jong leven in de kerk

Jaco Boshuis & Jaco de Jong

 

Twee jaar geleden heb ik ze ook gesproken, Jaco Boshuis en Jaco de Jong. Voor de blog-serie ‘missionair in muziek’.

Ik herinner mij mijn vraag, of ze zich zelf ooit als kerkorganist zagen optreden.

Daar reageerden ze bepaald terughoudend op. Toen, 12 en 14 jaar oud,  nog wel.

Maar als ik nu vraag naar hun orgelspel, dan krijg ik gólven puur enthousiasme over me heen.

Beiden zijn zo ver dat ze de gemeentezang kùnnen begeleiden, maar voor hun eigen zekerheid wordt daar nog even mee gewacht.

Ook al zouden ze het graag willen.

Ze gaan iedere week met heel veel plezier naar de lessen, worden daar ook geïnspireerd en leren ook iedere keer weer wat nieuws.

Ook halen ze plezier uit het spelen tijdens de catechisatie en de open middagen van de kerk.

 

Enthousiast: een orgel heeft iets te zèggen, ook in de erediensten.

Het heeft juist díe kracht, die ieder ander instrument mist.

Zéker als je het over psalmen hebt, en andere traditionele liederen, zoals bijvoorbeeld Stille Nacht.

Daar moet je gewoon geen gitaar of andere herrie tegenaan willen gooien.

Sommige opwekkingsliederen, ach, die zouden misschien wel piano of gitaar of een bandje kunnen velen.

Toch:  geen van beide jongens zit écht te springen op dit soort inbreng, maar ja, wat wil je, organisten…..

 

We gaan door over vernieuwingen, wel een beetje mijn stokpaardje.

Stilstand is achteruitgang, dat geldt ook voor de kerk, maar om nou van alles overhoop te gaan halen alleen omdat het nieuw is….

Ook bij deze twee jonge mensen tref ik een bepaalde terughoudendheid aan, als het daar over gaat.

Er is wel héél veel veranderd, ook in de betrekkelijk korte tijd, dat zij bewust en mee-belevend kerkgaand zijn.

Niet dat alles verkeerd is, zeker niet.

Neem bijvoorbeeld de Herziene Statenvertaling, of het Kindermoment. Of ritmisch zingen. Niks mis mee. Prima.

Maar er verandert zoveel, en als dat te veel wordt in te korte tijd, kon dat wel eens ten koste gaan van rust en harmonie in de kerk.

 

Ik vraag of ze vinden dat er in deze tijd nog toekomst is voor de kerk. 

Ze geloven beiden, dat de Kerk zal blijven bestaan, tot op de dag dat de Heere terugkomt.

Maar het zal wel steeds verder terug lopen. Het is dan wel belangrijk, om de jongeren betrokken te houden.

Gedacht wordt, dat dit eerder zal slagen door stabiliteit, dan door vernieuwing en verandering.

 

Evenwicht tussen vernieuwing en stabiliteit zou je kunnen bevorderen door jongeren en ouderen meer op elkaar te betrekken.

Dat wil niet altijd lukken.

Een mooie opzet daartoe was vorig jaar een actie om de gemeente uit te nodigen bij de afsluiting van het catechisatie seizoen.

De catechisanten hadden er echt werk van gemaakt, compleet met een High Tea.

Als er tien mensen zijn geweest (het meest nog ouders) is het veel.

Ik zeg: ja maar, de jeugdwerk acties, daar is men toch wél bij betrokken.

Ja,  zegt Jaco B: maar dat kènnen ze.

 

Waardoor ik bij mezelf de conclusie trek: kennelijk zit niemand op iets nieuws te wachten.

Hier hadden de jongeren iets nieuws geïntroduceerd, een mooi, origineel idee, en dat aantrekkelijk voorgesteld en uitgevoerd.

En daar is nauwelijks op gereageerd.

 

Opmerkelijk is, dat ook deze twee jongeren de mogelijkheid van een spoedige terugkeer van de Heere Jezus niet uitsluiten.

Vroeger was die opvatting alleen aan ouderen voorbehouden, die niet alleen oud waren, maar het ook allemaal wel gezien hadden.

Wier levensperspectief óp was.

Ja, dan is het niet zo moeilijk om naar die terugkeer zelfs te verlangen - tenminste, als je ziel vrede heeft met God.

 

Maar tegenwoordig hoor ik vaak ook jongeren over de Wederkomst spreken, of aangeven dat ze er over nadenken.

Jongeren met toekomst hier, een toekomst die ze overigens met vreugde, hoop en verwachting tegemoet zien.

En als ze daar dan aan toe voegen dat de Toekomst van de Heere ondenkbaar veel mooier zal zijn dan de mooiste toekomst die je je kunt dromen -

dan, ja, dan heb ík wel hoop ook op de toekomst van de kerk, van het christendom.

Het zullen het er waarschijnlijk wel minder zijn, maar die er dan nog zijn, dat zijn dan wél de ‘echte’.

Heerlijk, dat  twee van zulke  ‘echten’ hun gedachten met je willen delen.

 

Jaco B zit op de JV, Jaco dJ, nog op de tienerclub. Maar eerlijk gezegd voelt hij zich daar niet meer zo thuis.

Waar tieners zijn, wordt - ik zou haast zeggen – ‘natuurlijk’ gekeet. Deed ik ook vroeger, op school.

Maar daar heeft Jaco geen aardigheid in.

Hij is dat intussen al een soort van ontgroeid, en vindt het dan ook een beetje zonde van zijn tijd.

Ik vroeg, of ie misschien geen dispensatie kan krijgen om wat eerder naar de JV te gaan, ook al is hij nog geen zestien.

Daar wil hij over nadenken, maar nu nog niet, nu voelt ie zich écht nog te ‘klein’ bij al die ‘grote mensen’.

Maar misschien volgend seizoen, als hij 15 is.

Jaco B zit op Lodenstein. Dit jaar hoopt hij HAVO eindexamen te doen.

Een school met strenge normen en vormen.

En waar, naar Jaco’s B’s waarneming, het leven van de jongeren lang niet altijd volgens de leer is.

Maar - kwalitatief is het onderwijs nog altijd van hoog niveau.

En er is ook voldoende aandacht voor de leerlingen persoonlijk. Ook in het geloof. 

 

Ik vertel dat vroeger, bij de selectie van sollicitanten, mensen met Lodenstein op hun CV altijd een dikke streep vóór hadden.

Daar woog de christelijke achtergrond absoluut niet in mee, maar wel de kwaliteit van het onderwijs plus motivatie en discipline.

Jaco B wil na de Havo de opleiding tuin- en landschapsinrichting gaan volgen.

 

Jaco dJ zit op Guido de Brès, ook een – uitgesproken – christelijke school, maar niet zo ‘streng’ als Lodenstein.

Wat onderwijskwaliteit en intentie betreft is de Brès gelijk aan of dicht bij Lodenstein.

Dichter bij dan, bijvoorbeeld, de Passie, die een toch meer evangelische inslag en uitstraling heeft.

Jaco dJ denkt nu dat hij economie een leuk vak in om misschien in verder te gaan.

Maar hij heeft nog drie jaar te gaan voor hij eindexamen gaat doen, dus alle tijd om een definitieve keus te maken.

 

Ze werken beide, en samen, op een boerderij van een Westbroekse en doen daar alle mogelijke klussen.

Vooral in de tuin, want ja, praktijk ervaring is heel nuttig met het oog op m’n toekomstige studie, zegt Jaco B.

 

Hoe verschillend ook, zoals mensen nu eenmaal verschillend zijn, is het mooi om te zien hoe hecht hun kameraadschap is.

In gedeelde interesses, bezigheden, en kerkgang.  Ook in afkomst.

 

Beiden oorspronkelijk van boerenafkomst, kan ik het niet laten: hoe vinden ze de boerenprotesten.

Ook hier hebben ze over nagedacht en er een heldere mening over. Het is alleszins te begrijpen, dat de boeren in beweging komen.

Ze worden steeds meer en verder afgeknepen. Het lijkt wel of ze opzettelijk worden weggepest.

Ik sluit dat niet uit. Veruit de meeste boeren zijn nog kerkgaand christen.

Dat wordt nauwelijks getolereerd in de huidige politiek en maatschappij. Dus boeren weg – christendom ook weg.

 

Ik vraag hoe ze het zouden vinden, als hun jongere zusjes in ‘het ambt’ zouden komen.

Tactvol en voorzichtig wordt hun mening naar voren gebracht – immers ook hiervan weten ze nog niet hoe ìk hier er over denk.

Maar die mening is niettemin duidelijk: geen vrouwen in het ambt. Zusje of niet. En dat wel op grond van de Bijbel. 

Maar ze zien het ook niet gebeuren, zelfs al zouden vrouwen worden voorgedragen.

Dan zou de uit mannen bestaande kerkenraad ze toch niet op het dubbeltal plaatsen.

Ik zeg dat ook een mannen-kerkenraad best zo progressief zou kunnen worden, dat het niet ondenkbaar hoeft te zijn.

Ze menen daar nu al iets van te proeven - van een veel verder gaande progressiviteit dan voorheen.

 

Over de prediking.

Beiden beseffen maar al te goed, dat genadeprediking geen enkele zin heeft, als je de nóódzaak daartoe niet eerst aanwijst.

Je bent dan onvolledig.

De zogeheten ‘zwaardere’ manier van preken, namelijk over de zonde en onze schuld voor God, mag niet onder het kleed worden geveegd.

Jaco B stelt dat het goed zou zijn om de gemeente eens de gelegenheid te geven zich uit te spreken over een aantal zaken.

Ik voor mij denk dat dat best zou kunnen passen in deze tijd van inspraak.

Maar het is natuurlijk wel zo, dat een kerkenraad is gekozen/geroepen om voor de gemeente beslissingen te nemen.

Dat zou dan ook aan hen overgelaten moeten kunnen worden, ook bijvoorbeeld de keuze van gastpredikanten.

Maar Jaco B denkt dat er zó veel aandacht is voor vernieuwing, dat daarbij de belangen van ouderen misschien wel in het gedrang zouden kunnen komen. Intussen wordt de prediking van onze eigen predikant als ‘volledig’ ervaren.

 

Ik vraag of ze zichzelf mogelijk ooit als ambtsdrager zien.

Zeg nooit nooit, maar voorlopig hopen ze ooit de gemeente te dienen als organist.

Ik kan niet wàchten.

 

Terugkomend op die enquête: een prima idee. Ik vraag of ze nog meer ideeën hebben.

Ja, zegt Jaco deJ:  ouders laten meedraaien in de tienerclub. Dat helpt misschien om onrustzaaiers in toom te houden.

Het zijn er soms maar een paar, maar dat kan anderen of meeslepen, of afleiden, of zelfs ergernis geven.

Als hun ouders er bij zijn, dan houden ze zich vast wel in.

 

Dit is iets, wat, ontdekken we, dus overal in de maatschappij, in de kerk, in alle geledingen gebeurt:

het zijn er vaak maar een paar, maar door de zwijgende meerderheid steken die ook het meest de kop op.

We vragen ons af: wie valt méér de verwijten:

de enkeling die de boel luidruchtig dreigt te verzieken, of die velen, die altijd maar weer hun mond dicht houden.

 

Ze gaan allebei met heel veel plezier naar catechisatie, steken daar ook een heleboel op.

Mooi zijn de groepsgesprekken die naar aanleiding van een onderwerp plaats vinden.

Daarna worden alle conclusies met elkaar gedeeld. Alles bij elkaar bijzonder leerzaam.

Het blijkt dat op de catechisatie de humor niet ontbreekt en dat ook de ds. nog wel eens wat hilariteit kan veroorzaken.

En ook vanavond ontbrak de humor niet,

Hoewel de teneur van de gesprekken serieus en inhoudsvol was, heb ik toch ook af en toe menig schaterlach nauwelijks kunnen onderdrukken.

 

Met de tonen van ‘ik stel mijn vertrouwen op de Heer’ mijn God’  - dat ze samen, quatre mains, op mijn orgel gespeeld hebben - nog in mij dóór klinkend, ga ik dit blog beëindigen.

 

Prachtkerels, die twee: Jaco en Jaco. Ik ben dankbaar dat ik hen mag kennen, en dat zij zich hebben làten kennen.

 

Berkenhof, 11-1-2020

Riet Ritman

Jaco de Jong en Jaco Boshuis

 

©2020rrb

 

 

  • Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter

0 / 300 Beperking van tekens
Je tekst moet 5-300 tekens bevatten
algemene voorwaarden.