MISSIONAIR IN MUZIEK

 
Missionair met muziek .....
 

 

......kan dat? Gaat het niet in de eerste plaats om het Woord?

 

Dat is natuurlijk zo, maar je kunt en mag ook op allerlei andere manieren missionair bezig zijn.
En dat is maar goed ook, want niet iedereen heeft zomaar de moed  om over de Heere en Zijn dienst te spreken.
Zo zijn er ook de Tabitha’s (Dorcas, die rokken maakte voor de arme mensen), de mensen, die anderen die dat nodig hebben, hulp bieden.
En er zijn mensen, die muziek maken. Of die graag zingen. Een voorbeeldje: ik loop vaak te zingen als ik (buiten) aan het werk ben, of wandel, of boodschappen doe.
Dat zijn vaak ‘psalmen, gezangen en geestelijke liedekens’, om met Paulus te spreken.
Soms willen mensen weten wat je zingt - een mooi aanknopingspunt om iets te vertellen over die psalm, dat gezang, het geestelijke lied.
Soms is er  herkenning - dat doet iets met mensen.
 
Missionair zijn met muziek kun je zijn als jongere, als je graag zingt en/of een instrument bespeelt.
'Sommige nieuwere liedjes', hoorde ik van een jonge vrouw die zich zelf bepaald onmuzikaal noemt, 'zijn zelfs voor mij makkelijk op de gitaar te spelen'.
Dus moeten we muziek, die ik persoonlijk soms wel eens een beetje ál te ‘hapklaar’ vind, niet zo maar aan de kant schuiven.
Ik denk ook aan de sing-ins die - alweer een tijdje geleden - een paar keer in de kerk gehouden zijn, met een zanggroepje en allerlei instrumenten, allemaal mensen van de JV.
Toen was er veel én veelzijdig muzikaal talent onder de jongeren. Ik weet niet of dat nu ook  nog zo is. 
Ik weet dat er een paar trompet spelen, dat er ergens een percussionist moet huizen, maar in elk geval zijn er, naast de drie hulporanisten-in-opleiding, vijf jongeren die orgelles hebben.
Dat is op z'n minst opmerkelijk. Je hoort rondom van alles gonzen over vernieuwing en verlevendiging....
Maar kennelijk is het orgel een zó tijdloos instrument is, dat het voor iedere aankomende generatie weer 'nieuw' en 'levend' is.
Zoals het voor eerdere generaties nieuw en levend is gebleven.
 
weerstanden
Hoewel voor ons het orgel niet is weg te denken uit de erediensten, heeft het na de reformatie nog een hele tijd geduurd eer het orgel (weer) in gebruik genomen werd.
Ze waren er al  in de oorspronkelijk Rooms-Katholieke kerken, maar orgelspel werd  afgewezen, net als bijvoorbeeld wierook en andere liturgische gebruiken, die als 'papistisch' werden bestempeld.
Wel werd de gemeentezang ingevoerd, wat, zoals men langzamerhand ontdekte, zonder begeleiding absoluut niet ging.
Iedereen dééd maar wat, in eigen tempo, toonhoogte, volume. Men probeerde door zo hard mogelijk te zingen elkaar de loef af te steken of zijn eigen manier van zingen erdoor te douwen.
Kortom: 'ghehuyl ende geschreeuw', aldus Constantijn Huygens.
Dus werd er over nagedacht om het orgel weer in ere te herstellen. Dat ging natuurlijk ook niet zonder slag of stoot.
Er waren er die het nu zo eerbiedwaardige instrument 'des duivels fluitenkast'  noemden.
 
En nu is het 'gewoon'. 
 
gewoon
Ik heb, toen ik pas weer in de kerk kwam, wel eens de gedacht dat het nogal 'gewoon' gevonden werd, dat er iedere zondag steevast twee mensen zijn, die de gemeentezang begeleiden.
Vaste prik, ’s morgens Fia, ’s avonds Greet.
Maar ook moet gezegd zijn, dat er meer belangstelling is ontstaan sinds we een aantal hulporganisten in opleiding hebben.
Er werd vaak nieuwsgierig naar boven gekeken - wie, o  wie? Deze onzekerheid, zelfs onrust, is opgelost nu ook de organist wordt genoemd, bij de afkondigingen.
Toch heb ik mij nooit helemaal aan de indruk kunnen onttrekken, dat muziek in onze gemeente niet zo'n héél hoge prioriteit heeft.
Is die indruk juist, dan moet daaraan worden toegevoegd, dat dit méér dan onterecht zou zijn.
In elk geval on-Bijbels. Eén van de ordeningen voor de dienst van de Heere is, naast bijvoorbeeld de offerdiensten, de aanstelling van muzikanten en zangers.
Eerst in de tabernakel, later in de tempel. De Heere is kennelijk gediend van muziek. Hij wil het er bij hebben. Tot Zijn eer. En tot vreugde van de mensen.
Kan het zijn dat dat niet altijd wordt beseft?
Er wordt, voor het begin van de dienst, druk gebabbeld over van alles en nog wat, en dat zet zich, zij het in mindere mate, voort bij het tussenspel voor de collecte.
Dat is ook wel te begrijpen - ik maak me er zelf ook 'schuldig' aan - je wilt met je kerkbankburen toch ook wel wat aardigheden wisselen.
Immers, de onderlinge verbondenheid is  heel belangrijk.
 
Maar stel je  eens voor: Je zit in de concertzaal. De musici zijn, na  intense voorbereiding, bezig met de uitvoering van een muziekstuk – en jij babbelt er lustig op los.
Geloof maar gerust dat je vriendelijk - maar buitengewoon dringend - zou worden verzocht om te zwijgen. Of te verdwijnen.
Laten we het bij ons in de kerk dan maar op zwijgen houden. Zoveel als mogelijk is. En laten we met aandacht luisteren naar de muziek, die tot Gods eer wordt gespeeld.
 
Want geloof me, het is níet gewoon, en zéker geen kleinigheid, dat dat iedere zondag weer mag gebeuren.
Het is Gods gave  -  en ook in het orgelspel is de leiding van de Heilige Geest onmisbaar. Net zoals in het spreken en het luisteren.
Laten we dus ook met respect luisteren naar de uitvoerende organisten.
Want, ook al mag je hier in opgeleid zijn of worden, zelfs al mag je hier in geleid worden door de Heilige Geest, het is absoluut geen kleinigheid.
En zeker niet voor de organisten-in-opleiding, die heel wat voor te bereiden hebben.
Ga maar aanstaan: een muziekstuk of  lied vóór de dienst, tijdens de collecte, en na de dienst, plus de begeleiding van alle psalmen.
 
verheugend
Maar - en dit mag óók vermeld zijn: er zijn ook een heleboel mensen, die het orgelspel wél heel bewust en met vreugde meemaken.
Die worden aangeraakt door óf de muziek op zich, óf door de bijbehorende liedtekst, of door beide.
En algemeen is er toch altijd de beleving van ‘gemeenschap zijn’, van ‘verbonden zijn’,  tijdens het zingen zelf, dat dan ook werkelijk tot Gods eer gebeurt.
Muziek in de eredienst kan dus heel inspirerend en voedend zijn. En samenbindend.
 
Missionair met muziek, dat zijn dus ook onze organisten. 
Ik wil daarom in een aantal blogs een verhaal over hen vertellen.
Te beginnen met Mevrouw Fia Lam-van Oostrum, die nu al ruim een halve eeuw het orgel bespeelt, en die bovendien een behoorlijk aantal leerlingen heeft.
Dus komen ook de hulporganisten-in-opleiding aan bod, en enkele leerlingen - mogelijk/hopelijk toekomstige kerkorganisten.
En, natuurlijk, de andere ‘oudgediende’ Mevrouw Greet Schuurman-Jongeneel.
 
Het was fijn om de gesprekken te voeren,  en ik hoop dat jullie het net zo leuk gaan vinden de  blogs te lezen, als ik het leuk vind om ze te gaan maken.
rrb
 
 
 

Verwend

Verwend

 

Eman, onze Syrisch Palestijnse dorpsgenote sinds herfst vorig jaar, was jarig. 50 jaar.

Misschien herinnert iemand zich nog wel dat ik er ooit eens op heb aangedrongen om haar te bezoeken, omdat ik graag wilde dat ze zich welkom zou weten.

Omdat ze anders erg eenzaam zou zijn.

Omdat wij de Bijbelse opdracht hebben ons te ontfermen over de vreemdelingen.

Ik kan iedereen, die haar bezoekt, verzekeren dat ze daar buitengewoon blij mee is

 

In het kader van de ‘inburgering’ besloten wij, Gonnie, Mijco, Mathanja en ik, als coaches onder mekaar, dit nu eens op echt Hollandse wijze met haar te vieren, mede omdat dit vanuit haar cultuur geen gewoonte is.

Haar zoon Abed was van ons plan verwittigd, zodat ze er zou zijn, deze dag, op een gezette tijd, om haar mee te nemen naar een welbekend pannenkoekenrestaurant.

 

Het was gezellig.

Haar nicht uit Hamburg, wier zuster in Breda woont, was er ook bij.

En het personeel had slingers opgehangen, en Eman pakte kadootjes uit, bloemen en tulpenbollen, en we zongen lang zal ze leven en de bediening bezorgde de pannenkoek met een feestvuurtje….

 

Eman werd verwend.

De pannenkoeken smaakten heerlijk.

Het verhaal van de nicht, dat als volgt gaat -

“Ik heb vier kinderen. Een dochter woont in Parijs, één zoon heeft een zware hersenbeschadiging, waardoor hij nagenoeg verlamd is.

Ongeluk, vraag ik, nee, beschoten. Mijn andere zoon ook, maar daar gaat het nu God zij dank beter mee.

En mijn jongste dochter zit in de gevangenis in Syrie. Opgepakt toen ze 23 was, zonder vorm van proces vastgezet, geen uitzicht op vrijlating. Ze is nu 27, als ze tenminste nog leeft, maar dat weet ik niet.

- dat verhaal dus, is verschrikkelijk.

 

Ik kijk eens naar ons als coaches. We bedoelen het goed, ontegenzeggelijk. Maar hoe zouden wij dit leed kunnen verzachten?

Eman zegt zo vaak tegen me: ik dank God iedere dag, omdat ik in Nederland mag wonen.

Terwijl ook zij verdriet heeft. Dat onderliggende verdriet van huis en haard verdreven te zijn. Verdriet over verlies van een echtgenoot en andere dierbaren, over mishandeld,  opgejaagd, en als familie uiteengerukt en verstrooid te zijn.

Van je eigen leven en dat van je kinderen niet zeker te zijn. Van een vlucht in een gammele boot (we kennen allemaal de beelden) waarin ze zich, tóch, geborgen wist in God.

 

We hebben na de maaltijd elkaars handen vastgehouden, waarbij Mijco in het Engels een gebed heeft uitgesproken.

Dat is dan ook, naast de activiteiten die we ook mogen ontplooien, het belangrijkste wat we kunnen doen.

 

Ik kijk eens om me heen, naar mijn comfortabele, gezellige huisje, en wat verder weg naar de knusse, welvarende gezinnetjes, waar heus ook wel eens wat zal zijn, en ieder voelt zijn eigen sores het sterkst - maar toch……

 

…….wat zijn wij verwend.

 

RR

 

Riet R-B

Blog 1

Eerste Blog bericht

Zoals aangekondigd in de gemeentewijzer zullen in de toekomst op deze pagina blog artikelen verschijnen. Dit specifieke artikel verdwijnt zodra de eerste echte publicatie is gedaan.

U wordt in de gelegenheid gesteld uw reactie op artikelen kenbaar te maken door het reactieformulier de artikelen te gebruiken. Eventuele reacties van andere bezoekers worden onderaan dezelfde artikelen getoond. 

Stromen van zegen - VBW2017

‘Ik kijk hier al de hele vakantie naar uit!’ Met een stralend gezicht zit ze voor me, een meisje van een jaar of 7. Het druppelt. De lucht ziet donkergrijs, en buienradar voorspelt voor vanmiddag stromen van regen. Ik kan niet anders dan breed terug lachen. ‘Ik ook, Annelien, fijn dat je er bent!’ 126 kinderen vonden dinsdag 15 augustus hun weg naar Vakantie Bijbel Week-tent. 126 kinderen hoorden daar een verhaal uit de Bijbel. 126 kinderen zongen vrolijke liedjes, en lunchten op het grasveld. 126 kinderen speelden spelletjes in de regen.

Om al deze kinderen heen staan heel veel vrijwilligers. Want zo’n VBW-week kost een hoop organisatie, zoals u waarschijnlijk wel weet. Er zijn mensen nodig voor het opbouwen van de tent, voor de catering en de muziek. Mensen die knutselwerkjes verzinnen en uitleggen, of mensen die iedereen aan het lachen maken met een grappige sketch. Begeleiders van babbelgroepjes, organiserende talenten, aanpakkers en doorzetters. En: biddende mensen, op afstand of dichtbij.

Dankbaar ben ik dat ik dit jaar weer de kans had om te helpen bij deze week. Het is bijzonder om je te bedenken dat je een radartje in zo’n groot geheel mag zijn. Met z’n allen gaan we aan de slag om deze kinderen een gave tijd te geven. Met spellen, knutsels en elkaar, en vooral met God.

Het is elke keer weer spannend, want met zoveel organisatie kan er ook zoveel mis gaan. Zijn er genoeg schilderijtjes om te verven? Werkt de techniek mee? Geen ongelukken? En… het weer…?

Het regende de 15e. Veel en hard. Maar bij een thema als (t)op survival past die regen eigenlijk best goed, om er maar even een positieve zwaai aan te geven. Ondanks het weer mochten we een prachtige dag hebben. 126 kinderen, dat zijn er best veel. En al deze kinderen mochten luisteren naar hoe God een kompas voor hen wil zijn. Ze gingen naar huis in de wetenschap dat Hij voor hen wil zorgen. En wat is er nu mooier dan dat? Ook de twee daaropvolgende VBW dagen mochten er zo’n 130 kinderen deelnemen aan het programma.

Stromen van regen? Stromen van zegen!

 

Geschreven door Rianne Evers