jong leven in de kerk

Jaco Boshuis & Jaco de Jong

 

Twee jaar geleden heb ik ze ook gesproken, Jaco Boshuis en Jaco de Jong. Voor de blog-serie ‘missionair in muziek’.

Ik herinner mij mijn vraag, of ze zich zelf ooit als kerkorganist zagen optreden.

Daar reageerden ze bepaald terughoudend op. Toen, 12 en 14 jaar oud,  nog wel.

Maar als ik nu vraag naar hun orgelspel, dan krijg ik gólven puur enthousiasme over me heen.

Beiden zijn zo ver dat ze de gemeentezang kùnnen begeleiden, maar voor hun eigen zekerheid wordt daar nog even mee gewacht.

Ook al zouden ze het graag willen.

Ze gaan iedere week met heel veel plezier naar de lessen, worden daar ook geïnspireerd en leren ook iedere keer weer wat nieuws.

Ook halen ze plezier uit het spelen tijdens de catechisatie en de open middagen van de kerk.

 

Enthousiast: een orgel heeft iets te zèggen, ook in de erediensten.

Het heeft juist díe kracht, die ieder ander instrument mist.

Zéker als je het over psalmen hebt, en andere traditionele liederen, zoals bijvoorbeeld Stille Nacht.

Daar moet je gewoon geen gitaar of andere herrie tegenaan willen gooien.

Sommige opwekkingsliederen, ach, die zouden misschien wel piano of gitaar of een bandje kunnen velen.

Toch:  geen van beide jongens zit écht te springen op dit soort inbreng, maar ja, wat wil je, organisten…..

 

We gaan door over vernieuwingen, wel een beetje mijn stokpaardje.

Stilstand is achteruitgang, dat geldt ook voor de kerk, maar om nou van alles overhoop te gaan halen alleen omdat het nieuw is….

Ook bij deze twee jonge mensen tref ik een bepaalde terughoudendheid aan, als het daar over gaat.

Er is wel héél veel veranderd, ook in de betrekkelijk korte tijd, dat zij bewust en mee-belevend kerkgaand zijn.

Niet dat alles verkeerd is, zeker niet.

Neem bijvoorbeeld de Herziene Statenvertaling, of het Kindermoment. Of ritmisch zingen. Niks mis mee. Prima.

Maar er verandert zoveel, en als dat te veel wordt in te korte tijd, kon dat wel eens ten koste gaan van rust en harmonie in de kerk.

 

Ik vraag of ze vinden dat er in deze tijd nog toekomst is voor de kerk. 

Ze geloven beiden, dat de Kerk zal blijven bestaan, tot op de dag dat de Heere terugkomt.

Maar het zal wel steeds verder terug lopen. Het is dan wel belangrijk, om de jongeren betrokken te houden.

Gedacht wordt, dat dit eerder zal slagen door stabiliteit, dan door vernieuwing en verandering.

 

Evenwicht tussen vernieuwing en stabiliteit zou je kunnen bevorderen door jongeren en ouderen meer op elkaar te betrekken.

Dat wil niet altijd lukken.

Een mooie opzet daartoe was vorig jaar een actie om de gemeente uit te nodigen bij de afsluiting van het catechisatie seizoen.

De catechisanten hadden er echt werk van gemaakt, compleet met een High Tea.

Als er tien mensen zijn geweest (het meest nog ouders) is het veel.

Ik zeg: ja maar, de jeugdwerk acties, daar is men toch wél bij betrokken.

Ja,  zegt Jaco B: maar dat kènnen ze.

 

Waardoor ik bij mezelf de conclusie trek: kennelijk zit niemand op iets nieuws te wachten.

Hier hadden de jongeren iets nieuws geïntroduceerd, een mooi, origineel idee, en dat aantrekkelijk voorgesteld en uitgevoerd.

En daar is nauwelijks op gereageerd.

 

Opmerkelijk is, dat ook deze twee jongeren de mogelijkheid van een spoedige terugkeer van de Heere Jezus niet uitsluiten.

Vroeger was die opvatting alleen aan ouderen voorbehouden, die niet alleen oud waren, maar het ook allemaal wel gezien hadden.

Wier levensperspectief óp was.

Ja, dan is het niet zo moeilijk om naar die terugkeer zelfs te verlangen - tenminste, als je ziel vrede heeft met God.

 

Maar tegenwoordig hoor ik vaak ook jongeren over de Wederkomst spreken, of aangeven dat ze er over nadenken.

Jongeren met toekomst hier, een toekomst die ze overigens met vreugde, hoop en verwachting tegemoet zien.

En als ze daar dan aan toe voegen dat de Toekomst van de Heere ondenkbaar veel mooier zal zijn dan de mooiste toekomst die je je kunt dromen -

dan, ja, dan heb ík wel hoop ook op de toekomst van de kerk, van het christendom.

Het zullen het er waarschijnlijk wel minder zijn, maar die er dan nog zijn, dat zijn dan wél de ‘echte’.

Heerlijk, dat  twee van zulke  ‘echten’ hun gedachten met je willen delen.

 

Jaco B zit op de JV, Jaco dJ, nog op de tienerclub. Maar eerlijk gezegd voelt hij zich daar niet meer zo thuis.

Waar tieners zijn, wordt - ik zou haast zeggen – ‘natuurlijk’ gekeet. Deed ik ook vroeger, op school.

Maar daar heeft Jaco geen aardigheid in.

Hij is dat intussen al een soort van ontgroeid, en vindt het dan ook een beetje zonde van zijn tijd.

Ik vroeg, of ie misschien geen dispensatie kan krijgen om wat eerder naar de JV te gaan, ook al is hij nog geen zestien.

Daar wil hij over nadenken, maar nu nog niet, nu voelt ie zich écht nog te ‘klein’ bij al die ‘grote mensen’.

Maar misschien volgend seizoen, als hij 15 is.

Jaco B zit op Lodenstein. Dit jaar hoopt hij HAVO eindexamen te doen.

Een school met strenge normen en vormen.

En waar, naar Jaco’s B’s waarneming, het leven van de jongeren lang niet altijd volgens de leer is.

Maar - kwalitatief is het onderwijs nog altijd van hoog niveau.

En er is ook voldoende aandacht voor de leerlingen persoonlijk. Ook in het geloof. 

 

Ik vertel dat vroeger, bij de selectie van sollicitanten, mensen met Lodenstein op hun CV altijd een dikke streep vóór hadden.

Daar woog de christelijke achtergrond absoluut niet in mee, maar wel de kwaliteit van het onderwijs plus motivatie en discipline.

Jaco B wil na de Havo de opleiding tuin- en landschapsinrichting gaan volgen.

 

Jaco dJ zit op Guido de Brès, ook een – uitgesproken – christelijke school, maar niet zo ‘streng’ als Lodenstein.

Wat onderwijskwaliteit en intentie betreft is de Brès gelijk aan of dicht bij Lodenstein.

Dichter bij dan, bijvoorbeeld, de Passie, die een toch meer evangelische inslag en uitstraling heeft.

Jaco dJ denkt nu dat hij economie een leuk vak in om misschien in verder te gaan.

Maar hij heeft nog drie jaar te gaan voor hij eindexamen gaat doen, dus alle tijd om een definitieve keus te maken.

 

Ze werken beide, en samen, op een boerderij van een Westbroekse en doen daar alle mogelijke klussen.

Vooral in de tuin, want ja, praktijk ervaring is heel nuttig met het oog op m’n toekomstige studie, zegt Jaco B.

 

Hoe verschillend ook, zoals mensen nu eenmaal verschillend zijn, is het mooi om te zien hoe hecht hun kameraadschap is.

In gedeelde interesses, bezigheden, en kerkgang.  Ook in afkomst.

 

Beiden oorspronkelijk van boerenafkomst, kan ik het niet laten: hoe vinden ze de boerenprotesten.

Ook hier hebben ze over nagedacht en er een heldere mening over. Het is alleszins te begrijpen, dat de boeren in beweging komen.

Ze worden steeds meer en verder afgeknepen. Het lijkt wel of ze opzettelijk worden weggepest.

Ik sluit dat niet uit. Veruit de meeste boeren zijn nog kerkgaand christen.

Dat wordt nauwelijks getolereerd in de huidige politiek en maatschappij. Dus boeren weg – christendom ook weg.

 

Ik vraag hoe ze het zouden vinden, als hun jongere zusjes in ‘het ambt’ zouden komen.

Tactvol en voorzichtig wordt hun mening naar voren gebracht – immers ook hiervan weten ze nog niet hoe ìk hier er over denk.

Maar die mening is niettemin duidelijk: geen vrouwen in het ambt. Zusje of niet. En dat wel op grond van de Bijbel. 

Maar ze zien het ook niet gebeuren, zelfs al zouden vrouwen worden voorgedragen.

Dan zou de uit mannen bestaande kerkenraad ze toch niet op het dubbeltal plaatsen.

Ik zeg dat ook een mannen-kerkenraad best zo progressief zou kunnen worden, dat het niet ondenkbaar hoeft te zijn.

Ze menen daar nu al iets van te proeven - van een veel verder gaande progressiviteit dan voorheen.

 

Over de prediking.

Beiden beseffen maar al te goed, dat genadeprediking geen enkele zin heeft, als je de nóódzaak daartoe niet eerst aanwijst.

Je bent dan onvolledig.

De zogeheten ‘zwaardere’ manier van preken, namelijk over de zonde en onze schuld voor God, mag niet onder het kleed worden geveegd.

Jaco B stelt dat het goed zou zijn om de gemeente eens de gelegenheid te geven zich uit te spreken over een aantal zaken.

Ik voor mij denk dat dat best zou kunnen passen in deze tijd van inspraak.

Maar het is natuurlijk wel zo, dat een kerkenraad is gekozen/geroepen om voor de gemeente beslissingen te nemen.

Dat zou dan ook aan hen overgelaten moeten kunnen worden, ook bijvoorbeeld de keuze van gastpredikanten.

Maar Jaco B denkt dat er zó veel aandacht is voor vernieuwing, dat daarbij de belangen van ouderen misschien wel in het gedrang zouden kunnen komen. Intussen wordt de prediking van onze eigen predikant als ‘volledig’ ervaren.

 

Ik vraag of ze zichzelf mogelijk ooit als ambtsdrager zien.

Zeg nooit nooit, maar voorlopig hopen ze ooit de gemeente te dienen als organist.

Ik kan niet wàchten.

 

Terugkomend op die enquête: een prima idee. Ik vraag of ze nog meer ideeën hebben.

Ja, zegt Jaco deJ:  ouders laten meedraaien in de tienerclub. Dat helpt misschien om onrustzaaiers in toom te houden.

Het zijn er soms maar een paar, maar dat kan anderen of meeslepen, of afleiden, of zelfs ergernis geven.

Als hun ouders er bij zijn, dan houden ze zich vast wel in.

 

Dit is iets, wat, ontdekken we, dus overal in de maatschappij, in de kerk, in alle geledingen gebeurt:

het zijn er vaak maar een paar, maar door de zwijgende meerderheid steken die ook het meest de kop op.

We vragen ons af: wie valt méér de verwijten:

de enkeling die de boel luidruchtig dreigt te verzieken, of die velen, die altijd maar weer hun mond dicht houden.

 

Ze gaan allebei met heel veel plezier naar catechisatie, steken daar ook een heleboel op.

Mooi zijn de groepsgesprekken die naar aanleiding van een onderwerp plaats vinden.

Daarna worden alle conclusies met elkaar gedeeld. Alles bij elkaar bijzonder leerzaam.

Het blijkt dat op de catechisatie de humor niet ontbreekt en dat ook de ds. nog wel eens wat hilariteit kan veroorzaken.

En ook vanavond ontbrak de humor niet,

Hoewel de teneur van de gesprekken serieus en inhoudsvol was, heb ik toch ook af en toe menig schaterlach nauwelijks kunnen onderdrukken.

 

Met de tonen van ‘ik stel mijn vertrouwen op de Heer’ mijn God’  - dat ze samen, quatre mains, op mijn orgel gespeeld hebben - nog in mij dóór klinkend, ga ik dit blog beëindigen.

 

Prachtkerels, die twee: Jaco en Jaco. Ik ben dankbaar dat ik hen mag kennen, en dat zij zich hebben làten kennen.

 

Berkenhof, 11-1-2020

Riet Ritman

Jaco de Jong en Jaco Boshuis

 

©2020rrb

 

 

recht aan vrouwen of aanrecht (1)

Was Paulus vrouw-onvriendelijk?

 

Ik heb een oude dame gekend, die bepaald Paulus-ónvriendelijk was.

Ik kon met haar meekomen, want ik had haar man ook gekend.

Het type, dat zijn vrouw dagelijks op haar plichten wees. En dat waren er vele. Ook op haar rechten, zeker, maar dat waren er weinige.

En dat alles onder het motto dat Paulus ook nooit anders  geroepen had dan dat vrouwen hun mannen gehoorzaam moeten zijn. [1]

 

Menig vrouw, én man, is intussen wel wat genuanceerder gaan denken over een heleboel uitspraken van Paulus.

Maar, ik weet het zeker: bij lezing van teksten als ‘gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig’,

trekken de tenen van tientallen vrouwen krampachtig krom in hun (en ook in mijn) zondagse schoenen.  

 

Maar - wàs Paulus nou wel zo vrouw-onvriendelijk?

Ik ben eens gaan zoeken naar de werkelijke inhoud van woorden als ‘gehoorzaamheid’, ‘heersen’, ‘onderdanig’. [2]

Maar lees, behalve ondergenoemd blog, vooral Kolossenzen 3: 18-19  en Efeziers 5: 21-33 en zie wat Paulus de mannen voorschrijft:

liefde, respect, bescherming, wederkerigheid, ja, ook wederzijdse instemming bij onthouding en de opheffing daarvan.

Lees het verhaal van Lydia.

En het slot van de Romeinenbrief. 

Dan kan ik niet volhouden dat Paulus niet respect- en liefdevol over deze zusters spreekt.

 

Maar -  dat zij niet mee mag praten, ‘stil moet zijn’, dat kán toch niet meer in deze tijd? 

Hier wordt de oorspronkelijke bedoeling gesubjectiveerd en uitsluitend belicht vanuit onze inspraak-en-zeggenschapscultuur.

Maar tóen was het al heel bijzonder dat vrouwen samen met mannen deel mochten hebben aan de (leer)-bijeenkomsten in de jonge gemeenten.

Dat was in die tijd en cultuur nog niet vertoond.

Vrouwen kwamen niet in welk leer-instituut ook. Nooit. Nergens. Niet in Israël, niet in Griekenland.

Dat recht hadden ze niet. Maar, hoe ge-emancipeerd: in de eerste gemeenten dus wel.

Waarom dan toch dat zwijgen? Daar zal mede de joodse traditie zijn geweest: vrouwen mochten niet leren in de synagogen.

Maar ook in Griekenland was de ‘Schole[3]’ uitsluitend toegankelijk voor mannen,

Die werden daar getraind in, o.a., logisch denken, in zich helder uitdrukken, in disputeren.

Paulus heeft dan ook niets tegen discussie, wat ook best kon in de tamelijk kleinschalige bijeenkomsten.

Hij schrijft in 2 Timotheüs 3:16: Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, etc.

 

Vrouwen waren dus niet geschoold in verbale vaardigheden.

Mede daardoor kan het gebeuren dat een vrouw zich nóg meer door emotie laat leiden dan door ratio.

En dan staat niets een Babylonische spraakverwarring meer in de weg.

We weten: dat leidt meer tot afbraak en versnippering, dan tot eenheid en opbouw.

(En ,laten we eerlijk zijn: discussiëren over kwesties waarbij iemand (m/v) niet gebukt gaat onder zelfs maar de geringste kennis van zaken, noch onder het vermogen om zich logisch en objectief uit te drukken - dat is nog steeds een ramp en schept meer verwarring tot en met ruzie, dan helderheid en eensgezindheid.)

 

Maar dat wil niet zeggen, dat vrouwen totaal hun mond moesten houden in de bijeenkomsten.

Zij hadden alleen te zwijgen als daar geleerd, gediscussieerd, gestudeerd, werd.

Maar zij mochten wel bidden en profeteren, ook daar, mits dan met bedekten hoofde.

Als ze de gaven van de Geest hadden ontvangen, mochten ze net zo goed profeteren – evangeliseren - zouden we nu zeggen, als ieder ander.

 

Erkend moet zijn, dat door de mannelijke dominantie in de eerste gemeenten en vooral later in de verdere ontwikkeling van de kerk (waarin vrouwen totaal uitgesloten waren van welke inbreng ook) de interpretatie van Bijbelteksten dus ook uitsluitend aan mannen was voorbehouden.

Dan is het bijna onontkoombaar dat in de loop der tijden deze teksten vanuit mannen-perspectief werden uitgelegd, en, sterker nog, in mannen-belang werden toegepast.

Neem daarbij

een gemiddeld onvolledig besef van juiste woordbetekenissen, plus

de algemeen menselijke neiging om inhoud en betekenis van woorden om te buigen naar wat je het beste voegt......

en de misvattingen en daaruit voortvloeiende misstanden liggen voor je het weet voor het oprapen.

 

Dat dit alles een negatieve invloed had ook op de (rechts)positie van de vrouw in de (westerse) maatschappij, ligt voor de hand.

 

Het is vervolgens niet anders dan een natuurlijk gegeven, dat dit maatschappij-brede reacties uitlokte.

Het is eveneens een natuurlijk gegeven, dat reacties óók leiden tot hyper-reacties.

Ofwel: tot doorslaan. Daarin is waakzaamheid méér dan geboden.

 

Maar dat er een proces op gang kwam om de vrouw te onttrekken aan allerlei vormen van rechtsonthouding en gebrek aan rechtsbescherming, dat is goed, en eerlijk, en rechtvaardig. 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 

reageren:

whapp: 0655180402

@mail:  riet.ritman@planet.nl

 

(heeft al in de gemeentewijzer gestaan, maar post het ook hier voor de continuiteit) 

Vorige: groei en bloei in de kerk: Simone

tussendoor: Soli Deo Gloria - orgel-leerlingenavond olv Fia Lam

Volgende:  deze serie over emancipatie: wat betekenen woorden werkelijk

 

[1] Intussen heeft Paulus het woord 'gehoorzaam' mbt tot echtelijke relaties nooit gebruikt. 

[2] Zie blog 2 in deze serie ‘wat betekenen woorden werkelijk'.

[3] het griekse woord ‘schole’ betekent ‘vrije tijd’

 

recht aan vrouwen of aanrecht (3)

Wat betekent emancipatie nu écht

 

Voor we verder praten over emancipatie moet eerst de juiste betekenis van dit woord helder worden.
Want er blijken nog altijd mensen te zijn, die denken dat het woord-deel  ‘man’ voor, letterlijk: ‘man’ staat. 
Zo wordt er al gauw iets gedacht als:  ‘de vrouw moet gelijk zijn aan de man’. 
Of: ‘een vrouw moet heel wat mans zijn’. Of: díe staat haar mannetje". Of iets soortgelijks. 
Dat betekent het dus níet. 
Het deelwoordje ‘man’ staat voor ‘manus’, wat ‘hand’ betekent. 
Om een al te lange uitleg in te korten: ‘emancipatie’ komt voort uit het Latijnse  ‘ex manus cipere’ .
En dat betekent niets meer en niets minder dan ‘uit de hand nemen’. 
Het is een juridische term, die terug te vinden is in ons begrip ‘handlichting’
Daarmee wordt, bv., aan minderjarigen het recht toegekend te handelen zonder toestemming van ouders of voogden. 
Emancipatie is het wegnemen van een belemmering en, daaruit voortvloeiend: 
het (doen) ontstaan van een recht, dat er eerder niet was.
Dat kan dus voor iedereen gelden, mannen, vrouwen, kinderen, groepen, rechtspersonen.
 
Dat de gevoelswaarde van het woord emancipatie tóch op vrouwen gericht is, is goed te begrijpen.
Kort door de bocht gezegd: Een getrouwde vrouw kon en mocht niks.
Behalve zorgen, in stand houden en bevorderen dat haar man alles kon en mocht.
Om dit te illustreren het volgende waargebeurde verhaal.
In het begin van de 19de eeuw, in Antwerpen, moet ik een verre voormoeder gehad hebben, die haar zinnen had gezet op het runnen van een boekdrukkerij, annex boekhandel en uitgeverij. 
Dat ging zó maar niet, want een getrouwde vrouw was ‘handelingsonbekwaam’.  
Maar ook toen al gold, dat die belemmering weg genomen kon worden, door ‘handlichting’. 
Wat dít een voeten in de aarde heeft gehad! 
Er moesten rechters, magistraten, kerkelijke overheden en weet ik allemaal wie aan te pas komen. 
Ik weet eerlijk gezegd niet hoe over-over-over-over-over-opa hier in stond. 
Maar dat over-over-over-over-over-oma een vastbijtertje was, die wist te bereiken wat ze wilde, is gebleken.
Maar dit was een hoge uitzondering.   
 
Een gehuwde vrouw mocht ook niet werken bij het rijk en andere instanties.  
Er is vast nog wel een ouder iemand onder ons die zich herinnert, dat zij na haar huwelijk ‘eervol ontslag’ kreeg. 
Dat is pas in 1955 opgeheven.  
Eind jaren 60 ging ik werken bij de overheid.
Ik weet nog, met hoeveel nadruk mij werd meegedeeld, dat de lonen voor mannen en vrouwen gelijk waren.
En dat een getrouwde vrouw mocht blijven werken. 
De mededelende meneer keek mij hoopvol aan, alsof hij een kleine maar dankbare toejuiching verwachtte. 
Maar ik dacht: dùh.
 
En, laten we wel wezen, het algemeen vrouwenkiesrecht is ook nog maar pas sinds 1919 van kracht. 
 
Een (getrouwde) vrouw werd als tweederangsburger behandeld.
Ze kon zich zelfs niet beroepen op de meest normale burgerrechten, want die had ze niet. Ze viel onder het huwelijksrecht.
Dat betekent, dat ze, maatschappelijk en juridisch, geen bal had in te brengen.
In die zin leefde ze bij de gratie van de man. 
Het gaat mij evenwel véél te ver om van 'onderdrukking' te spreken.
We hebben het over een historisch gegroeide situatie, in tijden en culturen, waarin men zich voegde. Het was niet anders.
Voor Christelijk Nederland gold bovendien de getrouwheid aan Gods Woord, en ook daar valt niet dìt van te zeggen.
Zolang de Bijbel tenminste niet werd aangewend en 'genmaipuleerd ten behoeve van het eigen belang. Maar dat geldt nog steeds.  
 
En ja, er wás een vérgaande rechtsongelijkheid.
Het wás onmogelijk om je waar dan ook op te beroepen als je door je man mishandeld werd,
Het wás onmogelijk om je daaraan te onttrekken, want je kon, financieel afhankelijk als je was, geen kant op.
Ik zou, ook uit sociaal werk ervaringen in de jaren 60 en 70, nog wel even zo door kunnen gaan.
Laat ik het kort samenvatten: ik ben scheefgroei en misstanden tegengekomen, die werkelijk om actie jánkten.
 
Die acties zijn ook gekomen.
En dat het ontbreken van (gelijke) rechten voor vrouwen mede daardoor is weggenomen, kan niet genoeg toegejuicht worden. 
 
 
Maar – zoals gezegd, emancipatie geldt niet alleen voor vrouwen.
Het geldt voor iedereen, iedere persoon of groep, aan wie op de één of andere manier rechten zijn toegekend, die voordien niet golden. 
Denk dus niet alleen aan bv. vrouwen-kiesrecht, want ook mannen mochten pas vanaf 1817 naar de stembus, en dat nog onder strikte voorwaarden.
Die voorwaarden werden gaandeweg versoepeld, zodat steeds minder mannen uitgesloten werden. (1)
Denk ook aan het feit dat jij, oudere man of vrouw, vroeger niet mocht door leren, ook al was je nog zo slim.
Het paste niet bij je stand of afkomst. Of men er geld voor (over) had of niet.
De bevlogen schoolmeester destijds in Kockengen - die tussen de bedrijven door ook nog korte tijd mijn vader was - is het maar al te vaak tegengekomen.
Op kruistochten om ouders te overtuigen van de wenselijkheid om een begaafd kind door te laten leren, hoorde hij, zeker als hij voor slimme meisjes pleitte, dit: 
‘Maar meester, het  heeft toch heel niet nodig, dat zo’n meidje wijzer wordt. Als ze maar kan werken’. 
Soms mochten jongens doorleren, op een avondschool, naast het werk op het bedrijf, en dan was mijn vader zo blij, dat ie zijn vrije tijd ook nog besteedde aan bijlessen, om die jongens voor te bereiden of verder te begeleiden.
Onlangs ontmoette ik een bejaard man, die me met tranen van aandoening in zijn stem vertelde, dat ie zijn carriere aan meester Bakker te danken had.
Maar dit terzijde.
Eén verlichte vader liet zijn dochter wel doorleren, maar die was dan ook wel héél slim, met navenante rapportcijfers.
Iemand uit onze gemeente, die in die lang vervlogen tijden vrolijk met mij ópfietste naar die school, zal zich hier in herkennen.
Maar ook dit terzijde.
 
Hoe het zij: dank zij de huidige onderwijswetgeving is ook díe ongelijkheid totaal van de baan.
Iedereen heeft het principiële recht om die opleiding te volgen, en dat beroep te kiezen dat bij zijn/haar persoonlijke mogelijkheden en gaven past.  
 
Emancipatie is dus iets om érg dankbaar voor te zijn. 
 
Maar – het kon en kan doorslaan. Dat zie je ook steeds weer gebeuren. 
We moeten er wel voor waken dat we daar niet in meegezogen worden.
 
reageren
whapp 0655180402
@mail  Riet.ritman@planet.nl
 
(1) Eerst had alleen de 'adel', de aristocratie, stemrecht, later kwam daar het patriciaat bij, nog weer later de gewonere man, mits hoofd van een gezin, een bepaald inkomen en een woning. Ook hier werd gaandeweg meer recht toegekend, ofwel: ge-emancipeerd
 
Vorige: wat betekenen woorden werkelijk
Volgende: vrouwen in de Bijbel
 

recht aan vrouwen of aanrecht (2)

Wat betekenen woorden werkelijk?

 

Woorden zoals ‘heersen’ en ‘onderwerpen’, geven ons vaak een smerige smaak van ‘onderdrukking’ in de mond.

Maar laten we eerst eens  Genesis 1:28 e.v. lezen. Daar staat dat God wil dat de mens de schepping onderhoudt.

Daar vinden we die woorden onverkort terug. En daar wordt beslist niet bedoeld wat wíj gemaakt hebben van ‘heersen en onderwerpen’.

Dit is wat wij, gewapend met die begrippen, met de schepping deden en doen: haar compleet naar de verwoesting helpen.

Natuurlijke bronnen misbruiken, de zwakkere uitbuiten, al naar ons onbeheerst egoïsme en dito begeren.

‘Heersen’ betekent dus niet: de schepping misbruiken om er zelf beter van te worden.

‘Heersen’ is: onderhouden, beschermen, cultiveren.

 

Ook van het woord ‘onderwerpen’ krijg ik spontaan klierkramp. Daar proef ik iets ‘slaafs’ in.

Zie ik het hoofddoekje bedeesd achter de lange streepjesjurk aanhobbelen.

Weer verwijs ik naar Genesis 1, waar staat dat aarde en natuur onderworpen moet worden.

Lees: geordend en gereguleerd.

Niet om de mens oneigenlijke en willekeurige macht te geven, maar wederom tot bescherming en groei en bloei van de gehele schepping.

Maar ook hier is, in de los-van-God praktijk, die opdracht totaal verzondigd en verziekt.

Voor ons  houdt ‘onderwerping’ in dat de zwakkere wordt uitgebuit en overweldigd. Ook in seksuele dwang.

Ja, ook in het huwelijk.

Als de bevelen en aanbevelingen van Paulus met betrekking tot wederkerigheid, respect en bescherming, totaal in de wind geslagen worden. 

 

Paulus zegt dan ook niet: ‘mannen, onderwerpt uw vrouwen’, maar: ‘vrouwen, onderwerpt u aan uw mannen.’.

Hij geeft de vrouw het initiatief, om natuurlijke orde en regulering te helpen handhaven.

 

Goed, als je je dus 'onderworpen' hebt, dan ben je ‘onderdanig’. Voor óns netvlies verschijnt dan een kruiperig, angstig-kwispelend hondje.

Maar ook hier ligt de kernbetekenis anders, en moeten we het meer zoeken in de zin van: ‘ter wille zijn’.

En - laten we nou wél wezen, wat is er, in een béétje normaal-plezierig huwelijk, nou mis mee om je eigen man ter wille te zijn?

Daar heb je toch zelf ook schik van? Dat gaat zowat vanzelf.

Waarom geeft Paulus dan de opdracht: Gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig.

 

Laten we  de klemtoon eens leggen op het woordje ‘eigen’ in deze zin, en dat verbinden aan de cultuur van die tijd.

 

In het toenmalige Griekenland was het volkomen normaal dat mannen naast hun huwelijk (1) één of meer homoseksuele relaties hadden.

Zo'n vriendschap (2) werd hoger geacht dan het huwelijk, en de belangen van de vriend hadden vaak voorrang boven die van de vrouw.

Maar er was meer.

Het stond een man ook nog vrij om  zijn vrouw aan zijn vriend in ‘bruikleen’ te geven, mocht zo’n vriend daar aardigheid in hebben.

De vrouw had de plicht om die vriend volledig ter wille (lees: ‘onderdanig’) te zijn, of ze het nu leuk vond of niet.

Een gewoonte, die in de nieuwe Christelijke setting tot de vraag zal hebben geleid, of dit nog wel kon. Dat kon dus niet.

Met de opdracht:  ‘vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig’, heft Paulus de vrouw op uit een vernederende prostitutie-situatie.

Hij vrijwaart haar van verder misbruik.

 

Ook bij ‘gehoorzaam’ kriebelt het verzet. Maar ook hier staat, naast ordening, bescherming voorop.

Net als met kinderen. Die roep je ook toe  dat ze moeten uitkijken bij het oversteken. En als ze niet luisteren, grijp je ze rap bij een lurf. 

Als iemand niet luistert bij gevaar, én bovendien niet in staat is om dat gevaar af te wenden, roept hij onheil over zichzelf en anderen af.

Ook dit kom je in alle maatschappelijke structuren tegen: bedrijfsleven, leger. School. Gezin.

Verzoeken of bevelen  zonder meer afwijzen als 'machtsdwang’ kan schadelijk tot (levens)gevaarlijk zijn.

Let op vogelgeluiden. De haan in het kippenhok die de vos ontdekt. De merel hoog in de boom die de kat ziet loeren.

Ze slaan alarm waar álle aanwezige vogels op reageren, voor hun eigen veiligheid.

Gehoorzaamheid komt ook harmonische samenwerking ten goede.

Is er ooit een orkestlid geweest, die het opeens helemaal anders gaat doen dan de muziek voorschrijft en de dirigent aangeeft?

Ik dacht het niet, maar indien toch, dan heeft ie niet lang als orkestlid bestaan.

Of het hele orkest is weldra te gronde gericht dankzij de jammerlijke wanklanken. 

 

Als we dus  horen lezen over ‘heersen’ ‘onderdanig’, 'onderwerping' en dergelijke woorden  met betrekking tot vrouwen, laten we dan dit bedenken:

Paulus geeft de mannen hiermee geen vrijbrief om de vrouw te misbruiken, maar hij wil, in tegendeel,  de vrouw tegen  wanpraktijken  beschermen.

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

reageren?

whapp: 0655180402

@mail:  riet.ritman@planet.nl

 

volgende: wat betekent het woord emancipatie feitelijk

vorige: was Paulus wel zo vrouw-onvriendelijk 

 

(1) huwelijkse liefde: pragma

(2) vriendschap, voorkeur: filia


recht aan vrouwen of aanrecht (4)

Werden vrouwen in de Bijbel onderdrukt?

 

In het moderne Israël hebben vrouwen dezelfde rechten en verantwoordelijkheden als mannen.

Ook al zijn ze, bijvoorbeeld bij de Klaagmuur, strikt gescheiden van de mannen – niemand die zich daarover bekreunt.

Ze voeren daar op hun tijd onbekommerd feestelijke reidansen uit, niet gehinderd door enige mannelijke inbreuk.

Vrouwen kunnen ieder beroep uitoefenen en doen dat ook, en ze worden om nagenoeg geen enkele reden – en zeker niet op grond van hun vrouw zijn – verschoond van de militaire dienstplicht.

Nu zou je met enig recht kunnen volhouden dat dit minder om vrouwenrechten gaat, dan om de noodzaak om menskracht in te zetten.

Intussen leverde diezelfde staat Israël al in 1969 de eerste gekozen vrouwelijke minister-president aan: mevrouw Golda Meir.

Israël liep dus al lang voorop in gelijke man-vrouw rechten en plichten, terwijl de westerse wereld zich nog maar net ging ontworstelen aan de wurggreep der ongelijke rechten. 

 

Opmerkend, dat de Bijbel nagenoeg is uitgepraat in de Westerse maatschappelijke bewegingen, wil het mij voorkomen dat de Joodse Bijbel, de Thenach, een enorme invloed heeft gehad op de totstandkoming van de moderne Israëlische maatschappij.

En die invloed geldt nog steeds, ook op het gebied van vrouwenrechten (1)

 

Toch zijn er nog steeds meningen, die verkondigen dat vrouwen in de Bijbel stelstelmatig werden onderdrukt.

Bijvoorbeeld, die ‘stakkerds’ van vrouwen, die zich moesten afzonderen als ze ongesteld waren of gebaard hadden.

Dat had echter niets met onderdrukking te maken, maar was een hygiënische beschermingsmaatregel.

Immers, hoe makkelijk ontwikkelen en verspreiden zich ziektekiemen in een hete woestijn, waar weinig of geen water voorhanden is. 

Daarentegen treffen we een verrassend aantal vrouwen aan dat aardig voor zichzelf en/of anderen weet op te komen.

Neem het verhaal van de dochters van Zelafead (Numeri 26) die geen erf kregen bij de verdeling van het beloofde land.

Daar hadden ze als vrouw geen recht op. Die vrouwen gingen naar Mozes om dat recht vragen. En ze krégen dat recht.

 

Dit is dus een typisch voorbeeld van emancipatie: een recht verkrijgen dat er eerst niet was.

 

Neem Thamar, de weduwe van Er, die een wel heel drastisch-activistische baas-in-eigen-buik maatregel neemt om haar recht (op een erfgenaam) te realiseren.

Een recht dat haar tot dan toe opzéttelijk onthouden werd.

Ten einde raad ontziet ze zich niet om de hoer te spelen om haar schoonvader Juda te dwingen haar te bevruchten.

Naomi maakt zich sterk voor een recht voor Ruth, dat deze Moabitische eigenlijk niet heeft.

En hoe vind je Abigail, die haar oren niet meer naar haar morbide echtgenoot wenst te laten hangen.

Zij speelt verstandig in op de situatie op het juiste moment, en gaat handelen naar eigen inzicht en bevinding, tot profijt van velen.

Tuurlijk zeg je als Bijbelgetrouwe dat dit alles door God gezonden was, maar dat bevestigt mijn punt.

God kon deze intelligente vrouwen goed gebruiken ten gunste van Zijn heilsplan.

Ten gunste van David, wat ten lange leste zelfs leidde tot de komst van de Messias in deze wereld.

Maar ook Koningin Esther, die in een levensbedreigende positie vanuit haar vrijheidsbeperking (zeg maar: vrijheidsberoving) de moed heeft om haar hachje op het spel te zetten voor haar volk.

Yaël, die voor zichzelf het recht claimt, om de vijandige krijgsheer Sisera te doden.

En op het moment supreme ook geen moment aarzelt om een tentharing of zoiets dwars door zijn hoofd te jassen.

Een recht, dat overigens door een profetie al was aangegeven: Niet de met Debora medestrijdende Barak maar een vrouw zou Sisera doden.

Dit schrijvend, valt het me op, dat deze vrouwen niet (uitsluitend) hun éigen belang zochten.

 

Maar we lezen ook over hele foute vrouwen. Geef mensen (m/v) macht en het kan zomaar mis gaan. 

Zoals met de gruwelkoningin Atalja van Juda, die, paranoïde, denkt dat iedereen haar dood wil hebben.

En  dus op voorhand zelf maar iedereen uitmoordt, tot haar hele familie en nageslacht toe.

 

Ook lezen we dat mannen vrouwen onderdrukken en misbruiken. Het is dan vaak té goedkoop om te zeggen: andere tijd en cultuur.

Lees Richteren 19:  walgelijk en gruwelijk, wat daar gebeurt.

Denk aan Salomo’s overcomplete harem.

Aan Abraham die, terwille van zijn hachje, Sara’s schoonheid exploiteert, haar prostitueert bij de Farao.

Een kunstje dat hij nog een keer flikt bij koning Abimelech.

En Izak doet dat ook nog eens dunnetjes over met Rebecca.

De willekeur waarmee Laban zijn dochters behandelt.

Jacob die de willekeur onverstoord in stand houdt, zoals hij Lea  even liefde- als respectloos tot voortplantingsmachine degradeert.

 

Wonderlijk, dat aan geen van deze toestanden (in onze westers-'beschaafde' ogen: misstanden) een negatief waarde-oordeel gekoppeld wordt.

Geen afkeuring, maar - ook geen goedkeuring.

Nergens staat dat God dit goedkeurt, zo van: ‘Goed gedaan Laban, slimme jongen. Hebbert’.

God zegt ook niet zoiets als: ‘Flink zo Jacob, dat je Lea vernedert ten opzichte van Rachel. Prima, Rachel is tenslotte veel mooier dan Lea’.

Niets daar van. De Bijbel bewaart hierover een - voor ons bevreemdend - stilzwijgen.

Ik denk, dat uitdieping van cultuur-historische  achtergronden er meer licht op zou kunnen werpen, maar dat voert in deze context te ver.

 

Ik wil deze stelling opwerpen:

Machtsmisbruik door mannen van vrouwen  is een typisch zwaktebod, een los-van-God actie (2), die op geen enkele manier spoort met Gods scheppingsbedoeling: Eenheid tussen man en vrouw.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 

 

reageren:

whapp 0655180402

@mail riet.ritman@planet.nl

 

vorige: wat betekent emancipatie

volgende: wat is machtsmisbruik

 

(1) Het is daarom absurd, dat de VN commissie onlangs nog een resolutie heeft aangenomen, waarin Israël als enige land ter wereld wordt veroordeeld voor het schenden van vrouwenrechten. Omdat Israël Palestijnse vrouwen belemmert in vooruitgang, ontwikkeling en zelfredzaamheid. Nog onbegrijpelijker en schandelijker is het, dat de Nederlandse minister/afgevaardigde deze resolutie heeft gesteund. Intussen werden soortgelijke resolutie-voorstellen m.b.t. Saoudi-Arbaoie, Iran, Pakistan en Republic Congo, die allemaal op de lijst van de meest vrouw-onderdrukkende (Islamitische) landen staan....... GEWEIGERD.

(2) Andersom natuurlijk hetzelfde. Vrouwen, die mannen misbruiken en voor hun karretje spannen….