ge-zin in de Kerk

 

Herfstnamiddag in het zinkend zonlicht. Ik bel aan bij de familie Westeneng.

Door het raam lachen twee schattige jochies me toe.

Ik ben blij dat ik dit gezin nader mag ontmoeten. Intelligente, levendige en serieuze jonge mensen.

Kritisch maar met humor en zelfreflectie - zo ver ken ik hen intussen wel, bedenk ik, als Carla van achterom aan komt lopen om me binnen te laten.

En ja zeker, ik lust best koffie en een lekker stuk gevulde speculaas  – primeur voor mij dit jaar – is ook welkom.

We gaan zitten aan de eettafel in de kamer. Sophie, jongste dochter, en Daan, oudste zoon, komen er ook bij. 

Anne, oudste dochter, maakt boven haar huiswerk. Gijs scharrelt rond door de kamer.

Sophie en Daan gaan naar zondagsschool.  Dat is niet vrijblijvend, maar liefst wel zo ontspannen mogelijk.

Daan vindt het verlossende woord: we mógen naar de zondagsschool.

DIt schept de verwachting dat ie het dan ook wel heel leuk zal vinden.

Dat brengt ie rap tot realistischer proporties terug: een béétje leuk. Sophie vindt het ook niet echt heel erg leuk.

Carla is, mét mij,  blij dat er geen kindernevendienst is gekomen. Ze vindt een kindermoment mooi als het inhoud heeft.

En hoe vinden de kinderen het zelf? Sophie: Nou ja, eh - pas nog wel leuk, toen kregen we een snoepje.

We fantaseren er op los: we gaan de kerkdienst opleuken[1] met een nieuwe liturgie: we beginnen met snoep, dan limonade.

En chips, oppert Daan. Patat!, roept Sophie. Een broodje knakworst, jubelt Daan. Ik verslik me in m’n koffie van het lachen.

En dan - wat is leuk. Soms denken we wat leuks te bedenken voor kinderen, en die blijken er dan geen bal aan te vinden.

Maar - móet een kerkdienst dan ook o-zo-leuk zijn voor kinderen? School is toch ook niet ‘leuk’? 

 

We gaan het eens over ‘Weerklank’ hebben.

Er zitten prachtige liederen bij, zeker, maar  – we zijn het eens – wát een krakende psalm-rijmelarij af en toe.

Dat zien we ook wel in de oude berijming, maar als het totaaldoel van Weerklank ‘béter’ was, dan is dat doel niet gehaald[2].

Over één ding zijn we het volmondig eens: de preekschrijfkaarten zijn ge-wel-dig[3]. Dat vinden de meeste kinderen ook.

 

Intussen is, verrassing, ook Kees gearriveerd. Hij had gezegd dat ie misschien geen tijd had maar dat is gelukkig meegevallen.

Carla vertelt iets over haar opvatting over zondagsrust: Zondag moet een rustdag zijn.

Ze hebben allebei een druk, vol leven. Zij in deeltijdbaan, maar een baan die veel inzet en inzicht vraagt.

Bovendien is ze (tot háár verbazing trouwens, niet de mijne) verkozen tot  algemeen bestuurslid van de overkoepelende organisatie Manninne.

Ze heeft een voor huidige begrippen groot  gezin.

Maar niet zo groot, dat niet elk kind de individuele aandacht krijgt die het nodig heeft.

Ook dit met de verfrissende nuchterheid, die haar kenmerkt: géén overdrijving.

En dan een groot huis en -  ‘nee natuurlijk niet’ - geen huishoudelijke hulp.

Behalve een nuchter, is Carla ook een ordelijk mens, dus dat weet ze allemaal heel goed te behappen.

 

‘Maar ’s zondags’, aldus Carla, ‘genieten we van de rust.

Na de ochtenddienst gaat de R.O. aan en verzorgt muziek voor de hele dag.. Liever geen telefoontjes.

En kerkgang. Met alle kinderen, ja ook Gijs van 3,5 jaar. W

andelen vind ik wel oké, maar als je ervoor met de auto weg moet, liever niet.

Genieten van de prachtige natuur  kun je ook dicht bij huis’.

‘Toch, zegt Kees’: we gaan vaak maar één keer per zondag naar de kerk. Dat zou eigenlijk anders moeten.

Carla werkt af en toe in het weekend, maar toch…. de kerkdeur staat 2x per zondag open’.

 

Carla vertelt, dat een gastpredikant onlangs heeft gezegd dat er vroeger veel meer geloof in de kerk was dan nu. 

Dat vind ik persé niet, en steek dat ook niet onder stoelen of banken. O zeker, vroeger zaten de kerken vol.

Zeker, ook vroeger waren er mensen met diep doorleefd geloof en hartelijk godsvertrouwen. Maar die zijn er nu ook.

Ik durf beweren, dat er tegenwoordig relatief méér bewust-gelovige mensen (jong en oud) in de kerk zitten dan vroeger.

 

Tóen werd er niet over het geloof gesproken, of men praatte de gewenste kreten na, ook bij huisbezoek:

‘Ja dominee, ik ben een grote zondaar. Nee dominee, ik mag niet zeggen dat ik bekeerd ben. Ja dominee, Ik moet dieper in de ellende’.

Dat ging al heel ver. Meestal bleef het bij instemmend knikken op wat dominee zei.

Op de kringen waar ik mij mee mag bezighouden, geven ouderen-van-tegenwoordig  getuigenis van – in hun eigen ogen mankerend, maar in mijn beleving -  oprecht geloof. Zo hoorde je de ouderen vroeger niet.

De jeugd-van-tegenwoordig die ik spreek – zó inspirerend hoorde ik vroeger de jeugd-van-toen nooit iemand praten,  

Dat heeft natuurlijk meerdere oorzaken, bescheidenheid, je plaats kennen, verbaal onvermogen, maar toch.

Vroeger, dat weet ik zeker, was er een sterk economisch motief om naar de kerk te gaan.

Als je een winkel had en je ging níet, dan had je geen klanten, vult Carla aan.

Zocht je werk zonder kerk, dan bleef je werkloos, zegt Kees.

Of we het ingestudeerd hadden.

En had je door het een of het ander niet te eten, dan kreeg je niks van de ‘jakkenie’[4].

Dat maakte ontegenzeggelijk óók een deel van de macht van de kerk uit.

 

Die druk is er niet meer, men gaat in volle vrijheid naar de kerk. Ook de jongeren.

Vroeger deed men belijdenis, omdat iedereen het deed. Anders viel je buiten de boot.

Jongeren die nu nog naar de kerk gaan, belijdenis doen, aan het Avondmaal gaan, doen dat heel bewust.

 

Kees vraagt zich af, of de gang naar het Avondmaal dan weer niet wat te gemakkelijk is.

Hij heeft van ouds geleerd dat je daarvoor toch een echt bekeerd kind van God moet zijn.

Anders  eet en drink je je een oordeel.

Dat herken ik. Nog steeds en steeds weer: éigenlijk kan ik niet aangaan.

Maar als het er op aan komt, dan is het net alsof je opgetild wordt, en voort geleid. 

En waar staat  dat je een bekeerd kind van God moet zijn?

We  gaan er geen Bijbelstudie van maken maar ik mag wel verwijzen naar wat Paulus er over zegt[5]

 

Intussen rijst de vraag of de toekomst van de kerk er nou wel zo rooskleurig uit ziet.

De tekenen zijn bedreigend genoeg.

Vooral de jeugd staat onder druk - van kennis, wetenschap en maakbaarheid.

Van in razendsnel tempo veranderende normen.

Van de illusie van onafhankelijkheid.

Daar past geen geloof in en gehoorzaamheid aan een Hemelse Vader meer in.

Eigenlijk zou het andersom moeten.

We zouden alles wat ons leven uitmaakt, moeten inkaderen in het geloof.

 

Ik ken en herken de dwalingen maar al te goed. Dus mogen we niet wanhopen.

God kàn verandering geven.    

 

En zolang er - onder Gods zegen en genade - nog gezinnen zijn als deze familie, dan hoeven we ook niet te wanhopen. 

Dan mogen we dankbaar zijn,

 

Riet Ritman-Bakker

Familie Westeneng

©rrb



[1] blog satiriek drieluik leuklijden etc

[2]Maar het is ook bere-moeilijk om binnen vaststaande structuren een gedicht te maken dat in elk geval Woordgetrouw moet zijn

[3]Met, naast dank aan onze goede God, alle hulde aan Mariska Hardeman

[4] Diaconie - armenzorg

[5]1 kor 11, met name vers 17 t/m 22 – zie blog: ‘van water naar wijn’.

 

 

Riet R-B

stilstaan bij beweging

 

Stilstaan bij Beweging

 

Het Heilig Avondmaal

 

I van Paaslam naar Godslam

 

Ik was ooit met Pesach in Israël. Dan vieren de Israëli’s Sederavond.  Ze herdenken, nu nog steeds, de Uittocht uit Egypte.

Ze eten ongedesemd brood met bittere saus en drinken wijn.

Het Paaslam, dat in Bijbelse tijden geslacht en gegeten werd, wordt uitgebeeld met een lamsbot, dat in het midden van de Sederschotel ligt. Tijdens de maaltijd worden gedeelten voorgelezen die over de Uittocht gaan.

De kinderen stellen vragen die de ouderen beantwoorden.

 

Jezus heeft ook ‘Sederavond’ gevierd. Hij heeft de Uittocht uit Egypte herdacht, zoals Mozes dat geboden had.

Jezus vervult ook in dit opzicht te wet. Hij heeft voor Zijn laatste Avondmaal het Paaslam laten bereiden,

Dat heeft Hij met Zijn discipelen gegeten, voor  Hij overgaat op het breken en delen van het brood en schenken van de wijn.

Hiervan zegt Hij nu, dat ze dat voortaan moeten eten en drinken, Brood en Wijn tot Zijn gedachtenis;

Niet meer het Paaslam, niet meer het bloed van het lam aan de deurpost.

Maar het Bloed, dat Hij gaat storten als het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt.

Hij bezegelt hiermee een nieuw Verbond.

Hij stelt in om, mét dat nieuwe verbond, het Avondmaal te houden tot Zijn gedachtenis. 

Dat is een opdracht.

 

Verantwoording  

ik heb voor dit stukje, behalve uit de Bijbel, ook geput uit waarneming en ervaring uit een grijs verleden.

De door mij in te brengen motieven leven al bij de bewuste kerk- en Avondmaalsganger van nu.

Dat is dus wel een beetje water naar de zee dragen.

Maar misschien is er iemand, voor wie, onder Gods zegen, met dit stukje een drempel mag worden verlaagd.

Dan is het  niet voor niets geschreven.

 

Exclusief

Vroeger (de 50ger -60ger jaren) leek het Avondmaal voorbehouden aan een select groepje.

Hoewel de Avondmaalsgangers dat zelf vast niet zo voelden, men was er van overtuigd dat zij dé uitverkorenen waren.

In elk geval hoorden wij,  zittenblijvers, daar in elk geval niet bij.  Uitgesloten.

Want wij konden, als we het in ons hoofd zouden halen om aan te schuiven, ons alleen maar ‘een oordeel eten en drinken’

 

Die - absoluut bijbelse, en in het totaal-verband onmisbare - term is een heel eigen leven gaan leiden.

Nou ja, léven…..?   Met díe uitleg, die ‘eeuwige dood en doem’ suggereert?

 

Dat idee is intussen wel gekanteld. Er mag daardoor, ook in meer orthodoxe kringen , meer vrijmoedigheid zijn.

Gelukkig slaat dit niet om in zo’n ‘vrijblijvende’ -  makkelijke maaltijd.

Om een band te weven tussen kerkleden, doopleden en niet-leden. En buitenstaanders.

Dat kan. Dat mag. Maar dat is geen Heilig Avondmaal.

Dat is niet tot gedachtenis van Jezus Christus en Zijn verzoenend sterven.

Zelfs niet al zou dat het thema zijn. Je krijgt dan zoiets als:

als het goed voor je voelt dan kun je dit tot Jezus’ gedachtenis doen.

maar als je daar helemaal niks mee hebt hoeft het niet hoor,  eet smakelijk.

 

Maar zó heeft Jezus het niet opgedragen!! Opdrachten, en zeker die van Jezus,  zijn niet vrijblijvend.

Maar dan is het óók niet meer vrijblijvend om niet om te gaan. Dan kan blijven zitten ook tot oordeel worden.

 

Je vraagt je af waar die 'terughoudendheid' ten aanzien van het Heilig Avonmaal vandaan kwam en komt.

Kleine kinderen werden ten doop gehouden met een onbekommerdheid, die óók bevreemding wekt.

Zeker  als je beseft wat je belooft ten overstaan van God en Zijn Gemeente.

Niemand - dat ik weet - is ooit op deze gedachte gekomen:

Je zou je ook wel eens een oordeel kunnen beloven, als je die belofte (die uit een opdracht volgt) niet nakomt. 

 

 

II  van water naar wijn

Voor aangaan aan het Avondmaal werd  dat 'oordeel' als een onoverkomelijke drempel, een onneembare muur opgeworpen.

Drempels en muren zìjn er.  Ze zijn er, ook om iets te weren of om te beschermen.

Het zou niet goed zijn, als je dat niet in de gaten had of zou ontkennen.

Maar dat ze onoverkomelijk, onneembaar zijn, kijk, dat is niet waar.

Eenonoverkomelijke drempel, een potdichte, hoge muur,  weerhouden je een huis in te gaan. Ze zijn - VIJANDIG

Dat kan de bedoeling niet zijn.

Alsze zijn opgeworpen, dan heeft de Heere die ontoegankelijkheid zelf geslecht.

En als je ze dan zélf nog torenhoog laat oprijzen, dan wil Hij je er nog overheen dragen ook

 

Denk niet, dat, als je een keer die drempel over gegeholpen bent, het een volgende keer gemakkelijker is.

Ik zou haast zeggen: integendeel.

Juist als je uit louter genade een keer hebt mogen meedoen, besef je de volgende keer des te schrijnender:

ik heb er in mijn doen en laten weer geen bal terecht gebracht.

De relatie met de Heilige God, die zo heerlijk werd bevestigd in dat aangaan, heb ik weer talloze malen geschonden.

Dat is zò ontmoedigend.

 

Maar dáár moet je je niet aan vastklampen!!!! Niet aan jezelf, niet aan je onwaardigheid.

Niet aan je angst – die angst dat je je een oordeel zult eten en drinken als je fout aangaat.

 

een klein beetje bijbels bewustzijn 

Wat staat er nu eigenlijk.  Ik pak de oude Staten Vertaling erbij, want die geeft dit het beste weer.

Ten eerste-.Onwaardiglijk

Dit ‘onwaardiglijk’ slaat op de manier van eten en drinken.

Voor de taal hobbyisten: het is, door de toevoeging –lijk een bijwoord dat op het werkwoord slaat, in dit geval:  eten en drinken.

Had het op de persoon, geslagen, dan was het een bijvoeglijk naamwoord en dan zou er 'onwaardig'  hebben gestaan.  

 

Ten tweede- een oordeel.

Er staat niet het Oordeel 

Hiervoor gaan we naar de verzen 31 en 32 uit 1 Kor. 11:

 

31  Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.

(daar heb je dat zelf-onderzoek, die  zelfbeproeving,  zelf-beoordeling dus voor nodig, juist om niet geoordeeld te worden.

 

Die beoordeling is nodig. Je kunt niet, met allerlei onbeleden, onvergeven zonden aan de Tafel gaan.

Daar mogen we absoluut niet licht over denken. Dat doet de Heere ook niet.

Als ik mijn zonden níet overdenk, níet belijd (zodat ze niet vergeven kunnen worden) dan gaat de Heere zelf aan de gang.

Dan gaat Hij zelf oordelen:

32  Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

 

Zie je nu, hoe genádig de straf is die op dit oordeel volgt?

Dat is níet de eeuwige doem. Integendeel. Het is een straf, een tuchtiging, die ons daarvoor juist wil behoeden:

Hij oordeelt ons, opdat wij met de wereld niet zouden worden veroordeeld.

Het is  een tuchtiging, een straf tot behoud: om aan erger oordeel te ontkomen.

Namelijk het ultieme oordeel dat de wereld van de zonde te wachten heeft.

 

Door de zelfbeproeving kom je er al snel achter, dat je inderdaad onwaardig bent.

Maar daar mag je niet in blijven steken, en je er ook niet door laten ontmoedigen.

Integendeel. Lees het begin van het tweede deel van het Avondmaalsformulier maar.

 

Ten derde.  Wat bedoelde Paulus nu eigenlijk met onwaardig(lijk) eten en drinken?

Alles wijst er op dat gemeente van Korinthe het Avondmaal op een totaal foute manier vierde.

 

Voordat iedereen aanwezig is beginnen de mensen al alles al weg te schranzen wat ze hebben meegebracht.

En ze nemen er een flinke slok bij, tot dronkenschap toe. Ook dat nog. En ze delen helemaal niets.

Eerder lijkt het of ze de mensen die niks hebben lekker willen maken en beschamen: Ikke wel  jij niet, lekker puh.

Ze kunnen in hun gulzige honger niet eens wachten tot iedereen er is, zodat er voor slaven die het later binnenkomen, niets meer over is.

 

Dat wordt het duidelijkst weergegeven in de Herziene Statenvertaling.

 

20 Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere.

21Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is.

22Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken?

Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben?

Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet.

 

Dit staat niet in het Avondmaalsformulier, dat hoefde ook niet, want die praktijken kwamen in de kerk niet meer voor.

Maar daardoor is het verband met het ‘onwaardiglijk eten en drinken’ wel weg gezakt.

 

Terug naar de zelfbeproeving.

Daar moeten we mee bezig zijn, zeker.

Maar we moeten er ook weer geen op zichzelf staande grootheid van maken,

Dan gaan we ons er misschien weer op beroemen hoe vroom zonde-belijdend we zijn.

Of het wordt een vrome smoes, om je maar niet aan de Heere over te geven, want o zo onwaardig.

Overigens vraag ik me af, mezelf kennende: zou dat niet veel meer trots zijn – te trots om bij de Heere te komen zoals ik ben:

ellendig, arm en naakt. 

Zou dat niet een trotse weigering zijn om het bruiloftskleed aan te nemen.

 

Conclusie

Ik heb mezelf uitgesloten en sluit mezelf steeds weer opnieuw uit van de genade.

Het is lastig, om dat steeds weer te erkennen en de Heere hartelijk belijden dat ik niet waardig ben dat Hij tot mij inkomt[1]

Steeds weer in te zien dat mijn geloof of  fout of  klein of nihil is, omgekeerd evenredig aan de verkeerdigheden.

 

Ik mag het steeds weer ervaren. Hij nodigt mij steeds weer uit, onweerhoudbaar, om aan Zijn Tafel te komen.

Uit genade wil hij mij, - ons - deelgenoot maken in de hemelse spijs en drank.

 

Hìj, die wonderen doet op wonderen horen, maakte van water wijn op de Bruiloft in Kana.

 

Zo kan en wil Hij het Water van de Doop voor ons veranderen in de Wijn van het Avondmaal.

 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 


[1]Deze tekst is een liturgisch onderdeel bij de viering van Brood en Wijn ofwel de mis in de RK kerk. Prachtig.

 

 

 

 

 

 

 

reageren?

weet je welkom op 

whapp 0655180402

@mail riet.ritman@planet.nl

 

volgende: ge-zin in de kerk familie Westeneng-Spruijt

vorige: recht aan vrouwen of aanrecht - was Paulus vrouw-onvriendelijk


[1] Deze tekst is een liturgisch onderdeel bij de viering van Brood en Wijn ofwel de mis in de RK kerk. Prachtig.

 

 

Riet R-B

recht aan vrouwen of aanrecht (1)

Was Paulus vrouw-onvriendelijk?

 

Ik heb een oude dame gekend, die bepaald Paulus-onvriendelijk was.

Ik kon met haar meekomen, want ik had haar man ook gekend.

Het type, dat zijn vrouw dagelijks op haar plichten wees. En dat waren er vele. Ook op haar rechten, zeker, maar dat waren er weinige.

En dat alles onder het motto dat Paulus ook nooit anders  geroepen had dan dat vrouwen hun mannen gehoorzaam moeten zijn. [1]

 

Menig vrouw, én man, is intussen wel wat genuanceerder gaan denken over een heleboel uitspraken van Paulus.

Maar, ik weet het zeker: bij lezing van teksten als ‘gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig’, trekken de tenen van tientallen vrouwen krampachtig krom in hun (en ook in mijn) zondagse schoenen.  

 

Maar - wàs Paulus nou wel zo vrouw-onvriendelijk?

Ik ben eens gaan zoeken naar de werkelijke inhoud van woorden als ‘gehoorzaamheid’, ‘heersen’, ‘onderdanig’. [2]

Maar lees, behalve ondergenoemd blog, vooral Kolossenzen 3: 18-19  en Efeziers 5: 21-33 en zie wat Paulus de mannen voorschrijft:

liefde, respect, bescherming, wederkerigheid, ja, ook wederzijdse instemming bij onthouding en de opheffing daarvan.

Lees het verhaal van Lydia.

En het slot van de Romeinenbrief. 

Dan kan ik niet volhouden dat Paulus niet respect- en liefdevol over deze zusters spreekt.

 

Maar -  dat zij niet mee mag praten, ‘stil moet zijn’, dat kán toch niet meer in deze tijd? 

Hier wordt de oorspronkelijke bedoeling gesubjectiveerd en uitsluitend belicht vanuit onze inspraak-en-zeggenschapscultuur.

Maar tóen was het al heel bijzonder dat vrouwen samen met mannen deel mochten hebben aan de (leer)-bijeenkomsten in de jonge gemeenten.

Dat was in die tijd en cultuur nog niet vertoond.

Vrouwen kwamen niet in welk leer-instituut ook. Nooit. Nergens. Niet in Israël, niet in Griekenland.

Dat recht hadden ze niet. Maar, hoe ge-emancipeerd: in de eerste gemeenten dus wel.

Waarom dan toch dat zwijgen? Daar zal mede de joodse traditie zijn geweest: vrouwen mochten niet leren in de synagogen.

Maar ook in Griekenland was de ‘Schole[3]’ uitsluitend toegankelijk voor mannen,

Die werden daar getraind in, o.a., logisch denken, in zich helder uitdrukken, in disputeren.

Paulus heeft dan ook niets tegen discussie, wat ook best kon in de tamelijk kleinschalige bijeenkomsten.

Hij schrijft in 2 Timotheüs 3:16: Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, etc.

 

Vrouwen waren dus niet geschoold in verbale vaardigheden.

Daardoor kan het zijn dat een vrouw zich nóg meer door emotie laat leiden dan door ratio.

En dan staat niets een Babylonische spraakverwarring meer in de weg.

We weten: dat leidt meer tot afbraak en versnippering, dan tot eenheid en opbouw.

(En ,laten we eerlijk zijn: discussiëren over kwesties waarbij iemand (m/v) niet gebukt gaat onder zelfs maar de geringste kennis van zaken, noch onder het vermogen om zich logisch en objectief uit te drukken - dat is nog steeds een ramp en schept meer verwarring tot en met ruzie, dan helderheid en eensgezindheid.)

 

Maar dat wil niet zeggen, dat vrouwen totaal hun mond moesten houden in de bijeenkomsten.

Zij hadden alleen te zwijgen als daar geleerd, gediscussieerd, gestudeerd, werd.

Maar zij mochten wel bidden en profeteren, ook daar, mits dan met bedekten hoofde.

Als ze de gaven van de Geest hadden ontvangen, mochten ze net zo goed profeteren – evangeliseren - zouden we nu zeggen, als ieder ander.

 

Erkend moet zijn, dat door de mannelijke dominantie in de eerste gemeenten en vooral later in de verdere ontwikkeling van de kerk (waarin vrouwen totaal uitgesloten waren van welke inbreng ook) de interpretatie van Bijbelteksten dus ook uitsluitend aan mannen was voorbehouden.

Dan is het bijna onontkoombaar dat in de loop der tijden deze teksten vanuit mannen-perspectief werden uitgelegd, en, sterker nog, in mannen-belang werden toegepast.

Neem daarbij

een gemiddeld onvolledig besef van juiste woordbetekenissen, plus

de algemeen menselijke neiging om inhoud en betekenis van woorden om te buigen naar wat je het beste voegt......

en de misvattingen en daaruit voortvloeiende misstanden liggen voor je het weet voor het oprapen.

 

Dat dit alles een negatieve invloed had ook op de (rechts)positie van de vrouw in de (westerse) maatschappij, ligt voor de hand.

 

Het is vervolgens niet anders dan een natuurlijk gegeven, dat dit maatschappij-brede reacties uitlokte.

Het is eveneens een natuurlijk gegeven, dat reacties óók leiden tot hyper-reacties.

Ofwel: tot doorslaan. Daarin is waakzaamheid méér dan geboden.

 

Maar dat er een proces op gang kwam om de vrouw te onttrekken aan allerlei vormen van rechtsonthouding en gebrek aan rechtsbescherming, dat is goed, en eerlijk, en rechtvaardig. 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

 

reageren:

whapp: 0655180402

@mail:  riet.ritman@planet.nl

 

(heeft al in de gemeentewijzer gestaan, maar post het ook hier voor de continuiteit) 

Vorige: groei en bloei in de kerk: Simone

tussendoor: Soli Deo Gloria - orgel-leerlingenavond olv Fia Lam

Volgende:  deze serie over emancipatie: wat betekenen woorden werkelijk

 

[1] Intussen heeft Paulus het woord 'gehoorzaam' mbt tot echtelijke relaties nooit gebruikt. 

[2] Zie blog 2 in deze serie ‘wat betekenen woorden werkelijk'.

[3] het griekse woord ‘schole’ betekent ‘vrije tijd’

 

EVEN IETS RECHTZETTEN

 

 

Beste mensen, maar met name jij, die hebt meegewerkt of nog zal meewerken aan dit blog,

 

Misschien is het ook jou niet ontgaan dat er in de Vierklank van 18-7-2018 een artikel  staat, dat nagenoeg geheel en letterlijk is overgenomen van ons blog.

Ik wil je graag laten weten, dat dit totaal buiten mijn medeweten is gebeurd.

Ik verzeker je, dat ik nooit-nooit-nooit elders iets over jou zou plaatsen, noch wie dan ook ooit zou toestaan iets van mijn hand over jou te publiceren - zonder jouw instemming.

 

Ter verdere beveiliging van jouw en mijn gegevens zet ik in het vervolg mijn naam onder de stukjes samen met het copyright teken:©rrb 

Dat gaat vast helpen dat anderen zich niet meer zonder toestemming en bronvermelding blogs gaan toe-eigenen.  

 

Ik groet jullie allen hartelijk.

 

 

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

recht aan vrouwen of aanrecht (2)

Wat betekenen woorden werkelijk?

 

Woorden zoals ‘heersen’ en ‘onderwerpen’, geven ons vaak een smerige smaak van ‘onderdrukking’ in de mond.

Maar laten we eerst eens  Genesis 1:28 e.v. lezen. Daar staat dat God wil dat de mens de schepping onderhoudt.

Daar vinden we die woorden onverkort terug. En daar wordt beslist niet bedoeld wat wíj gemaakt hebben van ‘heersen en onderwerpen’.

Dit is wat wij, gewapend met die begrippen, met de schepping deden en doen: haar compleet naar de verwoesting helpen.

Natuurlijke bronnen misbruiken, de zwakkere uitbuiten, al naar ons onbeheerst egoïsme en dito begeren.

‘Heersen’betekent dus niet: de schepping misbruiken om er zelf beter van te worden.

‘Heersen’ is: onderhouden, beschermen, cultiveren.

 

Ook van het woord ‘onderwerpen’ krijg ik spontaan klierkramp. Daar proef ik iets ‘slaafs’ in.

Zie ik het hoofddoekje bedeesd achter de lange streepjesjurk aanhobbelen.

Weer verwijs ik naar Genesis 1, waar staat dat aarde en natuur onderworpen moet worden.

Lees: geordend en gereguleerd.

Niet om de mens oneigenlijke en willekeurige macht te geven, maar wederom tot bescherming en groei en bloei van de gehele schepping.

Maar ook hier is, in de los-van-God praktijk, die opdracht totaal verzondigd en verziekt.

Voor ons  houdt ‘onderwerping’ in dat de zwakkere wordt uitgebuit en overweldigd. Ook in seksuele dwang.

Ja, ook in het huwelijk. Als de bevelen en aanbevelingen van Paulus met betrekking tot wederkerigheid, respect en bescherming, totaal in de wind geslagen worden. 

 

Paulus zegt dan ook niet: ‘mannen, onderwerpt uw vrouwen’, maar: ‘vrouwen, onderwerpt u aan uw mannen.’.

Hij geeft de vrouw het initiatief, om natuurlijke orde en regulering te helpen handhaven.

 

Goed, als je je dus 'onderworpen' hebt, dan ben je ‘onderdanig’. Voor óns netvlies verschijnt dan een kruiperig, angstig-kwispelend hondje.

Maar ook hier ligt de kernbetekenis anders, en moeten we het meer zoeken in de zin van: ‘ter wille zijn’.

En - laten we nou wél wezen, wat is er, in een béétje normaal-plezierig huwelijk, nou mis mee om je eigen man ter wille te zijn?

Daar heb je toch zelf ook schik van? Dat gaat zowat vanzelf.

Waarom geeft Paulus dan de opdracht: Gij vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig.

 

Laten we  de klemtoon eens leggen op het woordje ‘eigen’ in deze zin, en dat verbinden aan de cultuur van die tijd.

 

In het toenmalige Griekenland was het volkomen normaal dat mannen naast hun huwelijk (1) één of meer homoseksuele relaties hadden.

Zo'n vriendschap (2) werd hoger geacht dan het huwelijk, en de belangen van de vriend hadden vaak voorrang boven die van de vrouw.

Maar er was meer.

Het stond een man ook nog vrij om  zijn vrouw aan zijn vriend in ‘bruikleen’ te geven, mocht zo’n vriend daar aardigheid in hebben.

De vrouw had de plicht om die vriend volledig ter wille (lees: ‘onderdanig’) te zijn, of ze het nu leuk vond of niet.

Een gewoonte, die in de nieuwe Christelijke setting tot de vraag zal hebben geleid, of dit nog wel kon. Dat kon dus niet.

Met de opdracht:  ‘vrouwen, weest uw eigen mannen onderdanig’, heft Paulus de vrouw op uit een vernederende prostitutie-situatie.

Hij vrijwaart haar van verder misbruik.

 

Ook bij ‘gehoorzaam’ kriebelt het verzet. Maar ook hier staat, naast ordening, bescherming voorop.

Net als met kinderen. Die roep je ook toe  dat ze moeten uitkijken bij het oversteken. En als ze niet luisteren, grijp je ze rap bij een lurf. 

Als iemand niet luistert bij gevaar, én bovendien niet in staat is om dat gevaar af te wenden, roept hij onheil over zichzelf en anderen af.

Ook dit kom je in alle maatschappelijke structuren tegen: bedrijfsleven, leger. School. Gezin.

Verzoeken of bevelen  zonder meer afwijzen als 'machtsdwang’ kan schadelijk tot (levens)gevaarlijk zijn.

Let op vogelgeluiden. De haan in het kippenhok die de vos ontdekt. De merel hoog in de boom die de kat ziet loeren.

Ze slaan alarm waar álle aanwezige vogels op reageren, voor hun eigen veiligheid.

Gehoorzaamheid komt ook harmonische samenwerking ten goede.

Is er ooit een orkestlid geweest, die het opeens helemaal anders gaat doen dan de muziek voorschrijft en de dirigent aangeeft?

Ik dacht het niet, maar indien toch, dan heeft ie niet lang als orkestlid bestaan.

Of het hele orkest is weldra te gronde gericht dankzij de jammerlijke wanklanken. 

 

Als we dus  horen lezen over ‘heersen’ ‘onderdanig’, 'onderwerping' en dergelijke woorden  met betrekking tot vrouwen, laten we dan dit bedenken:

Paulus geeft de mannen hiermee geen vrijbrief om de vrouw te misbruiken, maar hij wil, in tegendeel,  de vrouw tegen  wanpraktijken  beschermen.

 

Riet Ritman-Bakker

©rrb

 

reageren?

whapp: 0655180402

@mail:  riet.ritman@planet.nl

 

volgende: wat betekent het woord emancipatie feitelijk

vorige: was Paulus wel zo vrouw-onvriendelijk 

 

(1) huwelijkse liefde: pragma

(2) vriendschap, voorkeur: filia