Eline Hennipman

 

Eline Hennipman

tenminste, zo heette ze nog toen ik onderstaand interview afnam. Omdat er heel wat tijd ligt tussen gesprek en publicatie, is het intussen al:

Eline Otten

 

Als Eline tegen zevenen komt binnenvallen, hebben we niet al te veel tijd, want hierna moet ze naar orgel-les. Tijd - altijd weer een knelpunt, ook voor Eline.

Want ze heeft een drukbezet  leven als wijkverpleegkundige, en als verpleegkundige bij een huisartsen-praktijk. En dan laten we haar privé-  en vrijwilligersleven nog buiten beschouwing.

Maar in een uurtje kun je heel wat àf praten, dus ik steek van wal.

Waarom orgel-les, sinds wanneer?

Ik ging vroeger wel eens met mijn zus Marjan mee, die les had bij mevrouw Schuurman. Het sprak me wel aan, maar niet zo dat ik ook persé moest. Ik had toen op de basisschool al wel blokfluitles, maar was daar niet erg fanatiek in. Je leerde in elk geval al wel noten lezen.

Een jaar of zes geleden heb ik gereageerd op een nootje in de Vierklank van Mevrouw Lam.

Hoewel ik nog wel aarzelde, leek het me ook heel fijn om iets, naast school, studie, werk enzovoorts, helemaal voor en van mezelf te hebben.

Dus – ook door het aandringen van mijn ouders –  heb ik mij als leerling aangemeld. Ik was de tweede, na Jan, die, zoals wij allen weten, de eerste was. Hierna kwam Ruth er ook nog bij.

Had je ooit gedacht dat je zo snel op het kerkorgel terecht zou komen?

Het leek me altijd al prachtig om eens op dat orgel te mogen spelen, en toen ik het voor het eerst mocht doen, het uitleidend spel bij de belijdenisdienst van mijn zus en JanWillem, was dat geweldig.

Toen belde Jan, dat we in het diepe gegooid zouden worden. Dat wil zeggen, Jan, Ruth en ik zouden bij geregelde toerbeurt moeten spelen, zowel ’s morgens als ’s avonds, want de organisten zouden opeens beide uit de running zijn.

Dat was wel even schrikken, want het eerste wat je dan denkt is: dat kán ik niet. Maar Fia verzekerde mij – en ons alle drie – : dat kun je wél. Dat  was een hele bemoediging én een stimulans, ook de manier waarop ze mij – ons – hierin coachte. En nog coacht.

 

Eline speelt liever de morgendiensten dan de avonddiensten, want ’s morgens zijn er meer mensen, wordt er krachtiger en meer hoorbaar gezongen en dat stimuleert om het spel wat meer kracht bij te zetten.

Maar ze ontwikkelt ook steeds meer durf om ook ’s avonds eens een extra registertje open te trekken.

 

Eline is niet zo erg van de klassieke muziek, maar heeft, naast de psalmboeken, al wel een hele verzameling liederen en voorspelen en bewerkingen opgebouwd, die ze tijdens een dienst kan gebruiken.  Het gaat dan ook om het orgelspel voor het begin van de dienst en tijdens de collecte. Het is fijn om dan te kunnen putten uit verschillende thema-liederen.

Het uitleidend spel wil nog wel eens anders lopen dan je denkt, want dan heb je iets gepland, maar dan zegt zo’n dominee iets – of hij citeert een gedicht of gezang – waardoor je snel moet omschakelen op iets anders.

 

Opwekking?Nou, láng niet alles. Relipop? Niet echt. Sela? Dat dan weer wel, maar ook lang niet alles.

Eline vindt het wel jammer dat ze, door haar drukke leven, minder tijd voor het orgel heeft dan ze wel zou willen. Maar ze vindt het heel fijn, dat ze rondom wordt gestimuleerd. Door Fia (ik zit na een dienst altijd met spanning op een feedback-appje te wachten – en die keer dat ze gezegd had de feedback uit te zullen stellen tot de eerstkomende les, vond ik dat lang niet fijn. Gelukkig appte ze toen toch, dat het goed was geweest)

Door haar ouders, die steeds aandrongen dat ze moest oefenen, als ze wel eens minder tijd of zin had, en die, als ze nu thuis zit te spelen met de hoofdtelefoon op, vragen deze af te zetten, omdat ze het fijn vinden om te luisteren.

Door de jongeren in de kerk, die na afloop vaak positieve reacties ventileren.

Door Jan Willem, die bij haar zit als ze een dienst speelt, en die, volgens Eline, haar heel vaak haar hoofd ziet schudden -  telkens als ze weer een fout maakt.

Want, lacht ze: ik máák me een fouten, maar ik ga gewoon door, net alsof het zo hoort.

Ik zeg, dat ik dat eigenlijk bijna net zo knap vind als foutloos spelen.

 

 

We proberen de tijd in de gaten te houden, maar dan blijkt plotseling dat ze, tóch nog, te laat is voor de les. Dat was niet de bedoeling, maar wel het gevolg van een bijzonder gezellig, geanimeerd en boeiend, gesprek.

 

riet r b

 

 

 

 

 

 

 

JONG LEVEN IN DE KERK

Voorwoord

Iedere keer  weer geniet ik intens van de altijd nog vele kinderen en jongeren in de kerk.

In de ‘gewone’ diensten, maar ook de jeugddienst van  2e Paasdag.

Daar ging iets van uit, verbaal én muzikaal.

Met ‘Verbaal’ bedoel ik inderdaad: de verkondiging.

Ik heb de zegsvrouw dan ook – met een dikke vette smilemoi – geappt:  mijn opvattingen over vrouwen in het ambt werden bijna aan het wankelen gebracht.

En de muziek- en zanggroep was voortreffelijk. Werd ik blij van.

Waar ik ook blij van word: ik mocht en mag deze jongeren op zien groeien vanaf de zondagsschoolkindjes zoals ik ze gekend heb, tot wat ze nu geworden zijn.

 

En dan vraag je je wel eens af: hoe zijn die jongeren nu - gewoon door de weeks - gaan denken over kerk, kerkgang en geloof.

Om daar achter te komen, moet je natuurlijk gewoon in gesprek gaan, maar dat was voor mij nog niet zo héél natuurlijk – welke jongere wil nu praten met zo’n oud.. eh.. mens als ik.

Maar niet schieten is altijd mis. Dus ik heb een aantal jongeren uitgenodigd voor een gesprek en tot mijn meer dan dankbare verrassing werd daar enthousiast op ingegaan.

Zo heb ik met 15 meisjes en jongens, of liever gezegd: jonge vrouwen en mannen, prachtige, open en spontante gesprekken mogen hebben die ik heb vastgelegd in verslagen, die allemaal geblogd gaan worden.

Ik wil verantwoorden, dat ik ieders mening zo objectief mogelijk heb geprobeerd weer te geven, ook al deel ik zelf die mening niet. Bovendien worden alle blogspas  gepost na inzage en met goedkeuring van de betrokken persoon.

 

We beginnen met

 

Simone Bontan

 

Als de dominee voor de preek beging met een leuke en relevante anekdote, dan ben je meteen meer geintersseerd en is het ook makkelijker om de preek te volgen.

 

Het is een herfstachtige middag, als wij in de Paddenstoel in de Hollandse Rading neerstrijken, tegelijk met de vallende bladeren. Hoewel ik mezelf daar nog wel eens mee mag vergelijken, die vergelijking gaat voor Simone nog láng niet op.

16 jaar, prachtig, stralend en open.

Een kop thee met iets erbij is gauw besteld en het gesprek, dat zich al in de auto ontsponnen had, zet zich voort.

Ik stel voor dat wat ik ook van het verhaal ga maken, ik het voor plaatsing eerst ter goedkeuring aan haar zal voorleggen, terwijl tot die tijd alles wat ze zegt, vertrouwelijk zal worden behandeld.

 Maar Simone is hier gemakkelijk in, en gaat in volle openhartigheid verder.

 

Zij is vanaf haar vijfde jaar meegenomen naar de kerk, met vader en moeder, en broer. Daarvoor bleef ze nog in de crèche, wat ze beduidend leuker vond. Je kreeg lange vingers en je speelde met het aanwezige speelgoed en met andere kinderen.

Ze heeft als jong kind de kerkgang niet echt als moeilijk ervaren, maar om nou te zeggen: hoe boeiend was het, en wat heb ik er veel van opgestoken: nee, dat nou ook weer niet.

‘Meestal begreep ik er niks van, ik zat vaak te tekenen, of te klieren met mijn broer, als we een keer per ongeluk naast elkaar zaten, of ik hing tegen mijn moeder aan, om, zodra ik kon kloklezen, stiekem op haar horloge te kijken of het nog niet voorbij was’.

Rond haar twaalfde is zij de diensten bewuster gaan beleven. Hoewel het ook dan nog niet altijd meeviel om de aandacht langer dan 10 minuten gaande te houden.

‘Ik heb een hele tijd  aantekeningen gemaakt tijdens de preek. De laatste tijd niet meer, maar ik denk dat ik daar weer aan ga beginnen. Helpt  wel om je te concentreren.

Ja, en eigenlijk zou er voor de kleinere kinderen voor wie het stilzitten wel héél moeilijk is, iets anders bij moeten zijn.

En misschien iets extra’s voor deze groep, immers, je leest een kind toch ook voor uit de kinderbijbel in plaats van uit de grotemensenbijbel?’

Ze denkt, dat, als ze zelf kinderen mocht krijgen, en de prediking zou dan nog net zo onbegrijpelijk voor ze zijn, zij ze in naar een kindernevendienst of iets dergelijks zou laten gaan, en pas vanaf een jaar of 10 meenemen naar de gewone dienst.

Simone vindt, dat, als de dominee begint met een leuke en relevante anekdote, zij van meet af aan geïnteresseerd is waardoor de prediking dan ook meer aanspreekt. Vooral als het over bekende verhalen en onderwerpen gaat, of over jongeren.

Overigens  heeft Simone geen of weinig bezwaar tegen de liturgie zoals die nu bestaat.

Zij hoort hier ook weinig over van andere jongeren, maar weet eigenlijk niet of men daar nu wel zo bewust mee bezig is.

In andere kerken, zegt ze, is er, ook in de gewone diensten, soms een band, een koortje of zingt er iemand solo.

Simone gaat niet, zoals veel dorpsgenoten, naar de Passie, maar naar het Alberdink Thijm College in Hilversum, waar ze gymnasium doet. Het ETC is van oorsprong een katholieke school, wat alleen nog te merken is aan een groot houten kruis (geen crucifix) in de hal.

Zij schat dat van zeg 25 mede-leerlingen die zij goed kent, er misschien vijf gelovigen zijn, waarvan er hooguit 2, onder wie zijzelf, geregeld naar de kerk gaan.

Simone: ik heb wel eens een niet-kerkelijk vriendinnetje te logeren gehad, dat dan met ons meeging naar de kerk.

Maar dat heeft er niet toe geleid dat zij ook kerkgaand is geworden.

Ik denk, aldus Simone, dat als je het niet vanaf het begin meekrijgt, als je ouders je niet vanaf het begin hebben meegenomen het dan niet gauw zal gebeuren, dat je als opgroeiende jongere, of als oudere, zomaar spontaan naar de kerk gaat.

Dat denk ik ook niet. Want, voeg ik er aan toe, ieder mens, of ie nu jong is of oud, is van nature geneigd, om níet naar de kerk te gaan. Immers, er is niemand, die God zoekt, ook niet tot één toe. Dat geldt ook voor mijzelf.

Het  is dus eigenlijk wel een bijzonder voorrecht als je in een christelijk gezin geboren wordt.

 

Het is alles bij elkaar een oergezellig samenzijn, waarin ik ook nog een paar leuke schoolverhalen voorgeschoteld krijg.

Onder andere over het laptop gebruik, dat nogal eens aanleiding schijnt te geven tot spannende films kijken.  Mág dat zo maar, vraag ik in mijn onschuld. Nee dus, maar dat veeg je gewoon weg zodat je gewoon weer braaf in je boek zit te kijken als er een leerkracht dreigt aan te komen. Dat kon ík niet -een verstopt piepklein transistorradiootje wegvegen - het snoertje met oortje toch niet goed genoeg verborgen in een haarvlecht - dus ik werd de klas uitgezonden, net onder het slotkoor van de Negende van Beethoven.  O tempora o mores….

 

En dan is de thee en de koek op, en wordt het weer eens tijd op om te stappen.

We rijden door de nog steeds herfstige middag richting Westbroek, waar ik haar thuis afzet en mijn weg vervolg naar mijn eigen stulpje, waar ik dit verhaal heb opgeschreven

 

Volgend blog: MISSIONAIR in MUZIEK

 

vader en dochter

MISSIONAIR IN MUZIEK

 

Vader en Dochter

Jan de Bruijn en dochter Dineke

 

Het is al weer een tijdje geleden, die prachtige avondrit naar Maartensdijk naar Jan de Bruijn, begeleid door de ondergaande zon, waarna ik, bij Jan aangekomen, vriendelijk word binnengehaald door zoon Steven, die best wist waarvoor ik kwam. Verder geleid door Dineke, en samen met Jan naar buiten gegaan, de mooie nazomeravond in.

Er werden kussens aangesleept op de loungebank en eenmaal gezeten, raakten we in gesprek.
Dineke vertelt dat ze orgel is gaan spelen omdat haar vader het ook deed.
Daarvoor had ze al een beetje op de elektrische piano gepingeld, maar toen er een orgel in huis was gekomen, wilde ze ook orgel les hebben.
Jan: zij leert véél en veel sneller dan ik. Zij heeft maar een paar keer oefenen nodig en ze kent al wat ze moet leren.
Ik moet er veel harder aan trekken, maar - ik vind het heerlijk om te doen. Het enige is dat ik vaak niet voldoende tijd heb.
Hij vervolgt: ik wilde al heel lang orgel spelen, maar het was er nooit van gekomen. Toen nu het orgel dat nog in het vorige huis van mijn schoonouders stond, weg moest, heb ik dat gekregen.
De volgende stap weet je: ik ben naar Fia gegaan en heb gevraagd of ze mij les wilde geven. Nu, dat wilde ze.

Jan heeft al vanaf zijn vroegste jeugd in de fanfare meegespeeld, dus de muziek is hem bepaald niet wezensvreemd.

“Maar ja, dat was maar één notenbalk met één sleutel, en nu”, verzucht hij, “zijn er drie notenbalken, het pedaal meegerekend”.
“En dan heb ik het nog niet eens over de registers”.  Hij vindt registreren belangrijk als er een bepaalde expressie aan een psalmvers moet worden gegeven.

Je speelt psalm 51 nu eenmaal niet net zo als psalm 150. En ook in één psalm kunnen verzen onderling verschillen. 

Maar soms, bekent hij eerlijk, laat ik die registratie maar voor wat het is, om mij beter te kunnen focussen op wat er genoteerd staat.

Want soms heb ik mijn handen daar meer dan vol aan.
Ik vraag hoe hij het ervaren heeft om al vrij snel ‘in het diepe gegooid’ te worden.
Hij vertelt, dat hij (en de anderen die nu hulporganist zijn) door Fia in een sneltreinvaart zijn klaargestoomd.

Maar, voegt hij er aan toe, ik was er écht niet klaar voor. Het zweet stond af en toe in mijn handen en de zenuwen gierden me door de keel.
Maar we móesten wel, want Greet was niet beschikbaar door haar gezondheidsomstandigheden en Fia moest een heupoperatie ondergaan  - die ze al een jaar had uitgesteld.
Ik vraag of die zenuwen gaandeweg niet wat minder zijn geworden.
Jan zegt te merken, dat hij meer ontspannen is dan voorheen als hij moet spelen, ook al bij het instuderen.
Op mijn vraag vertelt hij dat de liturgie vaak niet eerder binnen komt dan donderdag; en dan heb je eigenlijk maar een paar dagen. En als er dan ook nog andere dingen te doen zijn – je hebt tenslotte ook je gezin en je familie – dan gebeurt het heel vaak dat ik ’s morgens al heel vroeg achter het orgel ga zitten.
Dinke: het scheelt wel of het bekende psalmen zijn die je al vaker gespeeld hebt, maar dan zal het psalm 114 zijn, of psalm 7.
Ik vraag: krijg je wel eens commentaar op je spel?
Jan: eigenlijk nooit negatief commentaar. Ook al heb ik nog zo beroerd gespeeld, bijvoorbeeld dat ik zo met de registratie bezig was, dat ik even echt niet meer wist waar ik gebleven was of hoe ik de juiste toetsen weer op moest pakken.
Maar, zegt hij lachend, ik weet niet of dat uit vriendelijkheid is, of dat men gewoon niet hóórt dat er iets goed fout gaat.
Ik zeg: ik hoor het écht wel hoor Jan, als er iets niet klopt, maar ik zou het niet in mijn hoofd halen er iets van te zeggen.

Ik vind het geweldig wat je doet, zeker als ik het vergelijk met wat ik zelf zit te klungelen. Ik weet zeker dat er mensen zijn die het ook wel horen, maar daar ook, heel welwillend, niet negatief op reageren.

Bovendien, laten ze het eerst maar eens zélf gaan doen. 
En ik vervolg: onze goede God hoort óók wat je doet, maar nou heb ik zo het idee, dat Hij meer let op de intentie, de bedoeling van de speler, dan op de kwaliteit van het orgelspel. Maar daarom hoeven we kwaliteit nog niet onder tafel te schuiven.  Ik denk zelfs, dat als je weet dat God je hoort, je tot Zijn eer en voor de Gemeente nog meer je best wilt doen.
Persoonlijk vind ik het prachtig de ontwikkelingen hierin mee te mogen maken.

Dineke vertelt dat ook zij wel zenuwachtig is als ze het naspel mag doen. Maar gelukkig niet de hele dienst. Pas als het écht zo ver is.

Op een keer moest ze, onverwacht en niet ingestudeerd, “Ik stel mijn vertrouwen” spelen.

En toen ineens had ze ook even niet meer gezien waar de noten precies stonden.

 

Een meer eigentijdse invulling van de eredienst?

Dineke heeft, heel begrijpelijk, een voorkeur voor liederen uit opwekking. 

Jan is bepaald een psalmenfan, hoewel ook niet afkerig van een gezang of een enkel opwekkingslied. 

 

Een complete popgroep tijdens de zondagse erediensten…. nu, zo ver zijn we nog láng niet.
Ik zeg met een brede grijns: ik geloof niet, dat ik dat héél erg vind.

Ofschoon, in een jeugddienst....

 

Naschrift 3 april 2018.

 

Intussen een prachtige jeugddienst gehad. 

Over missionair met muziek gesproken!!

O ja, natúúrlijk heeft het Woord prioriteit. Ook in de uiting van de Paasvreugde.

En dat was hier gelukkig ook het geval: 

de uitvoeringen van de muziek- en zanggroep vormden een mooie, harmonische en aansprekende ondersteuning, zonder te overheersen.

Dat zouden we best vaker mogen doen, ook al zou dat voorlopig alleen maar weer eens een singin nà de eredienst zijn.

Daar gaan we voor: voor jeugd in de kerk.

Daarom volgt hierna, ter opening van een serie interviews met jonge mensen, eerst een blog "Jong Leven in de Kerk".

Daarna wordt  het verhaal van Jaco Boshuis, jeugdig leerling-organist, geplaatst, en vervolgens om-en-om: één van de jonge mensen die geinterviewd zijn– één van de (hulp-leerling-)organisten.

 

 

JACO BOSHUIS

 

Jaco Boshuis

Jaco, 14 jaar oud,  opent mij de deur met een stralende, open glimlach. Ik voel mij welkom en wij gaan er eens echt voor zitten.

Jaco heeft al ruim zes jaar orgel les, eerst bij mevrouw Schuurman, maar toen zij een poosje uit de running was, is hij naar mevrouw Lam gegaan.

Van haar heeft hij nu een kleine drie jaar les.

Waarom orgel? Wel, het is gewoon een mooi instrument.

Hij heeft onmiskenbaar talent, dat blijkt ook uit het stukje - een helemaal niet zo gemakkelijk stukje barokmuziek - dat hij voor mij  niet alleen foutloos, maar ook glansrijk ten gehore brengt.

En ja, hoewel het een zowel als het ander hem goed afgaat, liedjes en liederen zijn tóch altijd leuker dan droge lesjes. Maar Jaco houdt vooral van wat levendige, mars-achtige muziek met loopjes.

 

Jaco bezoekt het voortgezet onderwijs in Amersfoort, en daar gaat, net als bij iedereen, tijd in zitten. Maar het orgelspelen komt hierdoor niet onder druk.

Ik veronderstel dat hij waarschijnlijk toch wat minder tijd nodig zal hebben om de lessen te oefenen dan een bejaard iemand als ik.

En ja hoor, dat klopt. Jaco speelt elke dag de opgaven 1 keer, en is daar ongeveer een kwartier mee bezig. (laat verder maar buiten beschouwing hoeveel tijd ik nodig heb, maar geloof me, het verschil is beduidend).

Jaco doet het graag en bezoekt al even graag de lessen; hij fietst iedere week opgeruimd van Maartensdijk naar Westbroek en weer terug.

En dan – ik zie aan hem dat hij nog iets op het hart heeft, maar het uit bescheidenheid niet wil zeggen. Ik dring aan: is er nog iets, dat je zou willen vertellen?

Hij mocht ook, desgevraagd, om de week, de samenzang op de catechisatie begeleiden en dat vindt hij érg leuk om te doen. Veel leuker dan samen zingen met de laptop.

Wat hij ook fijn vindt, is spelen op het kerkorgel, tijdens de jaarlijkse leerlingenavond.

Op mijn vraag of Jaco ooit kerkorganist wil worden, moet hij het antwoord schuldig blijven. Misschien? Ooit?

 

Intussen, we schrijven mei 2018, heeft hij al wel een keer in de kerk het slotspel mogen doen, en in de Jeugddienst op 2e Paasdag ook het tussenspel tijdens de collecte.

Dus - Wie weet?

 

Mevrouw Fia Lam-van Oostrum

Missionair met muziek

 

 
   

 

Fia Lam

 

De hele gemeente weet nu wel, dat Fia al meer dan 50 jaar onze organiste is.  Dit is nog herdacht na de morgendienst op 1e Paasdag  2017.

Maar hoe is het allemaal begonnen.

Dan moeten we tóch nog verder teruggrijpen - tot zo’n ruim 60 jaar geleden. 

Zoals in zoveel gezinnen in die tijd,  stond er ook bij de ouders van Fia een harmonium in de huiskamer, waarop ook werd gespeeld door haar ouders,

Fia begon al vroeg te proberen zich dit eigen te maken, maar toen zij 9 jaar oud was, besloot haar moeder dat Fia orgel moest leren spelen op het ‘echte’  notenschrift.

Zo kwam zij op les bij buurman Thijs Manten, die eigenlijk pianist was. 

Op een zeker moment besliste deze, dat hij Fia niets meer kon leren, en ging zij naar de muziekschool voor orgel in Utrecht, tot ze zelf moeder werd. 

Zij mocht onderwijl oefenen op het kerkorgel, waar ze al snel de diensten speelde onder toezicht van de toenmalige kerkorganist Piet Wijnen.

Dat was éigenlijk al vanaf haar 15de, 16de jaar. De heer P. Jongeneel speelde de avonddiensten, wat later is overgenomen door zijn dochter Greet Schuurman-Jongeneel. 

Fia is al vrij snel  zelf  les gaan geven. Ik hoorde dat haar eerste leerling tóen, Jan Gaassenbeek is geweest. 

Jan gesproken vertelt hij, dat hij  wegens druk werk, het niet heeft doorgezet. Hij zegt daar nóg spijt van te hebben.

Fia had 16 leerlingen, maar is daar, vanwege het jonge gezin en drukke werkzaamheden op de boerderij, mee gestopt.

Maar, druk gezin en dito bedrijf of niet, het spelen in de kerk heeft zij al die jaren ononderbroken voortgezet, ja, zelfs niet ook maar  één keer overgeslagen. 

De enige onderbreking, later, was, toen zij een heupoperatie had te ondergaan. Maar toen had zij een paar leerlingen paraat. 

Toen was het ook de enige keer dat zij niet de Zondagsschoolkerstviering heeft begeleid, tegenover de 51 keren, dat ze dat wél heeft mogen doen.

 

Orgelspelen is en blijft haar lust en haar leven.

Hoewel zij haar opleiding had te beëindigen, heeft zij zich steeds verder weten te ontwikkelen, mede door het zoeken naar en aanschaffen van  steeds weer andere muziek.

En door veel te spelen,

En door te lúisteren naar muziek, naar het orgelspel van de "Groten", als daar zijn Feike Asma, Piet van Egmond, Karl Richter, Helmut Walcha, of Marie-Claire Alain.                         

Fia voegt daar aan toe: maar dat  zijn zúlke klasse-spelers, daar háál ik het niet bij.

     

Dat zal waar wezen, Fia. Maar  - hier hebben we het over professionals.  Organisten, die niets anders dóen. Die van de orgelstudie een dagtaak maakten.   

Die geen omkijken naar en zorg voor opgroeiende kinderen hadden, die geen boerenbedrijf te runnen hadden. 

En die, ik noem maar iets,  al helemaal niet,  vlak voor een optreden, nog even gauw een schaap hadden te  verlossen.

 

Zeven jaar geleden heeft Fia het lesgeven weer mogen oppakken.

De eerste leerlingen, Jan de Bruijn, Eline Hennipman en Ruth Nagel (in volgorde van binnenkomst) spelen intussen, bij toerbeurt, elke maand een dienst op het orgel.

Wat niet alleen iets zegt over het talent van deze mensen, maar zéker ook over de pedagogische kwaliteiten van Fia.

Fia echter: zij kregen het héél wat moeilijker dan ik toen ik op het kerkorgel begon te spelen. Dat orgel toen had maar één klavier, weinig registers, en een pedaal, dat dan weer wel.  

Fia zegt dat ze érg blij was met het nieuwe orgel, dat in 1975 vanuit Zaandijk naar Westbroek werd overgeplaatst.

Dit orgel bood meer mogelijkheden voor de  gemeentebegeleiding en haar persoonlijke ontwikkeling in het orgelspel.

 

Intussen heeft  Fia 20 leerlingen, in leeftijd variërend van 9 tot 71, bijna 72 jaar.

En waar de docente zélfs deze zeventiger iets kan bijbrengen,  getuigt dit nog veel meer van haar pedagogische kwaliteiten.  

Zo blijkt iedere leerling benaderd te worden met een aanpak, die speciaal is gericht op  zijn/haar mogelijkheden, zijn/haar  leeftijd en talent.

 

Er is hoop voor de muzikale toekomst van de gemeente.

 

Riet

 

volgend MmM - item: Vader en Dochter

 

 

 </p> </div> "</p> </div> "</p> </div> "</p> </div> "</p> </div> "</p> </div> "</p> </div> "</p> </div> "</p> </div> "