stilstaan bij beweging

 

Stilstaan bij Beweging

 

Het Heilig Avondmaal

 

I van Paaslam naar Godslam

 

Ik was ooit met Pesach in Israël. Dan vieren de Israëli’s Sederavond.  Ze herdenken, nu nog steeds, de Uittocht uit Egypte.

Ze eten ongedesemd brood met bittere saus en drinken wijn.

Het Paaslam, dat in Bijbelse tijden geslacht en gegeten werd, wordt uitgebeeld met een lamsbot, dat in het midden van de Sederschotel ligt. Tijdens de maaltijd worden gedeelten voorgelezen die over de Uittocht gaan.

De kinderen stellen vragen die de ouderen beantwoorden.

 

Jezus heeft ook ‘Sederavond’ gevierd. Hij heeft de Uittocht uit Egypte herdacht, zoals Mozes dat geboden had.

Jezus vervult ook in dit opzicht te wet. Hij heeft voor Zijn laatste Avondmaal het Paaslam laten bereiden,

Dat heeft Hij met Zijn discipelen gegeten, voor  Hij overgaat op het breken en delen van het brood en schenken van de wijn.

Hiervan zegt Hij nu, dat ze dat voortaan moeten eten en drinken, Brood en Wijn tot Zijn gedachtenis;

Niet meer het Paaslam, niet meer het bloed van het lam aan de deurpost.

Maar het Bloed, dat Hij gaat storten als het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt.

Hij bezegelt hiermee een nieuw Verbond.

Hij stelt in om, mét dat nieuwe verbond, het Avondmaal te houden tot Zijn gedachtenis. 

Dat is een opdracht.

 

Verantwoording  

ik heb voor dit stukje, behalve uit de Bijbel, ook geput uit waarneming en ervaring uit een grijs verleden.

De door mij in te brengen motieven leven al bij de bewuste kerk- en Avondmaalsganger van nu.

Dat is dus wel een beetje water naar de zee dragen.

Maar misschien is er iemand, voor wie, onder Gods zegen, met dit stukje een drempel mag worden verlaagd.

Dan is het  niet voor niets geschreven.

 

Exclusief

Vroeger (de 50ger -60ger jaren) leek het Avondmaal voorbehouden aan een select groepje.

Hoewel de Avondmaalsgangers dat zelf vast niet zo voelden, men was er van overtuigd dat zij dé uitverkorenen waren.

In elk geval hoorden wij,  zittenblijvers, daar in elk geval niet bij.  Uitgesloten.

Want wij konden, als we het in ons hoofd zouden halen om aan te schuiven, ons alleen maar ‘een oordeel eten en drinken’

 

Die - absoluut bijbelse, en in het totaal-verband onmisbare - term is een heel eigen leven gaan leiden.

Nou ja, léven…..?   Met díe uitleg, die ‘eeuwige dood en doem’ suggereert?

 

Dat idee is intussen wel gekanteld. Er mag daardoor, ook in meer orthodoxe kringen , meer vrijmoedigheid zijn.

Gelukkig slaat dit niet om in zo’n ‘vrijblijvende’ -  makkelijke maaltijd.

Om een band te weven tussen kerkleden, doopleden en niet-leden. En buitenstaanders.

Dat kan. Dat mag. Maar dat is geen Heilig Avondmaal.

Dat is niet tot gedachtenis van Jezus Christus en Zijn verzoenend sterven.

Zelfs niet al zou dat het thema zijn. Je krijgt dan zoiets als:

als het goed voor je voelt dan kun je dit tot Jezus’ gedachtenis doen.

maar als je daar helemaal niks mee hebt hoeft het niet hoor,  eet smakelijk.

 

Maar zó heeft Jezus het niet opgedragen!! Opdrachten, en zeker die van Jezus,  zijn niet vrijblijvend.

Maar dan is het óók niet meer vrijblijvend om niet om te gaan. Dan kan blijven zitten ook tot oordeel worden.

 

Je vraagt je af waar die 'terughoudendheid' ten aanzien van het Heilig Avonmaal vandaan kwam en komt.

Kleine kinderen werden ten doop gehouden met een onbekommerdheid, die óók bevreemding wekt.

Zeker  als je beseft wat je belooft ten overstaan van God en Zijn Gemeente.

Niemand - dat ik weet - is ooit op deze gedachte gekomen:

Je zou je ook wel eens een oordeel kunnen beloven, als je die belofte (die uit een opdracht volgt) niet nakomt. 

 

 

II  van water naar wijn

Voor aangaan aan het Avondmaal werd  dat 'oordeel' als een onoverkomelijke drempel, een onneembare muur opgeworpen.

Drempels en muren zìjn er.  Ze zijn er, ook om iets te weren of om te beschermen.

Het zou niet goed zijn, als je dat niet in de gaten had of zou ontkennen.

Maar dat ze onoverkomelijk, onneembaar zijn, kijk, dat is niet waar.

Eenonoverkomelijke drempel, een potdichte, hoge muur,  weerhouden je een huis in te gaan. Ze zijn - VIJANDIG

Dat kan de bedoeling niet zijn.

Alsze zijn opgeworpen, dan heeft de Heere die ontoegankelijkheid zelf geslecht.

En als je ze dan zélf nog torenhoog laat oprijzen, dan wil Hij je er nog overheen dragen ook

 

Denk niet, dat, als je een keer die drempel over gegeholpen bent, het een volgende keer gemakkelijker is.

Ik zou haast zeggen: integendeel.

Juist als je uit louter genade een keer hebt mogen meedoen, besef je de volgende keer des te schrijnender:

ik heb er in mijn doen en laten weer geen bal terecht gebracht.

De relatie met de Heilige God, die zo heerlijk werd bevestigd in dat aangaan, heb ik weer talloze malen geschonden.

Dat is zò ontmoedigend.

 

Maar dáár moet je je niet aan vastklampen!!!! Niet aan jezelf, niet aan je onwaardigheid.

Niet aan je angst – die angst dat je je een oordeel zult eten en drinken als je fout aangaat.

 

een klein beetje bijbels bewustzijn 

Wat staat er nu eigenlijk.  Ik pak de oude Staten Vertaling erbij, want die geeft dit het beste weer.

Ten eerste-.Onwaardiglijk

Dit ‘onwaardiglijk’ slaat op de manier van eten en drinken.

Voor de taal hobbyisten: het is, door de toevoeging –lijk een bijwoord dat op het werkwoord slaat, in dit geval:  eten en drinken.

Had het op de persoon, geslagen, dan was het een bijvoeglijk naamwoord en dan zou er 'onwaardig'  hebben gestaan.  

 

Ten tweede- een oordeel.

Er staat niet het Oordeel 

Hiervoor gaan we naar de verzen 31 en 32 uit 1 Kor. 11:

 

31  Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.

(daar heb je dat zelf-onderzoek, die  zelfbeproeving,  zelf-beoordeling dus voor nodig, juist om niet geoordeeld te worden.

 

Die beoordeling is nodig. Je kunt niet, met allerlei onbeleden, onvergeven zonden aan de Tafel gaan.

Daar mogen we absoluut niet licht over denken. Dat doet de Heere ook niet.

Als ik mijn zonden níet overdenk, níet belijd (zodat ze niet vergeven kunnen worden) dan gaat de Heere zelf aan de gang.

Dan gaat Hij zelf oordelen:

32  Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

 

Zie je nu, hoe genádig de straf is die op dit oordeel volgt?

Dat is níet de eeuwige doem. Integendeel. Het is een straf, een tuchtiging, die ons daarvoor juist wil behoeden:

Hij oordeelt ons, opdat wij met de wereld niet zouden worden veroordeeld.

Het is  een tuchtiging, een straf tot behoud: om aan erger oordeel te ontkomen.

Namelijk het ultieme oordeel dat de wereld van de zonde te wachten heeft.

 

Door de zelfbeproeving kom je er al snel achter, dat je inderdaad onwaardig bent.

Maar daar mag je niet in blijven steken, en je er ook niet door laten ontmoedigen.

Integendeel. Lees het begin van het tweede deel van het Avondmaalsformulier maar.

 

Ten derde.  Wat bedoelde Paulus nu eigenlijk met onwaardig(lijk) eten en drinken?

Alles wijst er op dat gemeente van Korinthe het Avondmaal op een totaal foute manier vierde.

 

Voordat iedereen aanwezig is beginnen de mensen al alles al weg te schranzen wat ze hebben meegebracht.

En ze nemen er een flinke slok bij, tot dronkenschap toe. Ook dat nog. En ze delen helemaal niets.

Eerder lijkt het of ze de mensen die niks hebben lekker willen maken en beschamen: Ikke wel  jij niet, lekker puh.

Ze kunnen in hun gulzige honger niet eens wachten tot iedereen er is, zodat er voor slaven die het later binnenkomen, niets meer over is.

 

Dat wordt het duidelijkst weergegeven in de Herziene Statenvertaling.

 

20 Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere.

21Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is.

22Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken?

Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben?

Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.

 

Dit staat niet in het Avondmaalsformulier, dat hoefde ook niet, want die praktijken kwamen in de kerk niet meer voor.

Maar daardoor is het verband met het ‘onwaardiglijk eten en drinken’ wel weg gezakt.

 

Terug naar de zelfbeproeving.

Daar moeten we mee bezig zijn, zeker.

Maar we moeten er ook weer geen op zichzelf staande grootheid van maken,

Dan gaan we ons er misschien weer op beroemen hoe vroom zonde-belijdend we zijn.

Of het wordt een vrome smoes, om je maar niet aan de Heere over te geven, want o zo onwaardig.

Overigens vraag ik me af, mezelf kennende: zou dat niet veel meer trots zijn – te trots om bij de Heere te komen zoals ik ben:

ellendig, arm en naakt. 

Zou dat niet een trotse weigering zijn om het bruiloftskleed aan te nemen.

 

Conclusie

Ik heb mezelf uitgesloten en sluit mezelf steeds weer opnieuw uit van de genade.

Het is lastig, om dat steeds weer te erkennen en de Heere hartelijk belijden dat ik niet waardig ben dat Hij tot mij inkomt[1]

Steeds weer in te zien dat mijn geloof of  fout of  klein of nihil is, omgekeerd evenredig aan de verkeerdigheden.

 

Ik mag het steeds weer ervaren. Hij nodigt mij steeds weer uit, onweerhoudbaar, om aan Zijn Tafel te komen.

Uit genade wil hij mij, - ons - deelgenoot maken in de hemelse spijs en drank.

 

Hìj, die wonderen doet op wonderen horen, maakte van water wijn op de Bruiloft in Kana.

 

Zo kan en wil Hij het Water van de Doop voor ons veranderen in de Wijn van het Avondmaal.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 


[1]Deze tekst is een liturgisch onderdeel bij de viering van Brood en Wijn ofwel de mis in de RK kerk. Prachtig.

 

 

 

 

 

 

 

reageren?

weet je welkom op 

whapp 0655180402

@mail riet.ritman@planet.nl

 

volgende: ge-zin in de kerk familie Westeneng-Spruijt

vorige: recht aan vrouwen of aanrecht - was Paulus vrouw-onvriendelijk


[1] Deze tekst is een liturgisch onderdeel bij de viering van Brood en Wijn ofwel de mis in de RK kerk. Prachtig.

 

 

Riet R-B

  • Geen reacties gevonden

Laat je reactie achter

0 / 300 Beperking van tekens
Je tekst moet 5-300 tekens bevatten
algemene voorwaarden.