven biedt.

Dat heb ik trouwens ook van andere nazaten[1] mogen ervaren.

 

Dineke gaat iedere week, vaak ook twee keer naar de kerk.

Ze hecht er aan om dan ook aandachtig te luisteren naar de preek, maar geeft toe, dat het wel eens gebeurt dat ze ’s avonds wat inzakt.

Druk leven, ook voor Dineke.

Naast school werkt ze. Voor een zakcentje en om te sparen voor de rijlessen waar ze over een half jaar aan mag beginnen.

Ze zit ook op de Jeugdvereniging.

En op catechisatie, maar ze geeft eerlijk toe dat haar ouders haar daartoe ook wel eens moeten dwingen.

Ze zegt daar uiteindelijk blij om te zijn. Want anders kwam er vast helemaal niks van terecht.

Ik zeg, dat het nu eenmaal niet in de menselijke natuur ligt, om je als eerste in te zetten voor dingen die de godsdienst betreffen.

Van nature zijn we allemaal mensen die God niet zoeken. Kortom: zondaren.

 

Dat wil Dineke graag erkennen, maar ze mag ook zeggen, dat ze heel hartelijk gelooft, dat de Heere Jezus ook voor haar zonden gestorven is.

Met niet-gelovenden daarover praten vindt ze vaak moeilijk, maar soms, onder gelijk-denkenden, wordt het soms zò gevoed door de Geest, dat ze zelf niet weet waar ze het vandaan haalt. 

Ik herken dat helemaal.

Die Geest heeft ze ook ervaren tijdens het Gemeente weekend in mei dit jaar.

Verbondenheid en liefde in de Heere waren daar zó merk- en voelbaar, dat je wel zou willen, dat dat altijd zo was.

Maar hierdoor weet je weer, dát het er is.

 

En dat is een onmisbaar houvast.

Ja, ook voor mij, Dineke.

 

Ik breng deze bijna 16 jarige weer naar huis, en rijdt zingend en fluitend terug, van pure vreugde en dankbaarheid.

En voor Dineke vervuld van liefdevolle wensen voor een gezegend, mooi en gelukkig nieuw levensjaar.

 

 

riet ritman-bakker

dineke de bruijn

©2019rrb

 

 

stilsltaan bij beweging

stilstaan bij beweging

nat blad

 

Zondagmorgen ontwaakt met een schier lichamelijke tegenzin om naar de kerk te gaan.

De ervaring heeft geleerd dat die weerstand niet te overwinnen is, dus daar begin ik ook maar niet meer aan.

Want dan kom je in zo’n rare welles/nietes tweespalt, met alle argumenten van voor en tegen.

Even zinloos als vermoeiend.

Dus wat ik dan meestal doe, is mijn verstand op nul zetten (niet zo heel moeilijk) en dan gewoon op de automatische piloot de dingen doen, die er toe leiden, dat ik in elk geval naar de kerk kán gaan. Dan hoef ik naderhand geen schuldgevoel te hebben dat ik lui en nalatig bent geweest.

En dan is thuisblijven alsnog een bewuste, gemotiveerde keuze.

Maar dan gebeurt er, halverwege de Westbroeksebinnenweg, iets wonderlijks.

Dan word ik mij er tot mijn niet geringe verbazing van bewust, dat ik op weg ben naar de kerk.

 

Misschien kun je dit wel vergelijken met die zinsnede in psalm 95:  ‘verhard u niet maar laat u leiden’.

Want zo voelt het ook.

Er is geen sprake van een bewuste keuze, en eigenlijk ook niet van automatisme, want beide zouden me thuisgehouden hebben, maar wel van sturing -  van zachtjes voortgeduwd worden.

 

 

Eigenlijk moest ik dat niet doen, zaterdags te veel hooi op mn vork nemen, want dat leidt ook vaak tot die tegenzin.

In dit geval had ik teveel blad op m’n hark genomen.  

Dat moet dan naar de tuinafvalzak die ik al aan de weg had gezet, want een kuup nat blad krijg ik in mijn eentje nooit meer verplaatst.

Dat gaat in fasen: kleinere zak op een kar, die voor een deel vullen en dat over naar de grote kuupzak.

Dan loop je toch nog gauw zes keer heen en weer te sjouwen.

Maar het was best prettig werken, niet het minst omdat  passanten/buren al gauw een praatje maken en/of een versterkende knuffel verstrekken.

Dat kost allemaal wel extra tijd, maar zorgt er ook voor dat je onthaast en je jezelf niet over de kop werkt.

 

Deze keer was het mooiste onthaastmomentdít:

Ik trok moeizaam een zware kar voort, naar draagkracht beladen met minstens een kwart kuup nat blad. 

Daar kwam een buurman,  achter de kinderwagen met de baby, die ik eerder die middag ook  al had mogen bewonderen.

Dus ik zei: jouw last is heel wat lichter, leuker en liever dan de mijne.

Waarop hij spontaan antwoordde: zullen we ruilen?

En voor ik het wist duwde ik de buggy met baby voort terwijl pappa mijn dooie bladafval wegdeed.

Daar werd ik helemaal blij en licht van.

 

Maar na de dienst van deze zondagmorgen, ter voorbereiding op het Heilig Avondmaal, deed deze ongelijke ruil mij ook nog aan die andere Ruil denken: 

 

Hij mijn zonde, ik Zijn gerechtigheid

 

Daar word ik nú blij en licht van.

 

satire

Satire

 

Op de versiertoer

of

niets is nutteloos

 

Ik vind het eerlijk gezegd zonde van m'n geld om dure kappers op mn hoofd los te laten zolang ik er zelf nog de schaar in kan zetten.

Geen schokkend-mooi resultaat, maar - who cares.

Ooit, in een ver en blond verleden, was mijn haar tot sieraad. Mijn generatiegenoten zullen dit herkennen:

Tot sier, tot opsiering, en af en toe  ook nog tot vérsiering.

Die tijden zijn voorbij, maar, andermaal: who cares. 

 

Maar toen….

Ik had mijn hoofd weer eens flink bijgesnoeid, en in het achteruitkijkspiegeltje gezien dat het er wel weer een poosje mee door kon.

Ik stofzuigde het haar-afval weg en ging wat in de tuin rommelen.

Blad harken, eendenpoep van het bruggetje schrobben, intussen een goed gesprek met Isolde voerend.

Zij de vrouwelijke helft van het eendenpaartje, dat sinds jaar en dag mijn vijver tot vaste woonplaats verkozen heeft.

Haar wederhelft heet, raad het, Tristan.

Het aardige is, dat ze daar ook wérkelijk naar luisteren, waarschijnlijk op hope van dat enkele korstje brood, dat ik ze nu en dan toewerp.

 

Daar kwam Tristan aangeschommeld, helemaal achter vandaan, richting vijver.

Hij droeg iets in zijn bek, iets zilverwits:

Een krultoefje van mijn afgeknipte haar, dat de stofzuiger kennelijk was ontkomen.

 

Dat was en zó onnozel-aandoenlijke vertoning, zoals hij met zijn kadootje recht op Isolde aan scharrelde.

Zij waggelde hem tegemoet, kopknikkend, zachte kwaakgeluidjes makend.

Tristan maakte een paar eerbiedige buigingen en legde toen het geschenkje liefdevol aan haar voeten.

Isolde boog terug, en boog nog eens, en toen kozen ze samen het ruime sop, het plukje haar gezellig tussen hen indrijvend.

 

Dat zou in zelfs mijn wildste dromen niet zijn opgekomen - tóch nog op de versiertoer met mijn eerbiedwaardig grijze haar.

Wie weet, krijg ik komend voorjaar een vijver vol jonge eendjes.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb

 

 

 

Gezin in de kerk

GE ZIN IN DE KERK

familie van de Bunt-Lam

Cora – Jochem - André – Johathan – Naomi – Leanne

 

Als ik door het raam naar binnen kijk terwijl ik aanbel, zie ik vier kinderen op hun knietjes rond de salontafel zitten.

Ze zijn ijverig platen aan het in kleuren.
Schattiger tafereel is niet denkbaar.
Binnenkomend lopen de jongsten, de meisjes van 4 en bijna 2, spontaan naar me toe om te vertellen, dat ze klompen aan het maken zijn.
O werkelijk, zeg ik, en waar zijn die klompjes dan voor?
Voor Sinterklaas natuurlijk, juichen ze. We mogen ze bij oma neerzetten.
Nu komen ook de jongens van 7 en 6 naderbij. Ook zij zijn nog gelovend. En daar is niks mis mee.
Ze knielen weer bij de tafel neer en gaan verder met kleuren.

Cora komt bij me zitten, op voor mij goede hoorafstand en we raken aan de praat.

De kinderen mengen zich, daartoe gevraagd, ook in het gesprek.

De oudste twee gaan al geregeld mee naar de kerk, en jawel, ze vinden het kindermoment best leuk, hoor.
Ja, vooral die keer, dat ze een snoepje kregen.

En zondagschool?  vraag ik, uit ‘professionele’ belangstelling.
Er blijkt niet zo heel veel veranderd te zijn, een versje leren en een Bijbeltekst, er wordt een verhaal verteld.

Soms wordt er een werkje gemaakt of een spelletje gedaan.

Een verschil is, dat ze ook liederen uit Weerklank leren, en een psalmversje in de nieuwe berijming, náást de versjes in de oude berijming.
En daar is ook niks mis mee.
André zegt ook zondagsschool best wel leuk te vinden. 

 

Cora heeft er voor gekozen haar baan op te zeggen ten gunste van de zorg voor het gezin.
Af en toe denkt ze dat het ook wel fijn zou zijn om weer werk buitenshuis te hebben.
Ik zeg: als ik vier van die pràchtschatten had gehad, was ik ook nooit de deur uit gegaan.

Daar wil je toch niks van missen?
Cora zegt, dat ze nu wel uitzonderlijk lief zijn, dank zij de kleurplaten, maar dat is ook wel eens anders.
Ja, waar is het volmaakt op deze wereld?  

 

Cora hecht er aan zoveel mogelijk eenheid te scheppen in het gezin, door zo veel mogelijk dingen samen te doen.

Ook de maaltijd ‘s avonds, die ze nagenoeg altijd samen houden.

Ze is er van overtuigd dat dat een binding en een basis schept, waar kinderen altijd op kunnen terugvallen.

Vrouw in het ambt.
Cora denkt, dat een vrouw, mede op grond van misschien een toch wat ruimer empathisch vermogen, ook heel goed in staat zou zijn het ambt van ouderling te vervullen.

Maar ja, Paulus hè?
We ontwikkelen daar toch iets genuanceerder gedachten over dan alleen: de vrouw moet zwijgen in de gemeente.
Paulus staat beslist toe om te profeteren en heeft ook op allerlei andere manieren een hoop met vrouwen op.
Veel meer dan per traditie aangenomen wordt.
Voor beter evenwicht, ook weer met het oog op de empathische inbreng, vindt ook Cora, dat huisbezoek door een ouderling en een bezoekzuster zou kunnen worden gedaan.

Zij hoeft dan niet persé ambtsdrager te zijn. Ik onderschrijf dat.
Ik heb alleenstaande vrouwen wel horen zeggen, dat ze twee mannen op huisbezoek een beetje teveel van het goede vinden.
Ik onderschrijf dàt voor mij zelf beslist niet, maar kan het wel begrijpen.
Cora vindt de invulling van Ronnie goed: mensen uit de bezoekwijk bijeenbrengen en met elkaar van gedachten wisselen.
Ook daar ben ik het mee eens, ik heb zelf zo’n bijeenkomst mee mogen maken, en dat was een heel goede, verrijkende ervaring.

Ofschoon ik beslist open sta voor persoonlijk contact, want daar heb ik zowel recent als in het verleden fijne herinneringen aan.

Ik zou, zegt Cora,  toch eerder voor een man kiezen dan voor een vrouw in het ambt.  Maar dat kan heel gevoelsmatig zijn, door de gewoonte gevoed.
Ik opper: maar als er op zeker moment geen mannen meer beschikbaar zijn, dan móeten we wel uitwijken naar de vrouwen.

Daar springt Jochem meteen boven op.

Mannen genoeg, betoogt hij.

Maar, dat heb je in gemeenten, die uit dichte familieclusters bestaan, het zijn vaak altijd weer de zelfden.
Hebben ze er twaalf jaar in gezeten, gaan ze er een jaar uit, worden ze na dat jaar wéér genomineerd.
Hij vindt het dan ook verheugend, dat er nu twee heel nieuwe namen genoemd zijn.
Jochem is zelf in zijn vorige kerkverband twee jaar diaken geweest.

Hij heeft daar heel veel geleerd en dit met liefde gedaan, maar hij kan niet zeggen of hij het in dit kerkverband ook zou kunnen.
We zijn het er over eens dat het een roeping van God is.
Een termijn van 12 jaar vindt hij wel héél erg lang.
Vier jaar is weer veel te kort, want dan ben je nauwelijks ingeschoten en moet je er al weer uit. 

 

Jochem is lid van de PKN geworden, en dat viel hem niet moeilijk.
Het ‘nest’ was hem niet onbekend - uiteindelijk toch hetzelfde dorp met dezelfde bekende mensen.

En hij heeft – toen nog als enige -  op de JV gezeten met de hervormde jeugd.

Hij ervaart niet zo heel veel verschil in Gereformeerd en Hervormd.

Cora zegt, dat de gereformeerde prediking minstens zo  verdiepend kan zijn als in de Hervormde kerk.
Een samengaan van de Gereformeerden en de Hervormden zien beiden voorlopig nog niet gebeuren. 

 

De kleurplaten zijn prachtig ingevuld, en moeten, hier en daar met wat ouderlijke hulp, uitgeknipt worden, om later tot klompjes gevouwen en geplakt te worden.
Ze moeten klaar zijn om straks bij oma bij de schoorsteen gezet te worden, als ze daar gezellig gaan eten.
Want het is donderdag:  vaste oma-dag.

Ik keer huiswaarts, vervuld van blijdschap over deze ontmoeting in een bijzonder liefdevolle, levendige, jeugdige, en vooral inspirerende sfeer.

Met een vooruitzicht op een vervolg.
Ook dát nog.
 

Riet Ritman-Bakker
Cora en Jochum van de Bunt
©2019rrb/famvdbunt 

5 december 2019

stilstaan bij beweging

Stilstaan bij  

DRIE HEILIGE KONINGEN

    of

de kosmische leugen van de astrologie

 

Ik hoor, ook in christelijke kring, steeds vaker de astrologie verdedigen als een Gode níet onwelgevallige zaak.

En dat dan met verwijzing naar de ‘Wijzen’ uit het Oosten: ‘Daaraan kun je zien dat God ook de astrologie wil gebruiken’.

 

Ik wil deze gruwelijke misvatting met het onderstaande artikel weerleggen als volgt.

 

In het Oude Testament  veroordeelt en verbiedt God de astrologie. Talloze keren. Onomwonden.

Israël haalt zich er Gods toorn en straf mee op de hals.

Immers, het is:

niet vertrouwen op God en Zijn Woord, maar afgaan op tekenen in de hemel.

Ofwel het volgen van heidense machten. Goden, die, verheven tot hemellichamen, levensvernietigend zijn.

Het wordt hoererij genoemd en dat is het ook. In de meest letterlijke zin van het woord.

Vruchtbaarheidsdiensten (lees: overmatig seksueel wan- en dwanggedrag, dat tot ziekte en dood leidt ) ter ere van Astoreth. 

Offerdiensten aan Moloch: Kleine kinderen werden in zijn armen gelegd, om hen met het vuur in zijn beeltenis te verbranden.

Naar deze en andere goden[1] werden sterren en planeten genoemd. Omgekeerd werden de hemellichamen ook als 'goden' geïdentificeerd. 

Astrologie en religie – lees: afgodendienst – zijn dus nauw verweven.

 

In het Nieuwe Testament treden ‘Wijzen’ aan, die op weg gaan om onder leiding van een ‘ster’[2] een koningskind te zoeken.

 

Maar - waren deze ‘Stervolgers’ nu ‘Wijzen’?  In het Grieks staat er ‘magoi’ en dat betekent: magiërs, tovenaars. 

Het zijn ingewijden in de oude Chaldeeuwde (Babylonische) astrologie. 

Deze ingewijden stonden, ook in de tijd van Daniel en het Babylonische meer-godendom, in hoog aanzien als  ‘wijzen’.

Maar:  'wijzen' - dát waren deze mannen, in de context van het Matheus Evangelie, niet

Want dan zou er het griekse woord ‘sofoi’ hebben gestaan.

De Bijbelvertalers in de vroege kerkgeschiedenis en hun opvolgers hebben  kennelijk geen raad geweten met deze tovenaars.

Immers,  de kerk kon in beginsel niet toelaten dat magie, astrologie, zou insluipen in de christelijke leer..

Dus in plaats van het woord ‘magiërs’ is voor het woord  ‘wijzen’  gekozen, volgens de Babylonisch-Perzische cultuur en traditie.

De kérkelijke traditie heeft het steeds verder doorgetrokken, zeg maar gerust: óvertrokken.

Ze spreekt zelfs van drie heilige koningen, deze personages steeds verder afbrengend van hun oorsprong. 

Of de magiërs, door hun bezoek aan het Kind Jezus, inderdaad geheiligd zijn, we weten het niet.

Zijn ze van hun  afgodische en occulte praktijken bekeerd?

Zijn ze wérkelijk  zijn gaan geloven dat Hij hun redder en verlosser tot hun eeuwig heil is –

ik hoop het hartelijk voor hen, maar het staat nergens.

 

Het is per traditie een aanname, waarschijnlijk ook weer omdat niemand er raad mee wist. 

Je kon toch niet aannemen dat Gód heidense tovenaars, die Hij verfoeit, naar de wieg van Zijn zoon stuurt?

Om Hem te bemodderen met aards slijk als mirr’ wierook ende goud? [3]

Daar lag dat Kind toch wérkelijk niet op te wachten.

Had Hij dáárvoor de Hemelse rijkdom en heerlijkheid, waarin álles in Zijn macht en hand was, verlaten?

 

Ik wil, door deze vragen aan het denken gezet, aannames voorstellen die mede gebaseerd zijn op cultuur-historische gronden.

Maar ik ben mij er van bewust dat ik hiermee wél een enkel heilig huisje aan het wankelen breng.

 

De astrologen in de tijd van Jezus’ geboorte waren lang zo machtig niet meer als in de tijd van Nebukadnezar en anderen, tot Kores.

(Cyrus de Grote, die het meergodendom afschafte omdat hij ging erkennen dat er één ware God des Hemels is[4]).

De tijden, waarin astrologen de vorsten adviseerden, en daardoor zelf ook bijna oppermachtig werden, waren voorbij.

Niet dat ze een noodlijdend bestaan leidden (zie de ‘schatten’[5]) maar aanzien en macht waren getaand.

 

Op basis van die feiten leg ik de volgende aanname voor:

 

Zij zochten met hun gaven hun belangen terug te winnen en  in te kopen bij iemand, 

die naar astrologische berekening een groot en machtig vorst zou worden.

 

Ik laat dit  voor wat het ook mag zijn en volg verder de Bijbel.

 

Nadat zij hun boodschap gedaan hebben grijpt God in: Hij geeft ze een droom dat ze  niet naar Herodes terug moeten gaan. 

Dan verdwijnen de magiërs, onbekend in getal, even naamloos als ze gekomen zijn,  achter een vage horizon, 

met achterlating van ontreddering en verderf. 

In de Bijbel wordt nergens meer, door niemand, ook maar met één woord over hen gerept.

 

En wat doen wij? 

Wij geven ze traditioneel namen en titels die in de Bijbelse werkelijkheid nooit hebben bestaan.

We verheffen hen tot  ‘Heilige drie koningen’.  

Als zij dan inderdaad in recentere vertalingen - terecht - magiërs of astrologen worden genoemd, gaan wíj vervolgens de astrologie ‘heiligen’ .  

Volkomen onterecht en tegen Gods wet en wil.

 

Astrologie is een werkelijkheid, dat valt niet te ontkennen. 

God in zijn barmhartigheid wil ons ertegen beschermen door het te verbieden en het zo nodig af te straffen.

Omdat het een levensgevaarlijke werkelijkheid is. 

Het is een occulte bezigheid, maar een béétje astroloog kan sterren-constellaties vertalen naar de reële werkelijkheid.

Een redelijk herkenbare karakterbeschrijving en een levensloop, Zelfs voorspellingen doen, die dikwijls ook nog uitkomen.

Maar het zicht is altijd onvolledig en de duiding is altijd subjectief: 

een mens ziet wat hij wil zien, hoort wat hij wil horen, of vertaalt het naar wat het beste, het mooiste het leukste in zijn straatje past.

Mede daardoor is Astrologie misleidend, ja, tot stervens toe levensbedreigend.

De waarheid hiervan is in de Bijbel aangetoond:

 

Ook het zicht van dèze astrologen was beperkt.

Wat ze níet hadden gezien, was, dat het Kind geen kind van een aardse, in die tijd regerende, koning was.

Ze gingen dáárheen, waar ze nu juist  niet hadden moeten zijn: het paleis van koning Herodes.

Met alle levensvernietigende gevolgen van dien: de kindermoord in Bethlehem.

Iemand zei: ja maar, als de Wijzen die schatten niet hadden gegeven, dan had Josef nooit kunnen vluchten naar Egypte. 

Dan vráág je toch om de tegenwerping:

Als die Wijzen nou eens gewoon lekker thuisgebleven waren, dan had er helemaal niemand hoeven vluchten.

 

Ik denk 

- en ik voel dat er nu een paar héél heilige huisjes kletterend tegen de vlakte gaan –

 

dat de astrologie ook hier een instrument van de Satan was, ingezet om

het leven van Jezus én het Doel van dat leven onmogelijk te maken.

 

Om Hem meteen al aan het begin van Zijn leven te associëren met occulte, heidense praktijken.

Om hem te corrumperen met goud en goed.

Om Hem als het ware oorzaak te maken van de gruwelijke moord op kinderen.

Kinderen als Hijzelf – hoe boosaardig is dàt.

Om al meteen de joods-godsdienstige elite van Hem te vervreemden, door Hem te linken aan occulte astrologen[6].

 

Eén en al bewijs van de vijandschap tussen de Satan en het Zaad van de vrouw.

De vijandschap was er al meteen na de zondeval, maar wordt steeds duidelijker zichtbaar tijdens Zijn leven.

Tot en met Zijn dood.

Maar het trof Hem al meteen vanaf het begin van Zijn menswording.

 

Jezus hééft de Satan overwonnen. O zeker.

Laten dan ook wij in Zijn Naam de Boze weerstaan.

Ook in zijn aanvallen op ons, aanvallen, die vaak verschijnen in de verleidelijkste mooi-weerpraatjes. 

Onder andere, dat God de astrologie wil gebruiken voor Zijn werk.

 

Ik wens jullie allen gezegende Kerstvieringen.

Hetzij met elkaar, hetzij in eenzaamheid.

Maar altijd mét dat nieuwgeboren Kind.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

01 december 2019 (1e adventszondag)

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl  

Whappchat:      06 551 80 40 2

 

Verantwoording: andere bronnen dan de Bijbel zijn niet vermeld, maar op te vragen op genoemd @dres.

 

Riet R-B