stilstaan bij beweging

Stilstaan bij beweging

 

Nashville en andere verklaringen

 

Het ligt al weer een tijdje achter ons, de commotie rond de Nashville verklaring.

Ik wil die oude koeien dus  niet meer uit de sloot gaan halen.

 

Maar nu kwam in een gesprek met een parkgenoot - vroeger een gelovig kerkgaand christen - een vraag ter tafel.

Nanelijk of ‘de kerk’ nog steeds denkt dat er geen vergeving is voor praktiserende homoseksuele mensen.

De stelling was, naar hij vertelde, deze:

 

iemand, die volhardt of steeds terugvalt in een verkeerde levenswandel, heeft daar dan ook niet echt spijt van.

Dan is er ook geen sprake van oprecht berouw. En zonder berouw geen vergeving.

 

Nu moet je bij weergave van discussies als de onderhavige, die toch heel gevoelig kunnen liggen, enige voorzichtigheid betrachten.

Bovendien mag ik aan het Woord van God geen afbreuk doen, terwijl ik ook de eigen subjectieve inkleuring[1]in de gaten moeten houden.

 

Om met dit laatste te beginnen:

Ergens een afkeer van hebben, heeft niets met discriminatie te maken.

Iedereen heeft hetzelfde recht op ‘afkeer’ van iets, als iemand anders op ‘voorkeur’ voor datzelfde iets.

Fout wordt het, als wij ons ‘gevoel’ – en zéker dit soort primaire, reactieve gevoelens – tot norm of wet gaan verheffen.

Om  te veroordelen. 

Daartoe moet je wel weten, wát je veroordeelt.

Ik heb  opgemerkt, dat men geneigd is zich af te vragen/in te denken hoe een homoseksuele relatie uitgevuld wordt[2]

Ik denk echter, dat we dat níet zouden moeten doen - omdat je je met deze en dergelijke gedachten aan de rand van de perversie waagt.

Dat vóelt niet alleen fout en zondig, maar dat ís het ook.

En waartoe ben je dan al gauw toe geneigd? Juist ja, de zonde gauw op de ander te projecteren.

Gevolgen:

  1. De zonde wordt feller belicht dan alle andere zonden, en buitenproportioneel uitvergroot.
  2. De totaal-persoon wordt geindentificeerd met die zonde.  
  3. De vraag rijst, of de Heere die zonde wel kan vergeven.

 

Dan gaan we ons bezondigen omdat we  voor Hém te gaan denken.

Dan willen we Hem zelfs een stapje vóór zijn met ons oordeel.

 

Ja maar, hoor ik tegenwerpen, in de Bijbel wordt homofilie toch uitdrukkelijk verboden. 

Inderdaad. Lees Leviticus 20. Maar dan ook ALLE verzen vanaf 9 tot en met 21. En niet alleen vers 13.

 

Wat geloven en belijden wij op grond van de Bijbel? Ik doe een greep:

  • De Heere is voor de zondaren van de gehele wereld gestorven.
  • Er staat nergens: met uitzondering van homofiele mensen.
  • De Heere God is een vergevend God voor ieder die tot Hem komt en zijn schuld belijdt.
  • Er staat nergens: behalve voor homo’s die tot hem komen.
  • De Heere gebiedt ons niet te oordelen (opdat we niet zelf geoordeeld worden met hetzelfde oordeel)
  • Ook daar staat niet bij: maar je homomedemens mag je wel luidkeels veroordelen.
  • De Heere gebiedt ons onze naaste lief te hebben als onszelf.
    • Ook hier staat nergens: maar je homo-medemens moet je haten en verachten.

 

We moeten verdraagzaam zijn.

Maar- er is een keerzijde.

We moeten wél erkennen, dat verdraagzaamheid, tolerantie [3] búiten Gods Woord om, tot de meest verwerpelijke situaties kan leiden.

Dingen die God verbiedt, worden verheerlijkt en tot norm verheven.

 

Jonge kinderen worden via kinderprogramma’s vertrouwd gemaakt met de meest absurdistische seksuele expressies[4].

Hen wordt  op prille leeftijd al aangepraat dat ze misschien in een ‘verkeerd’ lichaam zitten.

Jonge mensen die daartoe uit zichzelf niet de geringste neiging hebben, worden aangemoedigd om te ‘experimenteren’.

 

Op ontstellend veel terreinen wordt wat krom is als recht aangeprezen, wat verkeerd is als goed, en wat zondig is….-

O, sorry, ik vergis me, zoiets als ‘zonde’ bestaat immers niet meer in het huidige ‘tolerante’, inclusieve diversiteitsdenken.

 

Maar ik kan er niks  aan doen: ik raak met plaatsvervangende schaamte behept als ik iets binnenkrijg van bijvoorbeeld de gay pride.

 

Ik heb een eerzaam man gekend, die al dertig jaar samenwoont met zijn levensvriend.

Beiden zeiden ze zich ervoor te schamen homoseksueel te zijn, als dat gelinkt wordt aan dit soort vervuiling, verwording en decadentie.

Intussen is de man na een langdurig ziekbed overleden, na tot het uiterste liefdevol verzorgd te zijn door zijn levensgezel.

Over liefde gesproken……

 

Terug naar de thesis: Een praktiserende homo kan niet vergeven worden, want als hij praktiseert, heeft hij er geen spijt van.

 

We kijken eerst weer wat er in de  Bijbel staat:

Behalve de zonde tegen de Heilige Geest  is er geen zonde die niet vergeven kan worden.

 

En wie zegt, dat ‘praktiseren’ geen spijt oproept? Geen schuldgevoel? Geen berouw?

Ik ken christelijke jonge mannen, die met Gods hulp in onthouding willen leven. Dat is te prijzen.

Maar dat kan een bittere strijd zijn.

Een strijd, die meermalen, afhankelijk van een meer of minder temperamentvolle hormoonhuishouding, een verlóren strijd kan zijn.

Niemand, en zéker niet iemand die gezegend is of was met een bevredigend huwelijksleven, mag daar over oordelen.

 

Ik denk dat we dáár van af moeten.

Van dat onverzoenlijke voor-oordeel.

Van dat focussen van christenen en andere kerkmensen op juist déze zonde.

Want daarnee hebben we talloze homofiele naasten van de weg ter zaligheid af geslágen.

 

Laten wij ons daar toch niet meer aan bezondigen.

 

Riet Ritman-Bakker

©2019rrb 

november 2019

 

 

Reageren?

@mail:  riet.ritman@planet.nl</a></p> <p> <a href="mailto:riet.ritman@planet.nl">Whappchat:      06 55180402</a></p> <hr align="left" size="1" width="33%" />

[1] als vrouw had en heb ik met homofiele mannen nooit moeite, integendeel, contacten waren relaxt en ongecompliceerd;

Met dito vrouwelijke had ik ooit wel een zekere weerstand te overwinnen. Maar nooit tegen de persoon.

[2] vraag je je dat ook af bij andere (hetero)koppels? Me dunkt van niet, en indien wel: ook dát is pervers.

[3] tolerant betekent verdraagzaam maar ik ontkom niet aan déze indruk: tolerant is  onwetend, oppervlakkig, onverschillig

[4] een kinderprogramma waarin een mannelijke prostituee als half naakte politieman verkleed, vertelt over handboeienseks.

is dat al ziek genoeg, het kan nóg zieker, nl. door kínderen hiermee te verzieken.

ge-zin in de Kerk

 

Herfstnamiddag in het zinkend zonlicht. Ik bel aan bij de familie Westeneng.

Door het raam lachen twee schattige jochies me toe.

Ik ben blij dat ik dit gezin nader mag ontmoeten. Intelligente, levendige en serieuze jonge mensen.

Kritisch maar met humor en zelfreflectie - zo ver ken ik hen intussen wel, bedenk ik, als Carla van achterom aan komt lopen om me binnen te laten.

En ja zeker, ik lust best koffie en een lekker stuk gevulde speculaas  – primeur voor mij dit jaar – is ook welkom.

We gaan zitten aan de eettafel in de kamer. Sophie, jongste dochter, en Daan, oudste zoon, komen er ook bij. 

Anne, oudste dochter, maakt boven haar huiswerk. Gijs scharrelt rond door de kamer.

Sophie en Daan gaan naar zondagsschool.  Dat is niet vrijblijvend, maar liefst wel zo ontspannen mogelijk.

Daan vindt het verlossende woord: we mógen naar de zondagsschool.

DIt schept de verwachting dat ie het dan ook wel heel leuk zal vinden.

Dat brengt ie rap tot realistischer proporties terug: een béétje leuk. Sophie vindt het ook niet echt heel erg leuk.

Carla is, mét mij,  blij dat er geen kindernevendienst is gekomen. Ze vindt een kindermoment mooi als het inhoud heeft.

En hoe vinden de kinderen het zelf? Sophie: Nou ja, eh - pas nog wel leuk, toen kregen we een snoepje.

We fantaseren er op los: we gaan de kerkdienst opleuken[1] met een nieuwe liturgie: we beginnen met snoep, dan limonade.

En chips, oppert Daan. Patat!, roept Sophie. Een broodje knakworst, jubelt Daan. Ik verslik me in m’n koffie van het lachen.

En dan - wat is leuk. Soms denken we wat leuks te bedenken voor kinderen, en die blijken er dan geen bal aan te vinden.

Maar - móet een kerkdienst dan ook o-zo-leuk zijn voor kinderen? School is toch ook niet ‘leuk’? 

 

We gaan het eens over ‘Weerklank’ hebben.

Er zitten prachtige liederen bij, zeker, maar  – we zijn het eens – wát een krakende psalm-rijmelarij af en toe.

Dat zien we ook wel in de oude berijming, maar als het totaaldoel van Weerklank ‘béter’ was, dan is dat doel niet gehaald[2].

Over één ding zijn we het volmondig eens: de preekschrijfkaarten zijn ge-wel-dig[3]. Dat vinden de meeste kinderen ook.

 

Intussen is, verrassing, ook Kees gearriveerd. Hij had gezegd dat ie misschien geen tijd had maar dat is gelukkig meegevallen.

Carla vertelt iets over haar opvatting over zondagsrust: Zondag moet een rustdag zijn.

Ze hebben allebei een druk, vol leven. Zij in deeltijdbaan, maar een baan die veel inzet en inzicht vraagt.

Bovendien is ze (tot háár verbazing trouwens, niet de mijne) verkozen tot  algemeen bestuurslid van de overkoepelende organisatie Manninne.

Ze heeft een voor huidige begrippen groot  gezin.

Maar niet zo groot, dat niet elk kind de individuele aandacht krijgt die het nodig heeft.

Ook dit met de verfrissende nuchterheid, die haar kenmerkt: géén overdrijving.

En dan een groot huis en -  ‘nee natuurlijk niet’ - geen huishoudelijke hulp.

Behalve een nuchter, is Carla ook een ordelijk mens, dus dat weet ze allemaal heel goed te behappen.

 

‘Maar ’s zondags’, aldus Carla, ‘genieten we van de rust.

Na de ochtenddienst gaat de R.O. aan en verzorgt muziek voor de hele dag.. Liever geen telefoontjes.

En kerkgang. Met alle kinderen, ja ook Gijs van 3,5 jaar. W

andelen vind ik wel oké, maar als je ervoor met de auto weg moet, liever niet.

Genieten van de prachtige natuur  kun je ook dicht bij huis’.

‘Toch, zegt Kees’: we gaan vaak maar één keer per zondag naar de kerk. Dat zou eigenlijk anders moeten.

Carla werkt af en toe in het weekend, maar toch…. de kerkdeur staat 2x per zondag open’.

 

Carla vertelt, dat een gastpredikant onlangs heeft gezegd dat er vroeger veel meer geloof in de kerk was dan nu. 

Dat vind ik persé niet, en steek dat ook niet onder stoelen of banken. O zeker, vroeger zaten de kerken vol.

Zeker, ook vroeger waren er mensen met diep doorleefd geloof en hartelijk godsvertrouwen. Maar die zijn er nu ook.

Ik durf beweren, dat er tegenwoordig relatief méér bewust-gelovige mensen (jong en oud) in de kerk zitten dan vroeger.

 

Tóen werd er niet over het geloof gesproken, of men praatte de gewenste kreten na, ook bij huisbezoek:

‘Ja dominee, ik ben een grote zondaar. Nee dominee, ik mag niet zeggen dat ik bekeerd ben. Ja dominee, Ik moet dieper in de ellende’.

Dat ging al heel ver. Meestal bleef het bij instemmend knikken op wat dominee zei.

Op de kringen waar ik mij mee mag bezighouden, geven ouderen-van-tegenwoordig  getuigenis van – in hun eigen ogen mankerend, maar in mijn beleving -  oprecht geloof. Zo hoorde je de ouderen vroeger niet.

De jeugd-van-tegenwoordig die ik spreek – zó inspirerend hoorde ik vroeger de jeugd-van-toen nooit iemand praten,  

Dat heeft natuurlijk meerdere oorzaken, bescheidenheid, je plaats kennen, verbaal onvermogen, maar toch.

Vroeger, dat weet ik zeker, was er een sterk economisch motief om naar de kerk te gaan.

Als je een winkel had en je ging níet, dan had je geen klanten, vult Carla aan.

Zocht je werk zonder kerk, dan bleef je werkloos, zegt Kees.

Of we het ingestudeerd hadden.

En had je door het een of het ander niet te eten, dan kreeg je niks van de ‘jakkenie’[4].

Dat maakte ontegenzeggelijk óók een deel van de macht van de kerk uit.

 

Die druk is er niet meer, men gaat in volle vrijheid naar de kerk. Ook de jongeren.

Vroeger deed men belijdenis, omdat iedereen het deed. Anders viel je buiten de boot.

Jongeren die nu nog naar de kerk gaan, belijdenis doen, aan het Avondmaal gaan, doen dat heel bewust.

 

Kees vraagt zich af, of de gang naar het Avondmaal dan weer niet wat te gemakkelijk is.

Hij heeft van ouds geleerd dat je daarvoor toch een echt bekeerd kind van God moet zijn.

Anders  eet en drink je je een oordeel.

Dat herken ik. Nog steeds en steeds weer: éigenlijk kan ik niet aangaan.

Maar als het er op aan komt, dan is het net alsof je opgetild wordt, en voort geleid. 

En waar staat  dat je een bekeerd kind van God moet zijn?

We  gaan er geen Bijbelstudie van maken maar ik mag wel verwijzen naar wat Paulus er over zegt[5]

 

Intussen rijst de vraag of de toekomst van de kerk er nou wel zo rooskleurig uit ziet.

De tekenen zijn bedreigend genoeg.

Vooral de jeugd staat onder druk - van kennis, wetenschap en maakbaarheid.

Van in razendsnel tempo veranderende normen.

Van de illusie van onafhankelijkheid.

Daar past geen geloof in en gehoorzaamheid aan een Hemelse Vader meer in.

Eigenlijk zou het andersom moeten.

We zouden alles wat ons leven uitmaakt, moeten inkaderen in het geloof.

 

Ik ken en herken de dwalingen maar al te goed. Dus mogen we niet wanhopen.

God kàn verandering geven.    

 

En zolang er - onder Gods zegen en genade - nog gezinnen zijn als deze familie, dan hoeven we ook niet te wanhopen. 

Dan mogen we dankbaar zijn,

 

Riet Ritman-Bakker

Familie Westeneng

©rrb



[1] blog satiriek drieluik leuklijden etc

[2]Maar het is ook bere-moeilijk om binnen vaststaande structuren een gedicht te maken dat in elk geval Woordgetrouw moet zijn

[3]Met, naast dank aan onze goede God, alle hulde aan Mariska Hardeman

[4] Diaconie - armenzorg

[5]1 kor 11, met name vers 17 t/m 22 – zie blog: ‘van water naar wijn’.

 

 

Riet R-B

EVEN IETS RECHTZETTEN

 

 

Beste mensen, maar met name jij, die hebt meegewerkt of nog zal meewerken aan dit blog,

 

Misschien is het ook jou niet ontgaan dat er in de Vierklank van 18-7-2018 een artikel  staat, dat nagenoeg geheel en letterlijk is overgenomen van ons blog.

Ik wil je graag laten weten, dat dit totaal buiten mijn medeweten is gebeurd.

Ik verzeker je, dat ik nooit-nooit-nooit elders iets over jou zou plaatsen, noch wie dan ook ooit zou toestaan iets van mijn hand over jou te publiceren - zonder jouw instemming.

 

Ter verdere beveiliging van jouw en mijn gegevens zet ik in het vervolg mijn naam onder de stukjes samen met het copyright teken:©rrb 

Dat gaat vast helpen dat anderen zich niet meer zonder toestemming en bronvermelding blogs gaan toe-eigenen.  

 

Ik groet jullie allen hartelijk.

 

 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

stilstaan bij beweging

 

Stilstaan bij Beweging

 

Het Heilig Avondmaal

 

I van Paaslam naar Godslam

 

Ik was ooit met Pesach in Israël. Dan vieren de Israëli’s Sederavond.  Ze herdenken, nu nog steeds, de Uittocht uit Egypte.

Ze eten ongedesemd brood met bittere saus en drinken wijn.

Het Paaslam, dat in Bijbelse tijden geslacht en gegeten werd, wordt uitgebeeld met een lamsbot, dat in het midden van de Sederschotel ligt. Tijdens de maaltijd worden gedeelten voorgelezen die over de Uittocht gaan.

De kinderen stellen vragen die de ouderen beantwoorden.

 

Jezus heeft ook ‘Sederavond’ gevierd. Hij heeft de Uittocht uit Egypte herdacht, zoals Mozes dat geboden had.

Jezus vervult ook in dit opzicht te wet. Hij heeft voor Zijn laatste Avondmaal het Paaslam laten bereiden,

Dat heeft Hij met Zijn discipelen gegeten, voor  Hij overgaat op het breken en delen van het brood en schenken van de wijn.

Hiervan zegt Hij nu, dat ze dat voortaan moeten eten en drinken, Brood en Wijn tot Zijn gedachtenis;

Niet meer het Paaslam, niet meer het bloed van het lam aan de deurpost.

Maar het Bloed, dat Hij gaat storten als het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt.

Hij bezegelt hiermee een nieuw Verbond.

Hij stelt in om, mét dat nieuwe verbond, het Avondmaal te houden tot Zijn gedachtenis. 

Dat is een opdracht.

 

Verantwoording  

ik heb voor dit stukje, behalve uit de Bijbel, ook geput uit waarneming en ervaring uit een grijs verleden.

De door mij in te brengen motieven leven al bij de bewuste kerk- en Avondmaalsganger van nu.

Dat is dus wel een beetje water naar de zee dragen.

Maar misschien is er iemand, voor wie, onder Gods zegen, met dit stukje een drempel mag worden verlaagd.

Dan is het  niet voor niets geschreven.

 

Exclusief

Vroeger (de 50ger -60ger jaren) leek het Avondmaal voorbehouden aan een select groepje.

Hoewel de Avondmaalsgangers dat zelf vast niet zo voelden, men was er vast van overtuigd dat zij dé uitverkorenen waren.

In elk geval hoorden wij,  zittenblijvers, daar in elk geval niet bij.  Uitgesloten.

Want wij konden, als we het in ons hoofd zouden halen om aan te schuiven, ons alleen maar ‘een oordeel eten en drinken’

 

Die - absoluut bijbelse, en in het totaal-verband onmisbare - term is een heel eigen leven gaan leiden.

Nou ja, léven…..?   Met díe uitleg, die ‘eeuwige dood en doem’ suggereert?

 

Dat idee is intussen wel gekanteld. Er mag daardoor, ook in meer orthodoxe kringen , meer vrijmoedigheid zijn.

Gelukkig slaat dit niet om in zo’n ‘vrijblijvende’ -  makkelijke maaltijd.

Om een band te weven tussen kerkleden, doopleden en niet-leden. En buitenstaanders.

Dat kan. Dat mag. Maar dat is geen Heilig Avondmaal.

Dat is niet tot gedachtenis van Jezus Christus en Zijn verzoenend sterven.

Zelfs niet al zou dat het thema zijn. Je krijgt dan zoiets als:

als het goed voor je voelt dan kun je dit tot Jezus’ gedachtenis doen.

maar als je daar helemaal niks mee hebt hoeft het niet hoor,  eet smakelijk.

 

Maar zó heeft Jezus het niet opgedragen!! Opdrachten, en zeker die van Jezus,  zijn niet vrijblijvend.

Maar dan is het óók niet meer vrijblijvend om niet om te gaan. Dan kan blijven zitten ook tot oordeel worden.

 

Je vraagt je af waar die 'terughoudendheid' ten aanzien van het Heilig Avonmaal vandaan kwam en komt.

Kleine kinderen werden ten doop gehouden met een onbekommerdheid, die óók bevreemding wekt.

Zeker  als je beseft wat je belooft ten overstaan van God en Zijn Gemeente.

Niemand - dat ik weet - is ooit op deze gedachte gekomen:

Je zou je ook wel eens een oordeel kunnen beloven, als je die belofte (die uit een opdracht volgt) niet nakomt. 

 

 

II  van water naar wijn

Voor aangaan aan het Avondmaal werd  dat 'oordeel' als een onoverkomelijke drempel, een onneembare muur opgeworpen.

Drempels en muren zìjn er.  Ze zijn er, ook om iets te weren of om te beschermen.

Het zou niet goed zijn, als je dat niet in de gaten had of zou ontkennen.

Maar dat ze onoverkomelijk, onneembaar zijn, kijk, dat is niet waar.

Een onoverkomelijke drempel, een potdichte, hoge muur,  weerhouden je een huis in te gaan. Ze zijn - VIJANDIG

Dat Dat kan de bedoeling niet zijn'.

Als ze al zijn opgeworpen, dan heeft de Heere die ontoegankelijkheid zelf geslecht.

En als je ze dan zélf nog torenhoog laat oprijzen, dan wil Hij je er nog overheen dragen ook

 

Denk niet, dat, als je een keer die drempel over geholpen bent, het een volgende keer gemakkelijker is.

Ik zou haast zeggen: integendeel.

Juist als je uit louter genade een keer hebt mogen meedoen, besef je de volgende keer des te schrijnender:

ik heb er in mijn doen en laten weer geen bal van terecht gebracht.

De relatie met de Heilige God, die zo heerlijk werd bevestigd in dat aangaan, heb ik weer talloze malen geschonden.

Dat is zò ontmoedigend.

 

Maar dáár moet je je niet aan vastklampen!!!! Niet aan jezelf, niet aan je onwaardigheid.

Niet aan je angst – die angst dat je je een oordeel zult eten en drinken als je fout aangaat.

 

een klein beetje bijbels bewustzijn 

Wat staat er nu eigenlijk.  Ik pak de oude Staten Vertaling erbij, want die geeft dit het beste weer.

Ten eerste- Onwaardiglijk

Dit ‘onwaardiglijk’ slaat op de manier van eten en drinken.

Voor de taal hobbyisten: het is, door de toevoeging –lijk een bijwoord dat op het werkwoord slaat, in dit geval:  eten en drinken.

Had het op de persoon geslagen, dan was het een bijvoeglijk naamwoord en dan zou er 'onwaardig'  hebben gestaan.  

 

Ten tweede- een oordeel.

Er staat niet het Oordeel 

Hiervoor gaan we naar de verzen 31 en 32 uit 1 Kor. 11:

 

31  Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.

(daar heb je dat zelf-onderzoek, die  zelfbeproeving,  zelf-beoordeling dus voor nodig, juist om niet geoordeeld te worden.

 

Die beoordeling is nodig. Je kunt niet, met allerlei onbeleden, onvergeven zonden aan de Tafel gaan.

Daar mogen we absoluut niet licht over denken. Dat doet de Heere ook niet.

Als ik mijn zonden níet overdenk, níet belijd (zodat ze niet vergeven kunnen worden) dan gaat de Heere zelf aan de gang.

Dan gaat Hij zelf oordelen:

32  Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

 

Zie je nu, hoe genádig de straf is die op dit oordeel volgt?

Dat is níet de eeuwige doem. Integendeel. Het is een straf, een tuchtiging, die ons daar  juist voor wil behoeden:

Hij oordeelt ons, opdat wij met de wereld niet zouden worden veroordeeld.

Het is  een tuchtiging, een straf tot behoud: om aan erger oordeel te ontkomen.

Namelijk het ultieme oordeel dat de wereld van de zonde te wachten heeft.

 

Door de zelfbeproeving kom je er al snel achter, dat je inderdaad onwaardig bent.

Maar daar mag je niet in blijven steken, en je er ook niet door laten ontmoedigen.

Integendeel. Lees het begin van het tweede deel van het Avondmaalsformulier maar.

 

Ten derde.  Wat bedoelde Paulus nu eigenlijk met onwaardig(lijk) eten en drinken?

Alles wijst er op dat gemeente van Korinthe het Avondmaal op een totaal foute manier vierde.

 

Voordat iedereen aanwezig is beginnen de mensen al alles al weg te schranzen wat ze hebben meegebracht.

En ze nemen er een flinke slok bij, tot dronkenschap toe. Ook dat nog. En ze delen helemaal niets.

Eerder lijkt het of ze de mensen die niks hebben lekker willen maken en beschamen: Ikke wel  jij niet, lekker puh.

Ze kunnen in hun gulzige honger niet eens wachten tot iedereen er is, zodat er voor slaven die het later binnenkomen, niets meer over is.

 

Dat wordt het duidelijkst weergegeven in de Herziene Statenvertaling.

 

20 Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere.

21Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is.

22Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken?

Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben?

Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.

 

Dit staat niet in het Avondmaalsformulier, dat hoefde ook niet, want die praktijken kwamen in de kerk niet meer voor.

Maar daardoor is het verband met het ‘onwaardiglijk eten en drinken’ wel weg gezakt.

 

Terug naar de zelfbeproeving.

Daar moeten we mee bezig zijn, zeker.

Maar we moeten er ook weer geen op zichzelf staande grootheid van maken,

Dan gaan we ons er misschien weer op beroemen hoe vroom zonde-belijdend we zijn.

Of het wordt een vrome smoes, om je maar niet aan de Heere over te geven, want o zo onwaardig.

Overigens vraag ik me af, mezelf kennende: zou dat niet veel meer trots zijn – te trots om bij de Heere te komen zoals ik ben:

ellendig, arm en naakt. 

Zou dat niet een trotse weigering zijn om het bruiloftskleed aan te nemen.

 

Conclusie

Ik heb mezelf uitgesloten en sluit mezelf steeds weer opnieuw uit van de genade.

Het is lastig, om dat steeds weer te erkennen en de Heere hartelijk belijden dat ik niet waardig ben dat Hij tot mij inkomt[1]

Steeds weer in te zien dat mijn geloof of  fout of  klein of nihil is, omgekeerd evenredig aan de verkeerdigheden.

 

Ik mag het steeds weer ervaren. Hij nodigt mij steeds weer uit, onweerhoudbaar, om aan Zijn Tafel te komen.

Uit genade wil hij mij, - ons - deelgenoot maken in de hemelse spijs en drank.

 

Hìj, die wonderen doet op wonderen horen, maakte van water wijn op de Bruiloft in Kana.

 

Zo kan en wil Hij het Water van de Doop voor ons veranderen in de Wijn van het Avondmaal.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 


[1]Deze tekst is een liturgisch onderdeel bij de viering van Brood en Wijn ofwel de mis in de RK kerk. Prachtig.

 

 

 

 

 

 

 

reageren?

weet je welkom op 

whapp 0655180402

@mail riet.ritman@planet.nl

 

volgende: ge-zin in de kerk familie Westeneng-Spruijt

vorige: recht aan vrouwen of aanrecht - was Paulus vrouw-onvriendelijk


[1] Deze tekst is een liturgisch onderdeel bij de viering van Brood en Wijn ofwel de mis in de RK kerk. Prachtig.

 

 

Riet R-B

recht aan vrouwen of aanrecht (1)

Was Paulus vrouw-onvriendelijk?

 

Ik heb een oude dame gekend, die bepaald Paulus-onvriendelijk was.

Ik kon met haar meekomen, want ik had haar man ook gekend.

Het type, dat zijn vrouw dagelijks op haar plichten wees. En dat waren er vele. Ook op haar rechten, zeker, maar dat waren er weinige.

En dat alles onder het motto dat Paulus ook nooit anders  geroepen had dan dat vrouwen hun mannen gehoorzaam moeten zijn. [1]

 

Menig vrouw, én man, is intussen wel wat genuanceerder gaan denken over een heleboel uitspraken van Paulus.

Maar, ik weet het zeker: bij lezing van teksten als ‘gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig’, trekken de tenen van tientallen vrouwen krampachtig krom in hun (en ook in mijn) zondagse schoenen.  

 

Maar - wàs Paulus nou wel zo vrouw-onvriendelijk?

Ik ben eens gaan zoeken naar de werkelijke inhoud van woorden als ‘gehoorzaamheid’, ‘heersen’, ‘onderdanig’. [2]

Maar lees, behalve ondergenoemd blog, vooral Kolossenzen 3: 18-19  en Efeziers 5: 21-33 en zie wat Paulus de mannen voorschrijft:

liefde, respect, bescherming, wederkerigheid, ja, ook wederzijdse instemming bij onthouding en de opheffing daarvan.

Lees het verhaal van Lydia.

En het slot van de Romeinenbrief. 

Dan kan ik niet volhouden dat Paulus niet respect- en liefdevol over deze zusters spreekt.

 

Maar -  dat zij niet mee mag praten, ‘stil moet zijn’, dat kán toch niet meer in deze tijd? 

Hier wordt de oorspronkelijke bedoeling gesubjectiveerd en uitsluitend belicht vanuit onze inspraak-en-zeggenschapscultuur.

Maar tóen was het al heel bijzonder dat vrouwen samen met mannen deel mochten hebben aan de (leer)-bijeenkomsten in de jonge gemeenten.

Dat was in die tijd en cultuur nog niet vertoond.

Vrouwen kwamen niet in welk leer-instituut ook. Nooit. Nergens. Niet in Israël, niet in Griekenland.

Dat recht hadden ze niet. Maar, hoe ge-emancipeerd: in de eerste gemeenten dus wel.

Waarom dan toch dat zwijgen? Daar zal mede de joodse traditie zijn geweest: vrouwen mochten niet leren in de synagogen.

Maar ook in Griekenland was de ‘Schole[3]’ uitsluitend toegankelijk voor mannen,

Die werden daar getraind in, o.a., logisch denken, in zich helder uitdrukken, in disputeren.

Paulus heeft dan ook niets tegen discussie, wat ook best kon in de tamelijk kleinschalige bijeenkomsten.

Hij schrijft in 2 Timotheüs 3:16: Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, etc.

 

Vrouwen waren dus niet geschoold in verbale vaardigheden.

Mede daardoor kan het gebeuren dat een vrouw zich nóg meer door emotie laat leiden dan door ratio.

En dan staat niets een Babylonische spraakverwarring meer in de weg.

We weten: dat leidt meer tot afbraak en versnippering, dan tot eenheid en opbouw.

(En ,laten we eerlijk zijn: discussiëren over kwesties waarbij iemand (m/v) niet gebukt gaat onder zelfs maar de geringste kennis van zaken, noch onder het vermogen om zich logisch en objectief uit te drukken - dat is nog steeds een ramp en schept meer verwarring tot en met ruzie, dan helderheid en eensgezindheid.)

 

Maar dat wil niet zeggen, dat vrouwen totaal hun mond moesten houden in de bijeenkomsten.

Zij hadden alleen te zwijgen als daar geleerd, gediscussieerd, gestudeerd, werd.

Maar zij mochten wel bidden en profeteren, ook daar, mits dan met bedekten hoofde.

Als ze de gaven van de Geest hadden ontvangen, mochten ze net zo goed profeteren – evangeliseren - zouden we nu zeggen, als ieder ander.

 

Erkend moet zijn, dat door de mannelijke dominantie in de eerste gemeenten en vooral later in de verdere ontwikkeling van de kerk (waarin vrouwen totaal uitgesloten waren van welke inbreng ook) de interpretatie van Bijbelteksten dus ook uitsluitend aan mannen was voorbehouden.

Dan is het bijna onontkoombaar dat in de loop der tijden deze teksten vanuit mannen-perspectief werden uitgelegd, en, sterker nog, in mannen-belang werden toegepast.

Neem daarbij

een gemiddeld onvolledig besef van juiste woordbetekenissen, plus

de algemeen menselijke neiging om inhoud en betekenis van woorden om te buigen naar wat je het beste voegt......

en de misvattingen en daaruit voortvloeiende misstanden liggen voor je het weet voor het oprapen.

 

Dat dit alles een negatieve invloed had ook op de (rechts)positie van de vrouw in de (westerse) maatschappij, ligt voor de hand.

 

Het is vervolgens niet anders dan een natuurlijk gegeven, dat dit maatschappij-brede reacties uitlokte.

Het is eveneens een natuurlijk gegeven, dat reacties óók leiden tot hyper-reacties.

Ofwel: tot doorslaan. Daarin is waakzaamheid méér dan geboden.

 

Maar dat er een proces op gang kwam om de vrouw te onttrekken aan allerlei vormen van rechtsonthouding en gebrek aan rechtsbescherming, dat is goed, en eerlijk, en rechtvaardig. 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 

reageren:

whapp: 0655180402

@mail:  riet.ritman@planet.nl

 

(heeft al in de gemeentewijzer gestaan, maar post het ook hier voor de continuiteit) 

Vorige: groei en bloei in de kerk: Simone

tussendoor: Soli Deo Gloria - orgel-leerlingenavond olv Fia Lam

Volgende:  deze serie over emancipatie: wat betekenen woorden werkelijk

 

[1] Intussen heeft Paulus het woord 'gehoorzaam' mbt tot echtelijke relaties nooit gebruikt. 

[2] Zie blog 2 in deze serie ‘wat betekenen woorden werkelijk'.

[3] het griekse woord ‘schole’ betekent ‘vrije tijd’